Heel wat kinderen kunnen goed uit zichzelf in slaap raken. Maar er zijn er ook heel wat die daar de hulp van mama of papa voor nodig hebben. Als een kind van jongs af wordt geleerd om zelf in te slapen, zal dit zijn voordelen hebben ’s avonds én ’s nachts.
- Het gehuil van je kind onder de 12 maanden negeren kan een mogelijke aanpak zijn voor inslaapproblemen. Er bestaat immers veel kans dat het huilen na korte tijd vanzelf weer ophoudt en dat je baby weer in slaap valt. Als je baby huilt en blijft huilen, is het beter om steeds langer te wachten voordat je op het gehuil of ander rumoerig waakgedrag van je baby reageert. Als je dan uiteindelijk naar je baby toe gaat, mag dit alleen maar voor een korte geruststelling zijn. Als je immers te lang met je baby bezig bent, is het gevaar groot dat je baby te veel aandacht krijgt op het verkeerde moment, namelijk als hij hoort te slapen. Daardoor bestaat de kans dat het huilen na verloop van tijd een gewoonte wordt en deel gaat uitmaken van het slapengaan. Dan zal je baby nog veel vaker gaan huilen bij het inslapen. Het is echter heel belangrijk er zeker van te zijn dat je baby lichamelijk gezond is, voordat je deze aanpak toepast.
- Je kan je kind ook overdag leren dat jij als ouder niet altijd direct beschikbaar bent. Je kan het overdag af en toe alleen laten spelen en het meteen duidelijke grenzen aanreiken.
- Een duidelijke dagindeling helpt je kind om te weten wat het mag verwachten.
- Een slaapritueel kan helpen om de overgang van de dag naar de nacht te maken.
- Je kan je kind helpen door het op een rustige, maar duidelijke manier klaar te maken voor de nacht en het in zijn bedje te stoppen. “Wil je nu gaan slapen?”, “Zullen we je pyjama aandoen?” zijn geen geschikte vragen, want je peuter zal ze maar al te graag met “nee” beantwoorden.
- Een knuffel kan de afwezigheid van de ouders draaglijker maken.
- Een nachtlampje, verduisteringsgordijnen, de deur op een kier, … kunnen het alleenzijn in een donkere kamer minder onaangenaam maken.