Een zuigeling voed je op verzoek. Rond 4 à 6 weken heeft hij gedurende een korte tijd minder trek. De rest van de tijd eet hij normaal gezien voldoende en groeit hij goed.
In zijn eerste levensjaar maakt je kind een enorme groeispurt. Het krijgt dan hoofdzakelijk vloeibaar voedsel, dat veel omvangrijker is dan vaste voeding.
In het tweede levensjaar stopt je kind veel energie in het ontdekken van de wereld en het experimenteren met zijn omgeving. Daarom denken ouders soms dat hun kind veel eten nodig heeft, maar in werkelijkheid groeit hun kind minder en heeft het ook minder honger.
Je kind kan heel goed zelf uitmaken hoeveel het moet eten. Maak je dus niet te snel zorgen over de hoeveelheid eten. Elk kind is een zelfstandig persoontje met bepaalde eigenschappen en een individuele behoefte aan voedsel. De hersenen regelen die behoefte. Zo eet een kind van nature voldoende om zijn groei, energie en weerstand te garanderen.
Eten is een soort taal die de baby spreekt tegen de ouders. Hij brengt een bepaalde boodschap over. Ouders bepalen wel welk eten en hoe het op tafel komt, maar het kind bepaalt hoeveel het eet.
Je kan nagaan of je baby voldoende drinkt door zijn algemene toestand te bekijken. Ook de dagelijkse hoeveelheid natte luiers, de stand van de fontanel en het maken van een huidplooi kunnen je hierover informeren.
De eetlust van kinderen vertoont heel wat schommelingen, soms van dag tot dag. Kijk dus niet naar één eetmoment, maar hou het eetgedrag over verscheidene dagen in de gaten. Ben je toch ongerust, dan kunnen de gegevens over de ontwikkeling en de groei van je kind uitsluitsel geven. Die gegevens bieden betrouwbare aanwijzingen over een eventueel tekort of teveel aan voedselinname.
De groei (gewicht en lengte) wordt uitgezet op gewichts- en lengtecurven. De ontwikkeling volgt Kind en Gezin op met behulp van het Van Wiechenschema.