Een taal leren is voor je kind al een hele karwei. Verschillende talen leren is nog een pak lastiger. Hoe vroeger een kind op een verstandige manier een andere taal aanleert, hoe vlotter het proces zal verlopen en hoe beter het de taal zal spreken.
Spreekt je partner een andere taal of woon je in een ander taalgebied, dan zal je kind verschillende talen naast elkaar leren. Zowel voor de woordenschat als voor de grammatica is het voor een kind makkelijker om de twee talen uit elkaar te houden, als het gebruik van de twee talen duidelijk gescheiden is. Je kan bijvoorbeeld afspreken dat dezelfde persoon altijd dezelfde taal spreekt tegen je kind, bij voorkeur de eigen moedertaal. Een andere mogelijkheid is dat jij thuis een bepaalde taal spreekt met je kind, maar dat men in de kinderopvang of op school een andere taal spreekt.
Een kind leert vrij makkelijk twee woorden gebruiken voor één ding. Dit leren gebeurt in verschillende fases. In een eerste fase gebruikt je kind beide woorden willekeurig door elkaar en wisselt het binnen één zin woorden van beide talen af, alsof het om één taal gaat. Daarna volgt een periode waarin het kind een verschil in taal begint te maken, naar gelang de situatie of de persoon met wie het praat. Typisch voor deze fase is dat er fouten kunnen ontstaan doordat een woord in de ene taal een bredere betekenis heeft dan in de andere. In de derde fase ten slotte beschikt het kind over twee gescheiden woordenschatten. Tegen de vierde verjaardag lijkt het de meeste kinderen wel te lukken.
Vervoegingen en verbuigingen zorgen vaak voor meer problemen. Die worden in de verschillende talen tegelijk geleerd. Op punten waar de regels verschillen, beheerst het kind de makkelijkste taal het eerst. Deze regels past het kind dan vaak ook toe op de andere taal. Wanneer een kind bijvoorbeeld Nederlands en Engels leert, kan het de volgende uitspraak doen: “Ik ben koking soep.” Het gebruikt de Engelse vervoeging in een Nederlandse zin. De grammatica van de tweede taal zal een kind dan ook vaak later beheersen dan de eentalige kinderen uit die taal.