Kind en Gezin Homepage
home | contact | adressen | bibliotheek | publicaties | klachten | links | English pages | pages françaises | sitemap www.vlaanderen.be
Zoekopdracht uitvoeren Uitgebreid zoeken OUDER  |  PROFESSIONAL

Professionals
Ouders
Algemeen
Kinderopvang > Uitbreiding kinderopvang 

FAQs over de uitbreiding

Kunnen erkende gesubsidieerde en niet-gesubsidieerde plaatsen gecombineerd worden, ook voor nieuwe IBO’s?
Hoe de loon- en werkingskosten van het buitenschools opvangaanbod schatten?
Kan een ‘0’-gemeente voorrang krijgen als ze aan een vzw financiële middelen toekent voor de werking en het personeel van een opvang in scholen?
In 'o'-gemeenten behoort samenwerking met een bestaand initiatief voor buitenschoolse opvang tot de mogelijkheden. Gelden hier dezelfde regels inzake geografische nabijheid als voor een kleine vestigingsplaats van een kinderdagverblijf?
Wat is het aandeel van elk opvangmoment in de gemiddelde kostprijs per IBO-plaats?

Kunnen erkende gesubsidieerde en niet-gesubsidieerde plaatsen gecombineerd worden, ook voor nieuwe IBO’s?

Ja. Dit kan voor uitbreiding van bestaande opvangvoorzieningen en voor nieuwe initiatieven voor buitenschoolse opvang.
Het organiserend bestuur draagt dan niet alleen de infrastructuurkosten maar ook de loon- en werkingskosten voor de niet-gesubsidieerde plaatsen.



Top
 

Hoe de loon- en werkingskosten van het buitenschools opvangaanbod schatten?

1. Erkende gesubsidieerde plaatsen

Kind en Gezin rekent met een gemiddelde kostprijs per plaats: een forfaitaire subsidie per plaats + de weerwerkgesco-premie.

De forfaitaire subsidie per plaats

IBO

Dit is de vergoeding per plaats die de opvang van Kind en Gezin ontvangt. De enveloppe houdt rekening met: de werkingskost, de loonkost voor een coördinator en een deel van de loonkost voor de kindbegeleiders (de opleg bij de weerwerkgesco-premie). Er zijn 3 categorieën plaatsen, omdat het gewicht van de 3 niet op een zelfde manier stijgt naarmate het aantal plaatsen in het opvanginitiatief stijgt.

BOKDV

De forfaitaire subsidie voor een BOKDV-plaats dekt de personeelskost.

De weerwerkgesco-premie

Voor erkende gesubsidieerde IBO-plaatsen kan een organiserend bestuur weerwerkgesco’s aanvragen bij het Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie. Het subsidieagentschap subsidieert dan een groot deel van de loonkost van de kindbegeleider. Het aantal weerwerkgesco’s waarvoor men een premie kan bekomen, is afhankelijk van de grootte en de nood van het initiatief.

2. Erkende niet-gesubsidieerde plaatsen

Voor erkende niet-gesubsidieerde plaatsen zal een organiserend bestuur beroep moeten doen op reguliere tewerkstelling of tewerkstelling in het kader van andere bijzondere statuten. In het geval van een reguliere tewerktstelling zal de kostprijs per plaats dan ook hoger zijn dan het bedrag waar Kind en Gezin mee rekent.

Naar gelang het aantal erkende niet-gesubsidieerde plaatsen en de locatie van de vestigingsplaats, kan het wenselijk zijn de opdracht van de halftijdse coördinator uit te breiden of een bijkomende coördinator in dienst te nemen.

3. Overzicht

Om de loon- en werkingskosten van erkende niet-gesubsidieerde IBO- en BOKDV-plaatsen te schatten, kan het organiserend bestuur uitgaan van de bedragen opgenomen in de laatste kolom van de onderstaande tabel.

Let op! De bedragen zijn richtinggevend.

 

Forfaitaire subsidie per plaats (in euro)

Geraamde gemiddelde kostprijs per plaats (in euro)

 

Met weerwerkgesco’s.

Reguliere tewerkstelling

Nieuwe IBO

2.301,13.

3.763,34

4.918,24

Uitbreiding IBO

1.531,61

2.487,52

3.237,08

BOKDV

1.887,44

Nvt

1.887,44

 



Top
 

Kan een ‘0’-gemeente voorrang krijgen als ze aan een vzw financiële middelen toekent voor de werking en het personeel van een opvang in scholen?

Ja, voor zover het gaat om niet-gesusbsidieerde IBO-plaatsen of zelfstandige buitenschoolse opvangplaatsen.

Gemelde plaatsen komen niet in aanmerking, ook al wordt er geïnvesteerd in personeel- en werkingskosten.  Dit is een bewuste keuze. We hebben gezocht naar een duidelijk en objectief criterium om een onderscheid te maken tussen de verschillende gemeenten. Van de erkende niet-gesubsidieerde plaatsen en de zelfstandige buitenschoolse opvangplaatsen weten we met zekerheid dat zij beantwoorden aan minimale kwaliteitsvoorwaarden. Voor de gemelde plaatsen is dit minder evident.



Top
 

In 'o'-gemeenten behoort samenwerking met een bestaand initiatief voor buitenschoolse opvang tot de mogelijkheden. Gelden hier dezelfde regels inzake geografische nabijheid als voor een kleine vestigingsplaats van een kinderdagverblijf?

Besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2001 houdende de voorwaarden inzake erkenning en subsidiering van initiatieven voor buitenschoolse opvang, resp. het Ministerieel besluit van 9 juli 2001 houdende de voorwaarden voor het organiseren van en de bepalingen over de toestemming voor en de subsidiëring van buitenschoolse opvang in aparte lokalen in kinderdagverblijven, noch het beslissingskader leggen een beperking op inzake de geografische nabijheid van een vestigingsplaats.

Belangrijk is dat de vestigingsplaats een functionele, organisatorische band heeft met de hoofdvestiging. Van de aanvrager wordt dan ook verwacht dat hij informatie geeft over hoe hij in de vestigingsplaats de kwaliteitsbewaking, de continuïteit in de begeleiding, een voldoende aantal begeleiders voor het aantal aanwezige kinderen en de dagelijkse leiding zal verzekeren. De afstand tussen de vestigingsplaats en de hoofdvestigingsplaats is in deze niet relevant.

Hoe hiermee omgaan?
Voorstel: pragmatische aanpak en een pro-actieve benadering vanwege dossierbeheer.

  • Als er een aanvraag komt waar afstand tussen hoofdvestiging en vestigingsplaats groot is, zal de dossierbeheerder in de ontvangstmelding vragen hoe men de functionele en organisatorische band tussen beide kan aantonen. De afstand tussen hoofdvestiging en vestigingsplaats is ‘groot’ wanneer het een aanvraag betreft voor een vestigingsplaats in een andere, niet aangrenzende, gemeente. 

  • Als men de functionele, organisatorische band niet kan aantonen, dan zal de administratie de disclaimer inroepen. Concreet: de administratie zal dit beschouwen als een dossiermatige tegenindicatie op basis waarvan het dossier zal worden uitgesloten. 



Top
 

Wat is het aandeel van elk opvangmoment in de gemiddelde kostprijs per IBO-plaats?

Om de budgetten per zorgregio vast te leggen, is Kind en Gezin uitgegaan van een voltijdse opvangplaats. Een voltijdse opvangplaats kan op meerdere opvangmomenten ingezet worden. Door in te zetten op opvangmomenten waar de nood het hoogst is, kunnen er met het beschikbare budget meer plaatsen gerealiseerd worden.

Om te bepalen welk aandeel elk openingsmoment in de gemiddelde kostprijs vertegenwoordigt, gebruikt Kind en Gezin deze percentages.

Openingsmoment

Aandeel in de gemiddelde kostprijs per plaats

Vóór de schooluren

12,54%

Na de schooluren

25,08%

Op woensdagnamiddag

14,11%

Op schoolvrije dagen

3,72%

Tijdens schoolvakanties

44,55%

Volledige openingsduur

100%

Sinds 1 juli 2008 worden de erkenningbeslissingen voor IBO’s per initiatief geformuleerd en niet meer per vestigingsplaats. Deze wijziging zorgt ervoor dat een IBO flexibel kan inspelen op veranderingen in opvangnoden in een vestigingsplaats of opvangmoment, zonder noemenswaardige administratieve last.
Zo kan een IBO bijvoorbeeld de bezetting optimaliseren door opvangplaatsen die onvoldoende bezet worden op het ene moment (bijvoorbeeld vóór schooltijd) om te zetten naar opvang op een ander moment (bv. tijdens schoolvakanties).



Top
 
Verstuur naar een vriend (nieuw venster) Dit venster afdrukken