Je peuter leert zelfstandig worden. Hij wil van alles bereiken, maar wordt daarbij in zijn ogen gehinderd door anderen of door zijn eigen beperkingen. Hierover kan hij wel eens gefrustreerd zijn:
- Je peuter wil iets zeggen, maar kan nog niet juist uitdrukken wat hij bedoelt.
- Je kind krijgt de deur van een kast niet open.
- Het lukt niet om een vormpje in de openingen van een blok te stoppen.
- Je peuter mag van jou niet in een fotoboek kijken.
- Hij mag niet aan het leuke speelgoed van grote zus komen.
Een peuter heeft ook weinig geduld. Als iets niet meteen lukt, kan hij zich heel kwaad maken en heel verdrietig zijn. Als je peuter boos of heel verdrietig is, zal hij daar wel een reden voor hebben. Probeer die reden te achterhalen.
Jij kan als ouder de frustraties van je kind benoemen en begrip tonen voor zijn gevoelens. Dit wil daarom niet zeggen dat je moet toegeven aan je kind. Je kan zeggen: "Ik weet wel dat je het niet leuk vindt dat je niet in dat fotoboek mag kijken" of "Je bent boos omdat ik niet goed begrijp wat jij me vertelt."
Het is belangrijk voor je kind dat het iemand heeft om hem te helpen rustig te worden. Vaak verliest een peuter zich in een woedebui en heeft hij zichzelf niet meer in de hand. Ook al ben je als ouder gegeneerd, kwaad, lastig omdat je kind midden in de winkel een woede-uitbarsting krijgt, toch heeft je peuter jou nodig om weer uit die bui te raken. Vaak is een kind na zo’n bui helemaal in de war en verdrietig, omdat het zelf niet altijd goed begrijpt wat hem overkomen is. Geduld en troost heb je dan als ouder nooit te veel.