Soms kan het als ouder wel eens moeilijk zijn om consequent te zijn. Toch is dat voor je kind noodzakelijk. Consequent zijn is iets afspreken met je kind en achteraf effectief uitvoeren wat je hebt aangekondigd. Soms worden er wel eens onuitvoerbare dreigementen geuit om een kind te laten schrikken, in de hoop dat het kind daardoor zal gehoorzamen. Op die manier leert je kind echter dat het zijn zin kan doordrijven, want de dreigementen worden toch niet uitgevoerd. Het omgekeerde gebeurt ook soms: er worden dingen beloofd aan een kind om iets gedaan te krijgen, maar de belofte wordt niet ingelost.
Wat kan je als ouder helpen om consequent te zijn?
- Als je moet straffen, doe het dan direct. Maar als je erg boos bent, is het raadzaam om eerst zelf tot rust te komen alvorens te straffen. Anders straf je misschien te streng. Een lichte straf kan je vaker herhalen en haalt daarom meer uit dan een zware straf die vaak onuitvoerbaar blijkt, bijvoorbeeld: “Je mag nooit meer mee naar de winkel!” Als je straft, kan je dat het best doen op een ernstige toon.
- Herhalen kan je nooit te veel bij peuters. Zij proberen graag van alles uit en beseffen nog onvoldoende dat jij dat echt niet wil. Soms vinden peuters jouw reacties zelfs grappig en beseffen ze niet dat ze hun ouders tot wanhoop drijven. Peuters kunnen ook nog niet lang onthouden en zijn soms al vergeten wat je een kwartier geleden hebt gezegd.
- Stel niet te veel regels op, maar beperk je tot wat je echt wil vermijden of aanpakken. Besef dat het volkomen normaal is dat je kind op ontdekkingstocht gaat en daarbij jouw huiskamer als het beloofde land beschouwt.
- Hanteer een duidelijke taal. “Straks” is een rekbaar begrip voor je kind, waardoor het wispelturig kan worden. Concreet aangeven wanneer je iets zal doen, maakt het voor je kind duidelijker, bijvoorbeeld: “Als we de autootjes hebben opgeruimd, gaan we wandelen.”
- Spreek je kind aan bij zijn naam, zodat het weet dat je tegen hem praat. Kijk je kind in de ogen om er zeker van te zijn dat je zijn aandacht hebt. Heeft je kind je wel gehoord? Een kind van bijvoorbeeld één jaar kan zich nog moeilijk concentreren op zaken die zich verder dan een meter afstand van hem bevinden. Bij een kind van twee is dat twee meter. Daarom is oogcontact heel belangrijk bij jonge kinderen.
- Geef je kind duidelijke opdrachten. Vraag het niet te veel ineens. Zorg ook dat de opdrachten aangepast zijn aan de leeftijd van je kind en dat je kind ze begrijpt.
Meer informatie over grenzen stellen, belonen en straffen.