Een plotselinge verandering van omgeving, de geboorte van een broertje of zusje, een echtscheiding, enz. zijn allemaal voorbeelden van gebeurtenissen die peuters en kleuters angst kunnen aanjagen. Vaak zien ze zichzelf als oorzaak van deze gebeurtenis. Kleine kinderen vragen zich af of zij dit niet hadden kunnen voorkomen: “Als ik maar wat flinker was geweest, dan was papa niet weggegaan.” Bij de komst van een nieuw broertje of zusje vragen ze zich vaak af of mama en papa hen nu ook nog graag zullen zien.