Veel 3- en 4-jarigen maken een periode door waarin ze stotteren. Het is eigenlijk geen echt stotteren. Het heeft te maken met het feit dat je kleuter boordevol emoties zit en alles tegelijk probeert te zeggen. Hij kent nog onvoldoende woorden en, op zoek naar het juiste woord, blijft hij hetzelfde eindeloos herhalen. Deze periode gaat vanzelf voorbij en hoeft geen ongerustheid op te wekken.
We spreken van stotteren wanneer een kind klanken en delen van woorden herhaalt, wanneer het klanken verlengt en blokkeert. Een voorbeeld:
Een kind van 4 vertelt: “En t.toen en t.toen en toen kkkwamen er allemaal dradradraken, hele gggrote draken en die die die die die heb ik doodgemaakt.”
Bij 6 op de 10 kinderen met zulke verschijnselen gaat het stotteren na verloop van tijd vanzelf over. Maar bij 4 op de 10 kinderen wordt het stotteren erger. De helft van de stotteraars begint te stotteren voor de leeftijd van 4 jaar. De andere helft begint te stotteren voor de tiende verjaardag.
Zekere verklaringen voor stotteren zijn er nog niet. Wel neemt men aan dat stotteren in aanleg aanwezig moet zijn. Vaak lijkt er een erfelijke factor mee te spelen. Het valt ook op dat meer jongens dan meisjes de neiging tot stotteren vertonen. Bepaalde omstandigheden kunnen het stotteren ook meer tot uiting laten komen. Spanning in de omgeving zoals een sinterklaasbezoek, problemen op school, een verhuizing, ruzie in het gezin, enz. kunnen het stotteren in de hand werken.
Als je denkt dat het stotteren te lang aanhoudt en je je ongerust maakt, overleg dan met je huisarts, de regioverpleegkundige van Kind en Gezin, de arts van het consultatiebureau of het CLB dat verbonden is aan de school van je kind.