Als je kind eetproblemen heeft, is het belangrijk om na te gaan wat de oorzaak ervan zou kunnen zijn. Verschillende factoren kunnen een invloed hebben op het eetgedrag van je kind. Je kind, jijzelf en je omgeving kunnen allen een rol spelen en elkaar ook beïnvloeden. Het is nuttig om als ouder na te gaan wat de mogelijke oorzaken kunnen zijn. Zo kan je zelf bepaalde situaties beter begrijpen of bepaalde aspecten aanpakken en veranderen.
Er zijn heel wat kenmerken van je kind die een invloed kunnen hebben op zijn eetgedrag. Soms ontstaat het eetprobleem door een of andere factor, maar blijft het probleem duren door een andere factor. Je kind kan bijvoorbeeld tandjes krijgen en niet goed eten, maar ook net last hebben van darmkrampen. Deze combinatie van pijn kan ervoor zorgen dat je kind slecht blijft eten.
De volgende kenmerken van je kind kunnen zijn eetgedrag beïnvloeden. Je kan eens bij jouw kind nagaan of een van de volgende kenmerken een invloed kan hebben op zijn eetprobleem:
Leeftijd en ontwikkelingsniveau
Vanaf de leeftijd van 1 jaar gaat een kind minder eten. Je kind groeit nu iets minder snel en heeft minder behoefte aan eten.
Vanaf de leeftijd van 1 jaar kan een kind kieskeuriger worden op het vlak van eten. De smaak gaat zich ontwikkelen. Het kind zal duidelijke voorkeuren voor bepaalde soorten voedsel ontwikkelen.
Wanneer je kind ongeveer 1,5 jaar is, zal het vaak zelf willen eten, maar het zal dit heel onhandig doen.
Tijdens de koppigheidsfase (vanaf 1,5 jaar) zal je peuter altijd “nee” zeggen, omdat hij daarmee zijn eigen wil kan tonen. Hij zal ook vaak “nee” zeggen tegen het eten.
Temperament
Bijvoorbeeld: een beweeglijk en actief kind kan meer moeite hebben om stil te blijven zitten aan tafel. Je kan het helpen door het een duidelijke structuur te bieden. Je kind positieve opmerkingen geven over zijn goed gedrag zal het aanmoedigen.
Lichamelijke of medische oorzaken
Bijvoorbeeld: pijn door darmkrampen, tandjes die doorkomen, een opkomende ziekte, enz.
Moeilijkheden met slikken of kauwen, slikstoornis, enz.
Aangeboren afwijking
Bijvoorbeeld een gespleten lip en / of verhemelte.
Verwerking van ingrijpende ervaringen, verdriet
Bijvoorbeeld: geweld, een nieuw broertje of zusje, enz.
Eten wordt opgevat als een spel en niet als eten
Bijvoorbeeld: voortdurend met de handjes in het bord figuren vormen met het eten.
- Kenmerken van jou als ouder
Als ouder heb je een grote invloed op het eetgedrag van je kind. Hoe ga je als ouder om met je kind? Hoe reageer je wanneer je kind niet wil eten? Kan je als ouder ergens op adem komen? Wat vind je als ouder belangrijk in het eetprobleem van je kind?
De volgende kenmerken van jezelf als ouder en de omgang tussen jou en je kind kunnen het eetgedrag van je kind beïnvloeden. Je kan eens bij jezelf nagaan of een van de volgende kenmerken een invloed kan hebben op zijn eetprobleem:
- Persoonlijke problemen bij (één van) de ouders.
- Eetproblemen bij (één van) de ouders.
Bijvoorbeeld: je kind voeden vanuit je eigen behoeften (je kind heel veel willen laten eten, je kind mee op dieet laten gaan, enz.). - Problemen in het gezin
Bijvoorbeeld: relatieproblemen, stress, enz. - De verwachtingen die je als ouder hebt over het eetgedrag van je kind.
Bijvoorbeeld: verwacht ik van mijn peuter van 1,5 jaar dat hij alles zonder problemen opeet? Is dat realistisch? - Welke eetgewoonten hou ik er voor mijn kind op na?
Bijvoorbeeld: hanteer ik een regelmatig voedingsschema voor mijn kind? Laat ik mijn kind overdag niet te veel eten tussendoor? Zeg ik duidelijk aan mijn kind wanneer het etenstijd is en wat het moet opeten?
- Kenmerken van de omgeving
Niet alleen je kind en jij als ouder spelen een rol in het eetgebeuren, ook de omgeving waarin jullie leven heeft hier een grote invloed op. Je kan eens bij jezelf nagaan of een van de volgende kenmerken een invloed kan hebben op het eetprobleem van je kind:
- Spanningen en opwinding rond het eetgebeuren.
Bijvoorbeeld: ruzie in huis, een tv die aanstaat, iedereen die zijn verhaal kwijt wil, enz. - Gebrek aan steun van familie, vrienden, buren, enz.
- Een ingrijpende gebeurtenis.
Bijvoorbeeld: een oppas, een ziekenhuisopname, een verhuizing, enz. - Een druk dagschema met weinig aandacht / ruimte voor eetsituaties.
- Het nabootsen van broer of zus met eetproblemen.