Mond
Afwijkingen aan mond en keelholte leiden vaak tot eetproblemen.
Mondproblemen bemoeilijken het zuigen en slikken.
Een gespleten lip (hazenlip): geen goede sluiting van de lippen rond de speen of tepel.
Een gespleten gehemelte: geen luchtledige ruimte bij het zuigen, zodat de melk niet goed wordt aangezogen.
Een aangeboren abnormale verbinding (fistel) tussen luchtpijp en slokdarm: de baby verslikt zich tijdens het voeden.
Een vernauwing van de slokdarm: de voeding blijft in het bovenste deel van de slokdarm steken.
