Te ziek voor de opvang
Een ziek kind kan in bepaalde gevallen in de opvang geweigerd worden.
Algemeen
topEen ziek kind kan in de opvang geweigerd worden in de volgende gevallen:
Het kind is te ziek om deel te nemen aan de normale activiteiten in de opvang.
Het zieke kind vraagt te veel aandacht en zorg zodat de gezondheid of de veiligheid van de andere kinderen niet gegarandeerd kan worden.
Het kind heeft een of meerdere van deze symptomen:
Diarree: bloederige ontlasting of verandering van het stoelgangpatroon met 3 waterige ontlastingen in de laatste 24 uur. Uitzondering: met ‘peuterdiarree’ mag het kind wél naar de opvang komen.
Braken: 2 of meer x tijdens de laatste 24 uur, tenzij wordt vastgesteld dat het braken niet veroorzaakt wordt door een besmettelijke ziekte en er geen gevaar voor uitdroging bestaat.
Bloedbraken.
Ademhalingsmoeilijkheden of ademnood.
Huiduitslag in combinatie met koorts of een verandering in het gedrag. Het kind kan weer naar de opvang komen als een arts bepaald heeft dat het niet om een besmettelijke ziekte gaat.
Mondslijmvliesontsteking met kwijlen, tenzij een arts bepaald heeft dat het niet (meer) besmettelijk is.
Het kind heeft koorts die samengaat met: keelpijn, braken, diarree, oorpijn, prikkelbaarheid, verwardheid, rode huiduitslag. Bij koorts is de opvolging afhankelijk van de leeftijd van het kind:
jonger dan 3 maand met 38°C of meer koorts = dringend advies van een arts;
tussen 3 en 6 maanden met 39°C of meer koorts = dringend advies van een arts;
op elke leeftijd met alarmtekenen = dringend advies van een arts.
Besmettelijke infectieziekten
topAls er een besmettelijke ziekte is, meldt de opvang dit, zonder namen te noemen, zodat de ouders weten dat hun kind eventueel ook besmet zou kunnen zijn en de juiste informatie aan hun arts kunnen geven.
Enkel voor de infectieziekten waarbij het vermeld staat, wordt voor de terugkomst een medisch attest gevraagd. In alle andere gevallen is dit niet nodig.
Het kind kan geweigerd worden bij hierna opgesomde besmettelijke infectieziekten:
| Ziekte | Wanneer kan het kind terugkomen? |
| Bof | Ten vroegste 9 dagen na het begin van de zwelling |
| Diarree / bacterie Escherichia coli 0127 (HUS) | Als het kind geen symptomen meer heeft en met bewijs van 2 negatieve ontlastingsculturen met min. 24 u. ertussen |
| Diarree / bacterie Salmonella (paratyfus) | Als het kind geen symptomen meer heeft |
| Diarree / bacterie Shigella (dysenterie) | Als het kind geen symptomen meer heeft en met bewijs van 2 negatieve ontlastingsculturen met min. 24 u. ertussen |
| Diarree / bacterie Yersinia enterocolitica | Als het kind geen symptomen meer heeft |
| Diarree / parasiet Giardia lamblia | Als het kind geen symptomen meer heeft en met bewijs van behandeling |
| Difterie of kroep | Met bewijs van de behandelend arts van niet-besmettelijkheid |
| Hepatitis A | Ten vroegste een week nadat de symptomen van geelzucht begonnen zijn |
| Acute hepatitis B | Als het kind geen symptomen meer heeft. Voor dragerschap geldt dat het kind naar de opvang kan komen als het geen bijtgedrag vertoont |
| Hersenvliesontsteking | Als het kind voldoende hersteld is |
| Kinderverlamming | Met een bewijs van de behandelend arts van niet-besmettelijkheid |
| Kinkhoest | Met een bewijs van de behandelende arts van toediening van 5 dagen antibiotica (van in totaal 14 dagen) |
| Krentenbaard of impetigo | Als de letsels volledig opgedroogd zijn of 24 u. na de start met antibiotica |
| Luizen | Onmiddellijk na de start van de behandeling met een bewijs van de ouders |
| Mazelen | Ten vroegste 4 dagen na het verschijnen van de uitslag |
| Rodehond | Ten vroegste 7 dagen na het verschijnen van de rode uitslag |
| Roodvonk | Ten vroegste 2 dagen na de start met antibiotica of ten vroegste 2 weken zonder behandeling |
| Schurft | Met bewijs van behandeling door de arts |
| Tuberculose | Met een medisch attest dat het kind niet besmettelijk is |
| Waterpokken | Ten vroegste 6 dagen na het verschijnen van de eerste blaasjes of zodra de blaasjes volledig opgedroogd zijn |
