Vaccinaties
In de kijker |
Vaccineren gebeurt door een entstof (vaccin) in het lichaam te brengen. Het vaccin bestaat uit dode of sterk verzwakte ziektekiemen (virussen of bacteriën) of delen ervan. Als reactie op deze lichaamsvreemde stof maakt het immuunsysteem antistoffen aan.
Deze antistoffen blijven in het lichaam aanwezig. Soms is dat levenslang, soms neemt de hoeveelheid antistoffen met de jaren af en moet er opnieuw gevaccineerd worden (herhalingsvaccin) om de hoeveelheid antistoffen voldoende hoog te houden.
Wanneer de echte ziektekiemen het lichaam binnendringen, herkent het immuunsysteem die vlugger en kunnen de reeds aangemaakte antistoffen de indringer onmiddellijk neutraliseren.
Vaccinatieschema
topHet is belangrijk om een kind te vaccineren. De vaccinaties beschermen niet alleen het kind zelf, maar ook het gezin en de omgeving.
Kind en Gezin volgt de aanbevelingen van de Hoge Gezondheidsraad.
Respecteer de leeftijden van het vaccinatieschema.
Hou rekening met het interval (de noodzakelijke tijd tussen 2 vaccinaties). Dit is van belang voor een degelijke bescherming. Een interval verlengen is soms mogelijk (vb. in geval van ziekte van een kind), een interval verkorten kan niet.
Start met vaccineren op 8 weken: hoe langer men hiermee wacht, hoe groter de kans dat de infectie reeds toeslaat.
Een verkoudheid, matige koorts (minder dan 38,5 °C) of het innemen van antibiotica vormen geen reden om niet te vaccineren. Ook kinderen met astma of allergie mogen ingeënt worden.
Een ernstige allergische reactie op een vorig vaccin is wel een reden om ditzelfde vaccin niet meer opnieuw toe te dienen.
Hoe wordt een kind gevaccineerd?
topHet kind krijgt de meeste vaccins via een injectie.
Op elk van de 5 vaccinatieconsulten krijgt het kind 1 of maximum 2 prikjes, wat het kind beschermt tegen 12 infectieziekten.
Onder de 12 maanden prikt de arts in het bovenbeen (dijbeen).
Boven de 12 maanden kiest de arts de bovenarm.
Prikken in de bil doen artsen niet meer. Daar kan het vaccin in het vetweefsel terechtkomen in plaats van in de spier. In dat geval wordt het vaccin minder goed opgenomen en is de kans op lokale bijwerkingen groter.
Het vaccin tegen het rotavirus wordt via de mond toegediend.
De vaccins tegen poliomyelitis, difterie, tetanus, kinkhoest, hepatitis B en Haemophilus influenzae B zitten in dezelfde spuit.
De vaccins tegen mazelen, bof en rubella zitten in één spuit.
