Waarom vaccineren?
Tegen heel wat infectieziekten bestaan vaccins. Het is belangrijk om het kind - van zodra het kan - te laten vaccineren waardoor het beschermd wordt tegen gevaarlijke infecties. Hoe langer men wacht, hoe groter de kans wordt dat een infectie ondertussen schade veroorzaakt.
Enkele van de vaccineerbare ziekten kunnen baby’s al op heel jonge leeftijd treffen.
Kinkhoest en Haemophilus influenzae b zijn in het eerste jaar het dodelijkst. Elk pasgeboren kind heeft weliswaar antistoffen (en dus bescherming) meegekregen van de moeder, maar die is niet van die aard dat ze de baby maandenlang beschermen.
Een vaccinatie moet beschouwd worden als een bescherming tegen elke toekomstige blootstelling aan een ernstige ziekte. Aangezien blootstelling vaak oncontroleerbaar en onvoorspelbaar is, kan men zich het best tijdig laten inenten. De vaccinaties beschermen bovendien niet alleen het kind, maar ook het gezin en de omgeving.
Persoonlijke bescherming van het kind
- Infectieziekten (waaronder ook de 'kinderziekten') zijn niet altijd onschuldig. Soms veroorzaken ze blijvende letsels of kan een kindje zelfs overlijden.
Vaccinaties beschermen een kind tegen deze infectieziekten. Het lichaam bouwt zo verdedigingsstoffen op. Zo heeft een kind veel minder kans om die ziekten te krijgen. De bescherming is groot, maar niet 100%.
Groepsbescherming van de bevolking
- Hoe beter de bevolking is gevaccineerd, hoe minder gemakkelijk een ziektekiem zich kan voortzetten.
Ook personen die niet ingeënt kunnen worden, bijvoorbeeld personen met een sterk verminderde weerstand, lopen minder kans om besmet te worden. Ze zijn onrechtstreeks beschermd door de hoge vaccinatiegraad van de totale bevolking.
Uitroeiing van besmettelijke ziekten
- Een hoge vaccinatiegraad kan leiden tot uitroeiing van ziekten. De pokken vormen daar een bewijs van. Het laatste geval van pokken werd vastgesteld in 1977.
- De Wereldgezondheidsorganisatie verklaarde Europa poliovrij in 2002. Toch wordt verder gevaccineerd omdat besmettingen mogelijk zijn door personen uit of verblijf in gebieden die nog niet poliovrij zijn.
De uitroeiing van mazelen is voorzien tegen 2020.
Opbouw van immuniteit
Vaccinaties versterken de natuurlijke weerstand tegen ziekten, onder andere door de opbouw van afweerstoffen. Het lichaam kan bijna onbeperkt afweerstoffen aanmaken. Vaccinatie is de eenvoudigste, veiligste en goedkoopste manier om afweerstoffen te krijgen.
Er is geen gevaar op overbelasting van het immuunsysteem van baby’s. Het kind gebruikt slechts 0,1% van zijn immuunsysteem om te reageren op een vaccinatie. Bovendien gebeurt de productie van vaccins steeds verfijnder, waardoor de huidige vaccins zuiverder zijn dan vroeger. Per vaccin bevatten ze minder antigenen en minder lichaamsvreemde eiwitten. Het antigen is de materie van ziektekiemen (eiwitten of suikerketens) die bij vaccinatie in het lichaam gebracht wordt. Door het gebruik van combinatievaccins worden nu meer vaccins per consult toegediend dan vroeger, maar is de blootstelling aan antigenen toch lager gebleven dan vroeger.
Ernstige bijwerkingen zijn uiterst zeldzaam. Er is ook geen wetenschappelijk bewijs voor een verband tussen een vaccinatie en een ernstige of chronische ziekte. De kwaliteit van de vaccins verbetert nog voortdurend. Mogelijke lichte bijwerkingen:
- matige koorts (minder dan 38,5 °C)
- lichte pijn, roodheid of zwelling op de injectieplaats. Dit verdwijnt meestal spontaan na enkele dagen.
Bij een vaccinatie tegen mazelen, bof of rodehond:
- mogelijk koorts tussen de 5de en de 12de dag na de vaccinatie.
- Soms is er ook een lichte rode huiduitslag en/of tijdelijke gewrichtspijn.
Is de reactie erger of bij ongerustheid, neem contact met de verpleegkundige van Kind en Gezin of de behandelend arts.
Opgelet!
Laat het kind na een vaccinatie 15 minuten onder medisch toezicht omwille van eventuele onmiddellijke reacties.
Vaccinatieschema Kind en Gezin
Kind en Gezin volgt de aanbevelingen van de Hoge Gezondheidsraad
