Pneumokokkeninfecties
De pneumokok is een veel voorkomende bacterie. Er bestaan 90 verschillende soorten. Veel gezonde mensen dragen pneumokokken in de neus en in de keel. Pneumokokken kunnen infecties zoals middenoorontsteking (otitis media) geven, maar leiden ook soms tot invasieve ziektebeelden door verspreiding via bloed en lymfen naar diverse weefsels. Op deze wijze kunnen bv. longontsteking (pneumonie), hersenvliesontsteking (meningitis) en bloedvergiftiging (sepsis) ontstaan waarbij een snelle interventie nodig is.
Kinderen onder de 2 jaar lopen een sterk verhoogd risico op een pneumokokkeninfectie. De ziekte kan snel en ernstig verlopen.
Symptomen
De eerste ziektetekenen lijken op een verkoudheid of griep:
- plots hoge koorts
- spierstijfheid
- rillingen
- hoesten
- slijmproductie
Een beginnende hersenvliesontsteking wordt aangekondigd door:
- hoofdpijn
- braken
- prikkelbaarheid
- koorts
- nekstijfheid
Opgelet!
Bij ouderen kunnen de symptomen minimaal zijn. De ziekte evolueert heel snel en kan op enkele uren een dringende behandeling noodzakelijk maken.
Complicaties
- stollingen in de bloedsomloop (bij bloedvergiftiging)
- littekenvorming
- doofheid
- problemen met de motoriek (bewegen)
- leer- of gedragsproblemen
- epilepsie
- overlijden (15 tot 20% van iedereen die hersenvliesontsteking door pneumokokken krijgt)
Besmetting
De bacterie wordt overgedragen via de lucht, door hoesten en niezen.
Wanneer een andere persoon de bacterie inademt, wordt hij besmet. Een kind kan besmet zijn zonder ziek te worden, maar het kan dan wel andere kinderen besmetten.
Een geïnfecteerde persoon is vermoedelijk besmettelijk zolang de bacterie zich in de bovenste luchtwegen bevindt.Wanneer een efficiënte antibioticatherapie wordt gestart, is de persoon na 24 tot 48 uur niet meer besmettelijk.
Behandeling
Een pneumokokkeninfectie wordt behandeld met antibiotica. De laatste 10-15 jaar is de antibiotica-resistentie van pneumokokken dramatisch gestegen, waardoor de pneumokok hoe langer hoe ongevoeliger wordt voor antibiotica. Een goede preventie door vaccinatie is noodzakelijk.
Preventie
Vaccinatie wordt aanbevolen ter preventie van een invasieve infectie (besmetting van organen via de bloedbaan).
Vaccinatie verlaagt het aantal ernstige pneumokokkeninfecties bij nog niet-gevaccineerde kinderen en volwassenen als gevolg van de zogenaamde ‘kudde-immuniteit’.
Het 'samengestelde pneumokokkenvaccin' beschermt tegen 13 veel voorkomende pneumokokkensoorten en zorgt ervoor dat het afweersysteem van de baby in actie gezet wordt. Dit in tegenstelling tot de oudere vaccins tegen de pneumokok die niet werkzaam zijn bij baby's.
- Vaccinatie wordt aanbevolen op de leeftijd van 8 en 16 weken en op 12 maanden.
Op 8 en 16 weken krijgt de baby normaal gelijktijdig het hexavalente vaccin waardoor de kans dat de baby koorts maakt iets groter is.
Het vaccin beschermt niet tegen alle pneumokokkensoorten.
Een kind met een pneumokokkeninfectie mag niet naar de opvang.
Meestal is een ziekenhuisopname nodig.
Het kind kan terug naar de opvang als het voldoende hersteld is.
- Bij de eerste alarmerende symptomen, raadpleeg onmiddellijk een arts.
- Verwittig Toezicht Volksgezondheid voor overleg over verdere acties.
- Wees alert op symptomen bij andere kinderen in de opvang.
- Waarschuw alle ouders als een pneumokokkeninfectie in de opvang werd vastgesteld.
