Aansprakelijkheid
Wanneer in de opvang een fout wordt gemaakt waardoor iemand schade lijdt, dan kan een rechter de opvang aansprakelijk stellen. In de opvang is men niet alleen verantwoordelijk voor eigen daden, maar soms ook voor die van de kinderen of medewerkers.
Strafrechtelijke aansprakelijkheid
topSommige schadegevallen zijn zo speciaal dat de wet er een straf aan verbindt, zoals een gevangenisstraf. Tegen deze strafrechtelijke aansprakelijkheid kan men zich niet verzekeren.
Burgerlijke aansprakelijkheid
topBij burgerlijke aansprakelijkheid is er geen straf, maar moet de schade wel vergoed worden. Tegen burgerlijke aansprakelijkheid kan men zich verzekeren.
Een fout
Een fout kan bestaan uit:
het niet naleven van een rechtsregel, bv. wanneer de fysieke of psychische veiligheid van kinderen in het gedrang komt
onzorgvuldig of onverantwoord handelen. Hier gaat een rechter na of de opvang zich als ‘een goede huisvader’ heeft gedragen. Een rechter kan zich hiervoor baseren op de aanbevelingen van Kind en Gezin, ook al zijn ze niet afdwingbaar.
Iedereen is wettelijk verplicht een kind in nood te helpen. Men kan dus ook foutief handelen door iets niet te doen of nalatig te zijn. Bv: niet de gepaste verzorging geven, niet de nodige hulp inroepen bij een ziek kind, niets doen bij een vermoeden van mishandelen.
In principe wordt er geen rekening mee gehouden of de persoon al dan niet opzettelijk handelde.
Is de schade te wijten aan toeval of overmacht, dan is men niet aansprakelijk.
Bij een schadegeval worden doen en laten beoordeeld in zijn concrete context. Daarom moet elke situatie afzonderlijk worden beoordeeld.
Eigen daden
De persoon die opvangt doet, is verantwoordelijk voor de gevolgen van zijn of haar daden.
Ook organisaties kunnen foutieve daden stellen. Het is bijvoorbeeld onrechtmatig dat een organisatie opvang weigert op grond van huidskleur of ras.
Het slachtoffer moet aantonen dat:
men een fout heeft begaan of nalatig of onvoorzichtig bent geweest
men schade heeft aangericht
er een oorzakelijk verband bestaat tussen die fout en de schade
Bv.
Een begeleider begaat een onvoorzichtigheid als er een kind van een tafel valt, terwijl hij of zij aan de andere kant van de kamer aan het telefoneren bent.
Een kind verwondt zich met een mes dat onbeheerd werd achtergelaten.
Daden van opgevangen kinderen
Kinderopvang is aansprakelijk voor de daden van de kinderen die onder toezicht staan, ook al begaat men geen persoonlijke fout.
Het slachtoffer moet aantonen:
dat het kind onder toezicht stond
dat het kind een daad stelde met een onrechtmatig karakter
dat de benadeelde schade lijdt
Om te beoordelen of de daad van het kind onrechtmatig is, wordt nagegaan hoe een normaal voorzichtig en redelijk kind in dezelfde omstandigheden zou handelen. In de beoordeling wordt rekening gehouden met de specifieke omstandigheden, zoals de leeftijd van het kind, zijn karakter, enz.
Wanneer een kind bv. naar een ander kind wijst en daarbij zijn vinger in het oog van dat andere kind steekt, dan heeft het de algemene zorgvuldigheidsnorm geschonden. Een normaal voorzichtig en redelijk mens wijst niet van een zo nabije afstand naar een ander.
Wanneer een kind echter zijn evenwicht verliest en in zijn val een ander kind omverwerpt, dan heeft het kind geen algemene zorgvuldigheidsnorm geschonden. Als bij een spel twee kleuters tegen elkaar botsen, waardoor de bril van een van de kinderen beschadigd wordt, is het bewijs van een objectief onrechtmatige daad niet geleverd.
De wet veronderstelt dat de begeleider heeft gefaald in zijn of haar toezicht: ‘vermoede aansprakelijkheid’.
Men kan zich van zijn aansprakelijkheid ontdoen wanneer men kan bewijzen dat men alles deed wat normaal en redelijk kon worden verwacht, zodat de daad van het kind onmogelijk te verhinderen was.
Het volstaat niet aan te tonen dat men in de praktische onmogelijkheid was om toezicht te houden. Bv. Een kind verwondt zich ernstig aan de hand. De onthaalouder loopt ermee naar de dokter die naast de deur woont. Tijdens haar of zijn afwezigheid heeft een kind met een schaar een ander kind verwond. Het feit dat de onthaalouder dringend naar de dokter liep, ontslaat de persoon niet van zijn of haar verplichting tegenover de andere kinderen.
Het slachtoffer kan bijkomend ook de ouders of het kind persoonlijk aanspreken. De rechter kan de aandelen in de aansprakelijkheid verdelen en ieders bijdrage in de schadevergoeding bepalen.
Als men als begeleider in dienst van een werkgever of aansteller werkt, zal het slachtoffer de werkgever of aansteller aanspreken.
Ouders
Kinderen vormen door hun spontaniteit en onervarenheid een bijzonder risico om fouten te begaan, maar hebben gewoonlijk niet de financiële mogelijkheden om in te staan voor hun daden. Om de ouders te kunnen aanspreken, moet het slachtoffer aantonen dat:
het kind een daad stelde met een onrechtmatig karakter
de benadeelde schade lijdt
Om te beoordelen of de daad van het kind onrechtmatig is, wordt nagegaan hoe een normaal voorzichtig en redelijk kind in dezelfde omstandigheden zou handelen.
De wet veronderstelt dat de ouders een fout begaan hebben in de opvoeding van hun kind of in het toezicht op hun kind: ‘vermoede aansprakelijkheid’.
De ouders kunnen zich van hun aansprakelijkheid ontdoen door te bewijzen dat zij het kind:
voldoende bewaakt hebben of de bewaking hebben toevertrouwd aan iemand in wie zij terecht vertrouwen mochten hebben
een goede opvoeding gegeven hebben.
Soms zijn de ouders dus aansprakelijk, ook al staat het kind op het ogenblik dat de schade werd veroorzaakt onder toezicht van een derde. De rechter zal soms de aansprakelijkheid verdelen.
Bv.
Een spel waarbij leerlingen in een klaslokaal elkaar herhaaldelijk natspoten, was ontaard in baldadigheden waarbij een van de leerlingen zijn klasgenoot een vuistslag op het kaaksbeen gaf. De rechtbank oordeelde dat de leraar en de ouders elk voor de helft aansprakelijk waren: de leraar wegens een gebrek aan toezicht en de ouders wegens een gebrek in de opvoeding.
Gebouw en inrichting
De eigenaar van een gebouw wordt geacht aansprakelijk te zijn voor de gebreken van een gebouw door een verzuim van onderhoud of een gebrek in de bouw.
Bv.
Een buitenschoolse opvang huurt een pand. Een kind zakt door een vloerplank, als gevolg van slecht onderhoud, en breekt hierbij een been. In principe is de verhuurder aansprakelijk.Een eigenaar kan zich van zijn aansprakelijkheid ontdoen als men kan aantonen dat de schade is ontstaan door een vreemde oorzaak of door een fout van het slachtoffer.
Als huurder is het belangrijk dat men de gebreken van een gehuurd pand tijdig en bij voorkeur schriftelijk aan de verhuurder meldt.
Gebrekkige voorwerpen
Als iemand een gebrekkig voorwerp onder zijn bewaring heeft waardoor een ander schade ondervindt, dan is men aansprakelijk, zelfs al heeft men geen fout begaan.
Het slachtoffer moet aantonen dat:
de zaak onder jouw bewaring stond
de zaak een gebrek vertoonde
hij of zij schade leed
er een oorzakelijk verband bestond tussen het gebrek van de zaak en de schade.
Bv.
In een kinderdagverblijf wordt een kapot speeltuig gebruikt. Een kind raakt daardoor gewond. Het gebrekkige speeltuig stond onder bewaring van het kinderdagverblijf, zodat dit aansprakelijk is als bewaarder van de gebrekkige zaak.
De bewaarder kan zich alleen maar van zijn aansprakelijkheid ontdoen als de schade (en niet het gebrek) te wijten is aan toeval of aan de daad van een derde.
Werkgevers en aanstellers
Als men medewerkers tewerkstelt of aanstelt die bij de uitoefening van hun beroep schade aan derden berokkenen, kan het slachtoffer de aansteller of werkgever aanspreken, ook al beging die zelf geen fout.
De schade moet plaatshebben tijdens de werkuren en moet verband houden met het werk.
Het slachtoffer moet aantonen dat:
het gaat om een aangestelde in de uitoefening van zijn of haar taak
de aangestelde foutief heeft gehandeld
de benadeelde schade geleden heeft.
Bv.
Een begeleider in de buitenschoolse opvang laat op een verwijtbare manier na medische hulp in te roepen na een ongeval met een kind. De instantie die de buitenschoolse opvang organiseert, zal aansprakelijk zijn voor de schade.
De werkgever of aansteller kan alleen een tegenbewijs leveren in geval van overmacht.
De werkgever of aansteller kan van de werknemer of aangestelde de betaalde vergoeding terugvorderen als de schade is ontstaan door bedrog, zware schuld of gewoonlijk voorkomende lichte fout van zijn werknemer.
Opgelet! Ook als men niet verbonden is door een arbeidsovereenkomst, kan men eventueel als aangestelde worden beschouwd.
Dieren
De eigenaar van een dier of de persoon die het dier onder toezicht heeft, is aansprakelijk voor de schade die het dier aanricht.
Bv.
Als een hond van een bezoekende ouder een kind of een personeelslid bijt, is de bezitter van de hond aansprakelijk voor de schade. Als echter een personeelslid een hond meebrengt naar het werk en de werkgever dit toelaat, kan ook de werkgever aansprakelijk gesteld worden.
Als een kind bij een bezoek aan een kinderboerderij gebeten wordt door een dier, dan is de beheerder van de kinderboerderij aansprakelijk.
De toezichthouder kan zich van zijn aansprakelijkheid ontdoen door aan te tonen dat de schade niet door het dier is ontstaan, maar door de fout van een derde, van het slachtoffer of door een vreemde oorzaak.
