Kindvriendelijke plek

Als een kind zich ergens veilig voelt, gaat het op ontdekking. Spelenderwijze ontwikkelt het zich. Het is een kunst voor de opvang om de ruimtes zo in te richten dat ze geborgen, uitdagend en gevarieerd zijn.

Geborgenheid

Kinderen voelen zich verloren in grote, onoverzichtelijke ruimtes.

  • Doorbreek de grootschaligheid met hoeken, gordijnen of speelzones. Een overzichtelijke en duidelijk ingerichte ruimte maakt de kinderen duidelijk wat zich waar afspeelt.

  • Eten en slapen gebeuren het best altijd op dezelfde plaats.

  • Verander voor kleine kinderen niet te vaak van ruimte.  


Zowel stimulerende als rustgevende plekken

  • Zorg voor voldoende ruimte en bewegingsvrijheid.

  • Bied voldoende zintuiglijke prikkels, vooral aan de kleinsten, die nog niet kunnen kruipen of lopen (zorg dat ze goed kunnen rondkijken, breng ze in contact met de buitenwereld, laat ze kennismaken met verschillende materialen, ...).

  • Geef het speelgoed een vaste plek, zodat de kinderen zelf speelgoed kunnen nemen en terugzetten.

  • Zorg ook voor rustige plekjes. Een kind moet zich uit de groep kunnen terugtrekken als het dat wil.

  • In de eetruimte, de slaapkamer en de plaats om huiswerk te maken beperk je het prikkelaanbod (bv. koele kleuren, sobere decoratie, weinig of geen speelgoed).

  • Bevorder de zelfstandigheid (bv. lage kapstokjes, een wastafel waar het kind bij kan, vrije toegang tot het toilet, ...). 


Eigenheid van kinderen

  • Zorg voor eigen spulletjes van elk kind in de groepsruimte (bv. foto’s, knuffels, een eigen kastje, knutselwerkjes, ...).

  • Laat de verschillende culturen meespelen in het speelgoed, de decoratie, de berichtjes aan de muur, ... Zo voelt ieder kind zich beter thuis.

  • Verbreek de uniformiteit door voor elk kind een verschillend bedje, kastje en kapstokje te gebruiken. 


Schoolgaande kinderen

Buitenschoolse opvang moet vooral ontspannend zijn. Huiswerk kan, maar na een lange, vermoeiende schooldag is het belangrijk dat de kinderen echt vrije tijd hebben. Verschillende activiteiten zijn mogelijk: buitenspel of binnenspel, groepsspel of individueel spel, rustig spel of actiespel, stoeipartijen, knutselactiviteiten en gezelschapsspelen. 

Je stimuleert vrij spel door keuzes aan te bieden:

  • Richt speelzones in met verscheidene materialen, aangepast aan de spelbehoeften van de verschillende leeftijdsgroepen. 

  • Ruim zowel een plaats in voor activiteiten tussen leeftijdsgenoten als een plaats waar kinderen van alle leeftijden bij elkaar kunnen zijn.

  • Polyvalente ruimtes kunnen meerdere functies vervullen, naargelang de spelbehoeften van de kinderen.

  • Bedenk alternatieven voor ongewenst gedrag (bv. als kinderen op de muur tekenen, wijs dan aan op welke plaats ze wel kunnen tekenen). 


Buitenspeelruimte

Lagereschoolkinderen hebben ruimte buiten nodig om zich te kunnen uitleven. Ze houden van afwisseling, van avontuurlijke spelletjes en trekken graag op onderzoek in de natuur:

  • bouwen (hout, zand, keien)

  • fantaseren (huisje)

  • zintuiglijk (wilde tuin, moestuin, water, ...)

  • fijn motorisch (knikkeren, petanque spelen, ...)

  • grof motorisch (kronkelige paadjes, een hellend terrein, een klimtoren, ...) 

De buitenruimte kan je in overleg met de schoolkinderen indelen. Stel je in de plaats van de kinderen en laat je fantasie en creativiteit de vrije loop.

Gebruiksovereenkomst Toegankelijkheidsverklaring

Vlaamse overheid