Lichte stijging geboortecijfer 2016

12 juni 2017

Geboortecijfer Kind en Gezin 
In 2016 registreerde Kind en Gezin 66 803 geboorten bij moeders met een woonplaats in het Vlaamse Gewest. Dat zijn er 552 meer dan in 2015 of een stijging van 0,8%. Hierdoor is er opnieuw een lichte toename van het geboortecijfer, na de dalende trend sinds 2011 (van 71 186 in 2010 naar 66 251 in 2015). 

Enkel in Oost-Vlaanderen een daling
De stijging van het aantal geboorten doet zich voor in 4 van de 5 provincies, enkel Oost-Vlaanderen kent een daling  (-1,5%). De stijging is het sterkst in de provincies West-Vlaanderen (+2,6%) en in Vlaams-Brabant (+1,7%). 

Geboorterang en leeftijd van de moeder bij kinderen geboren in 2016 in Vlaanderen 
44,8 % van de borelingen was het eerste kind van de moeder, 35,4% was een tweede geboorte en ongeveer 1 kind op 5 had pariteit 3 of meer. 70,2% van de kinderen heeft bij geboorte een moeder tussen 25 en 35 jaar. 1,3% heeft een moeder van onder de 20 jaar, 2,7% van de kinderen heeft een moeder ouder dan 40 jaar. 

Aandeel borelingen met moeder van niet-Belgische origine neemt verder licht toe 
Kind en Gezin registreert de origine van de moeder van het kind door de moeder te vragen naar haar nationaliteit bij haar geboorte. Het feit dat een moeder bij haar geboorte een andere nationaliteit had wil niet noodzakelijk zeggen dat ze zelf geïmmigreerd is. Ze kan al heel haar leven in Vlaanderen wonen.  

In 2016 heeft 26,4% van de kinderen geboren in 2016 een moeder die bij haar geboorte niet de Belgische nationaliteit had. Dit percentage is toegenomen tegenover 2015 (+0,4 procentpunt).  

Het gaat om meer dan 170 verschillende nationaliteiten. De meest voorkomende niet-Belgische nationaliteiten van de moeders zijn Marokkaans (4,4% van de borelingen), Nederlands (2% van de borelingen) en Turks (1,8% van de borelingen). 

Daling van het Totale VruchtbaarheidsCijfer (TVC) is gestopt. Vruchtbaarheidscijfers voor vrouwen onder de 30 jaar opnieuw historisch laag in 2016
We zien dat het TVC van 2016 nagenoeg op hetzelfde peil ligt als in 2015 en stellen dus vast dat de daling van het TVC gestopt is en dit zowel bij Belgische als niet-Belgische vrouwen. De vruchtbaarheid bij niet Belgische vrouwen blijft opmerkelijk hoger dan deze bij Belgische vrouwen. Als we naar de Leeftijdsspecifieke VruchtbaarheidsCijfers (LVC) kijken dan zien we dat in 3 van de 4 leeftijdsklassen het aantal geboorten per 100 vrouwen verder daalt en dat dit vooral zichtbaar is bij de vrouwen tussen 25 en 30 jaar. 

Doordat de vruchtbaarheid bij 20 tot 25 jarigen ook licht verder gedaald is, kunnen we net zoals vorig jaar zeggen dat de vruchtbaarheid bij vrouwen onder de 30 jaar nooit zo laag is geweest. 

Enkel bij vrouwen tussen 30 en 35 jaar zien we een stijging tov 2015. Dat het TVC niet verder is afgenomen, komt dus door de stijging van het LVC van de 30 tot 35-jarigen die de dalingen in de andere leeftijdscategorieën compenseert. 
 
Stijging geboortecijfer door grotere cohorte vrouwen op vruchtbare leeftijd 

Omdat het Totale vruchtbaarheidscijfer nagenoeg ongewijzigd blijft, ligt de verklaring voor de stijging van het geboortecijfer niet zozeer in toegenomen vruchtbaarheidscijfers. De stijging komt er vooral omdat er in 2016 een groter aantal vrouwen tussen 20 en 40 jaar was ten opzichte van 2015. 
Volgens de demografische vooruitzichten van het Federaal Planbureau en Algemene Directie Statistiek zou het geboortecijfer de volgende jaren blijven stijgen tot meer dan 71.000 in 2021. De cijfers van volgend jaar zullen uitwijzen of 2016 het begin was van een aanhoudende stijging van het aantal geboorten. 

Dynamische cijfers en grafieken over geboorte
Dynamische cijfers en grafieken over vruchtbaarheid