Kansarmoedecijfers 2016

16 juni 2017

Kansarmoede-index per provincie en geboortenationaliteit van de moeder
De kansarmoede-index bij zeer jonge kinderen verschilt naargelang de provincie. In Antwerpen ligt de index met 16,2% het hoogst, in Vlaams-Brabant het laagst met 8%. De kansarmoede-index neemt in elke provincie toe. 
De kansarmoede-index bij kinderen waarvan de moeder bij haar geboorte niet de Belgische nationaliteit had, ligt heel wat hoger dan de index bij kinderen met een moeder van Belgische origine (31,6% versus 5,8%). We zien in elke provincie een groot verschil, wat betekent dat bij kinderen met een moeder van niet-Belgische origine kansarmoede veel meer voorkomt dan bij kinderen met een moeder van Belgische origine.  

Kansarmoede-index op gemeentelijk niveau
In 2 op de 3 (202 van de 308) Vlaamse gemeenten neemt de kansarmoede-index in 2016 toe, bij 101 gemeenten is sprake van een daling. In 5 gemeenten bleef de KA-index exact op hetzelfde peil als in 2015. Het volledig overzicht van de gemeentelijke cijfers is online beschikbaar. 
In ongeveer 80% van de gemeenten waar de index 2016 verschilt van die van 2015, bedragen de schommelingen hoogstens 2 procentpunten (zowel – als +). Stijgingen van meer dan 2 procentpunt komen vaker voor dan dalingen van 2 procentpunt. 
Bij de evoluties op gemeentelijk vlak mag wel niet worden vergeten dat kleine verschuivingen in het aantal jonge kinderen zich vaak uiten in grote procentuele evoluties.  
Als we de evolutie van de index bekijken in de periode 2015-2016 per type gemeente, dan zien we dat de stijging zich in alle types gemeenten voordoet, maar dat de toename van de index het grootst is in de centrumsteden en in de stedelijke rand rond Brussel. 

Kenmerken van de kinderen en gezinnen in kansarmoede 
Van de kinderen die volgens de index 2016 in kansarmoede leven, kunnen we meegeven in welk type gemeente ze wonen en wat de origine van hun moeder is. 
50,6% van de kinderen in kansarmoede leeft in 13 steden (Antwerpen en Gent en de 11 centrumsteden). Kansarmoede is ontegensprekelijk sterker aanwezig in de steden maar kan tegelijk niet losgekoppeld worden van de origine van de moeder. 64,2% van de kinderen die opgroeien in kansarmoede heeft een moeder die bij haar geboorte niet de Belgische nationaliteit had. Er doen zich wel opmerkelijke verschillen voor tussen de provincies. Zo illustreren de cijfers dat in Antwerpen 73,3% van de kinderen in kansarmoede een moeder heeft die bij haar geboorte niet de Belgische nationaliteit had. In West-Vlaanderen ligt dat percentage heel wat lager (48,3%).  

Op welke domeinen manifesteert kansarmoede zich? 
Door te kijken naar de criteria kunnen we voor de kinderen die leven in kansarmoede aangeven op welke domeinen kansarmoede zich vooral manifesteert. Bij hoeveel kinderen in kansarmoede werd een bepaald domein als kwestbaar beschouwd door de medewerkers van Kind en Gezin.
De cijfers tonen aan dat 3 domeinen bij meer dan 8 op de 10 kinderen in kansarmoede als onvoldoende worden beoordeeld. Kansarmoede gaat dus vooral gepaard met een beperkt inkomen, met werkloosheid of een precaire arbeidssituatie en met een laag opleidingsniveau van de ouders. Iets meer dan de helft van de kinderen in kansarmoede heeft een gebrekkige huisvestingssituatie. Gezondheid en stimulatieniveau van de kinderen zijn domeinen waar de kwetsbaarheid lager ligt. 
Uit nadere analyses weten we dat bij 62% van de kinderen (minstens) de 3 socio-economische criteria tegelijk onvoldoende beoordeeld worden.

Situering ten opzichte van andere armoede-indicatoren
De aanhoudende stijging van de kansarmoede-index is opvallend en geeft ook aan dat heel wat kinderen in een minder kansrijke omgeving starten. Anderzijds wisten we al uit andere armoede-indicatoren dat meer dan 12% van de kinderen opgroeit in een gezin met een eerder beperkt inkomen. Zo weten we op basis van de SILC-enquête (berekend op de data 2013-2015) dat 13% van de kinderen leeft in een gezin met een gestandaardiseerd beschikbaar inkomen onder de armoederisicodrempel. Op basis van cijfers van het RIZIV leiden we af dat 12,8% van de 0 tot 5-jarigen recht heeft op de verhoogde tegemoetkoming. En ook uit de kinderbijslag weten we dat zo’n 12% van de kinderen uit het Algemeen Stelsel recht heeft op een sociale toeslag op basis van een beperkt inkomen én een situatie van werkloosheid of inactiviteit of in geval van eenoudergezin. 
De kansarmoede-index bij zeer jonge kinderen komt nu op het niveau van die indicatoren te liggen. 

Duiding bij de stijging op Vlaams niveau
Kansarmoede neemt sterker toe bij kinderen met een moeder van niet-Belgische origine en er werden de laatste jaren ook meer kinderen geboren met een moeder van niet-Belgische origine. Dit vertaalt zich in een stijging van de kansarmoede.
Tegelijk mogen we niet vergeten dat de kansarmoede ook toeneemt bij kinderen met een moeder van Belgische origine. Ook bij hen zien we een stijging van de index.
We zien tot slot ook het effect van ingeweken kinderen geboren in de jaren 2014 en 2015. We stellen vast dat vele moeders van deze kinderen afkomstig zijn uit landen in Azië (waaronder Syrie, Afghanistan). In die gezinnen ligt kansarmoede veel hoger, wat ook logisch is wanneer het over vluchtelingen gaat. 

Ontdek onze dynamische cijfers en grafieken kansarmoede-index 2016