De missie van Kind en Gezin in 9 verhalen

27 juni 2017

Ondersteuning van de kinderopvang, samen staan we sterk(er) 
1 van de 9 verhalen in het jaarverslag 2016 gaat over de verschillende infomomenten en workshops die Kind en Gezin jaarlijks organiseert voor organisatoren in de kinderopvang. Inge Laenen, medewerker bij ’t OpZet en pedagogisch coach bij PTO Knisper Cego, legt uit hoe die ondersteuning gebeurt. 

In de rand van dit verhaal stelt Kind en Gezin vandaag de nieuwe cijfers over de opvang van baby’s en peuters online beschikbaar. Het gaat enerzijds om de meest recente gegevens over vergunde locaties en plaatsen, anderzijds ook over het gebruik van die vergunde opvang via tellingen van het aantal aanwezige kinderen. Vanaf nu maakt de nieuwe interactieve tool op de website van Kind en Gezin de gegevens over locaties en plaatsen op het niveau van de gemeente beschikbaar. 

646 opvangplaatsen meer voor baby’s en peuters dan eind 2015
Eind 2016 waren er in Vlaanderen en Brussel 93.077 door Kind en Gezin vergunde plaatsen voor baby’s en peuters. Dat zijn er 646 meer dan in 2015 en 1381 plaatsen meer dan eind 2014. De stijging doet zich -met uitzondering van West-Vlaanderen- in alle provincies voor.

Er is een stijging van het aantal plaatsen ondanks de daling van het aantal locaties. We zien dat er in de gezinsopvang (onthaalouders) plaatsen verdwijnen, maar dat de uitbreidingen in de groepsopvang het wegvallen van de plaatsen gezinsopvang compenseren.

Op niveau van het Vlaams Gewest zijn er nu 42,42 plaatsen per 100 kinderen van 0 tot 3 jaar. 
Bijna 74% opvangplaatsen met bijdrage volgens het gezinsinkomen Bijna 74% van de plaatsen voor baby’s en peuters zijn IKT-plaatsen waar ouders een opvangprijs betalen volgens hun gezinsinkomen. Er doen zich wel verschillen voor tussen gewesten en provincies. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bedraagt het aandeel IKT-plaatsen 61% van het totaal aantal plaatsen, in het Vlaams Gewest gaat het om 74,8%. In Vlaanderen ligt het aandeel IKT-plaatsen het hoogst in Limburg (85,8%) en het laagst in Vlaams-Brabant (68,2%). 

52% van de 0- tot 3-jarigen maakt gebruik van formele kinderopvang
Op basis van een gewijzigde én verbeterde telling van het het aantal aanwezige 0- tot 3-jarigen in de opvang voor baby’s en peuters, leiden we af dat in het Vlaams Gewest zo’n 52% van alle kinderen jonger dan 3 jaar gebruik maakt van formele vergunde opvang. (We bekijken gebruik hier als minstens 1 dag aanwezig in de opvang, de cijfers zijn niet geschikt om uitspraken te doen over de intensiteit van het gebruik).
Er zijn wel provinciale verschillen. Het aandeel kinderen tussen 0 en 3 jaar dat gebruikmaakt van formele opvang ligt het hoogst in West-Vlaanderen (60,5%) en het laagst in Antwerpen (47,3%). 

Het gebruikscijfer van de kinderen van 0 tot 3 jaar wordt wel sterk beïnvloed door het lage aantal kinderen ouder dan tweeëneenhalf jaar dat nog naar de opvang gaat. Indien we enkel het gebruik bekijken van de kinderen jonger dan 2 jaar en 8 maanden, dan zien we dat 60% van die kinderen van kinderopvang gebruikmaakt.  

Ontdek onze cijfers en lees onze verhalen