Kruipen

Veel kinderen beginnen vanaf 5 à 8 maanden kleine voorwaartse bewegingen te maken. Ze maken schuifbewegingen terwijl ze op hun buik liggen. Dit is de voorloper van het echte kruipen.

Vanaf 6 à 9 maanden verplaatst een kind zich op een of andere wijze: schuivend op de buik, kruipend op handen en knieën of schuivend op het zitvlak. De meeste kinderen gebruiken eerst de ‘tijgersluipgang’. Hierbij blijft de buik in contact met de vloer, terwijl de armen en de benen bewegen om vooruit te komen. Geleidelijk wordt deze manier van kruipen vervangen door het kruipen op handen en knieën, waarbij de buik los is van de vloer. Het kruipen gaat steeds sneller en ook tijdens het spelen zal het kind kruipen.

Sommige kinderen slaan het kruipen over en beginnen meteen te lopen.

JavaScript en Flash zijn vereist om deze video te bekijken.


Gebruiksovereenkomst Toegankelijkheidsverklaring

Vlaamse overheid