Meertaligheid
Meerdere talen spreken biedt heel wat voordelen. Een kind is heel taalgevoelig zodat meerdere talen leren vlot kan verlopen. Een kind kan tegelijk verschillende talen leren, als de ouders bijvoorbeeld elk een andere taal spreken met het kind of het kan eerst een taal leren thuis en dan op school een nieuwe taal leren.
Meertalig opvoeden in het gezin
topOuders die het Nederlands niet als thuistaal hebben, hebben vaak allerlei vragen:
Zal mijn kind het goed doen op school als we thuis een andere taal spreken?
Is het mogelijk om meer dan één taal te spreken thuis?
Kunnen we niet beter voor het Nederlands als thuistaal kiezen, ook al spreken we het zelf niet zo goed?
Een taalkeuze maken is soms niet gemakkelijk voor ouders. Er kunnen allerlei factoren een rol spelen bij die keuze:
In welke taal communiceren we zelf het natuurlijkst?
Welke taal spreken we het liefst?
Welke ta(a)l(en) heeft ons kind nodig om te communiceren met familieleden?
Welke ta(a)l(en) heeft het kind nodig om z’n roots niet te verliezen?
Welke talen geven het kind de meeste mogelijkheden (nu en later), op persoonlijk maar ook op sociaal of maatschappelijk vlak?
Het doorgeven van de moedertaal is belangrijk voor de relatie tussen de ouders en het kind. Daarnaast is taal een deel van zijn roots of identiteit. Daarom is het belangrijk dat ouders vrij kunnen kiezen welke taal ze zullen spreken met hun kind.
Tips voor ouders die voor een taalkeuze staan:
Spreek met je kind de taal waarin je zelf voelt, denkt en die je het best kunt!
Denk na over hoe je je kind de verschillende talen zal aanbieden. Duidelijkheid is voor je kind belangrijk. Bv: ‘met de ene ouder spreek ik altijd Turks, met de andere Nederlands’ of ‘thuis spreken we Frans, in de kinderopvang spreken we Nederlands en met oma en opa spreken we Turks.’
Blijf best bij de taalkeuze die je gemaakt hebt. Schakel bv. zelf niet plots over naar Nederlands als je kind 6 jaar is.
Wees positief tegenover alle talen waarmee het kind geconfronteerd wordt. Ga positief om als het kind in een andere taal dan de thuistaal spreekt. Bv: ‘Wow! Ken je al zoveel woordjes in het Nederlands? Leer mij ook eens eentje.’
Het kind krijgt een positief signaal als de ouder bereid is om zelf de taal te leren waarin het kind veel tijd doorbrengt, bv. in de kinderopvang, maar ook later op school. Dat toont aan dat ook die taal belangrijk is.
Een rijke thuistaal is belangrijk. Praat veel met de kinderen, stel vragen, speel, lach, zing,… in welke taal dan ook. Een stevige basis in de thuistaal is bovendien cruciaal in het verwerven van een tweede taal.
Fasen bij het leren van een tweede taal
topElk kind zal op zijn tempo en op zijn manier een tweede taal verwerven. Het is wel zo dat een stevig ontwikkelde thuistaal het leren van een nieuwe taal bevordert.
Als een jong kind in een nieuwe taalomgeving komt (bv. een Turkstalig kind gaat voor het eerst naar een Nederlandstalig kinderdagverblijf) gaat het eerst de taal proberen te gebruiken die het al kent (de thuistaal, in dit geval het Turks). Al meteen zal het kind merken dat de taal die in de nieuwe omgeving gesproken wordt, niet zijn thuistaal is. Vele kinderen komen dan in een stille of non-verbale periode.
Dit zijn de fasen van het tweedetaalverwervingsproces:
Stille periode (of ‘non-verbale periode’)
Dit is geen passieve periode. Het kind is ‘stil’ in één taal, maar daarom niet in zijn thuistaal. Het heeft deze stille periode nodig om te kijken, om actief te luisteren, om zijn omgeving te verkennen, om nieuwe ervaringen te begrijpen en om nieuwe betekenissen te ontwikkelen. Blijf daarom ook actief met hem communiceren, ook al volgt er vaak geen verbale reactie. Het kind probeert al zijn vergaarde kennis te linken aan de nieuwe taal en context.
Eerst komt het begrijpen, dan pas het spreken. Let wel dat het kind zich niet gepusht voelt om de tweede taal te spreken voor het zich zelfzeker genoeg voelt om dit te doen.
Gedurende deze periode zou het kunnen dat het kind non-verbale gebaren/handelingen of zijn thuistaal gebruikt in antwoord op een vraag of om zijn noden aan te geven. Ga hier positief mee om en keur het vooral niet af! Het kind verbieden om de thuistaal te gebruiken problematiseert de non-verbale periode en helpt het niet om de tweede taal, het Nederlands, vlugger of beter te verwerven. Meestal imiteert het kind eerst woorden en enkele korte zinnen, vaak gebruikt door de begeleider en andere kinderen (bv. ‘plassen’ of ‘pipi doen’).
Alle pogingen die het kind onderneemt om te spreken zouden aangemoedigd en geprezen moeten worden.
Fase van formuletaal
Een kind ontwikkelt een ‘formuletaal’ (stukjes zinnen) om te communiceren op sociaal niveau (bv. ‘Mijn beurt’, ‘Mama komt zo’, ‘Ik klaar’). Het begint mee te doen met het produceren van taal die vaak herhaald wordt in verhaaltjes of liedjes. Sommige kinderen gebruiken ook delen van zinnen die vaak samen voorkomen, als één woord, zoals 'in de mand' voor het woord 'mand'.
Het spreken met stukjes zinnen zal even blijven duren, maar het kind gaat meer en meer éénwoord-zinnen (vaak zelfstandige naamwoorden) gebruiken die verschillende taalfuncties uitvoeren (bv. vragen, antwoorden, benoemen – ‘Ik?’, ‘Ik.’, ‘Ik!’).Telegrafische zinnen
Dan begint een kind met zijn eigen ‘telegrafische’ zinnen (twee- of driewoordzinnen, bv. ‘mijn zus sjaal’). Functiewoorden laat het vaak weg omdat het hoofddoel is zich verstaanbaar te maken. Non-verbale handelingen komen samen met het spreken.Eenvoudige zinnen
Later gaat een kind eenvoudige zinnen produceren met fouten in het gebruik van meervouden, vervoegingen, persoonlijke voornaamwoorden en lidwoorden. Die foutjes zijn helemaal niet problematisch, maar stapjes in de ontwikkeling. Opnieuw ligt het hoofddoel bij het zich verstaanbaar maken.
Stilaan krijgt het kind meer en meer controle over het gebruiken van functionele taal. Maar aspecten van de eerste taal zullen de tweede taal voor een tijd beïnvloeden. Volwassenen accepteren best wat het kind zegt en kunnen het daarna anders verwoorden om het juiste model aan te geven. Expliciete verbetering schaadt hun zelfzekerheid. In het algemeen begrijpt het kind dat er grammaticale structuren zijn in de tweede taal.
Tips om het tweedetaalverwervingsproces positief te benaderen
topVeel kinderen gaan door een stille of non-verbale periode: ze nemen de nieuwe taal op, verwerken ze en beginnen ze te begrijpen. Gun hen die tijd.
Daarna gaan ze individuele woorden en uitdrukkingen beginnen gebruiken in de tweede taal door te imiteren en experimenteren met taal. Ga hier positief op in en moedig hen aan.
Weet dat bij het leren van een tweede taal de thuistaal geen drempel vormt maar de basis is waarop gebouwd wordt.
Observeer meertalige kinderen in hun welbevinden, betrokkenheid en taalontwikkelingsproces, en wees geduldig.
Dwing kinderen niet tot spreken, maar blijf wel tegen ze praten (ondersteund door gebaren, prenten, voorwerpen, eventueel woordjes in de thuistaal) en ga positief in op elke poging tot communicatie (non-verbaal en verbaal, zowel in de thuistaal als in het Nederlands).
Meertalige kinderen in de kinderopvang ondersteunen
topAls begeleider in de kinderopvang kom je met verschillende talen en culturen in contact. Ook hier is een positieve houding naar de ta(a)l(en) die kinderen binnen brengen een must. Interesse voor de thuistaal en cultuur helpt het kind zich goed te voelen in de kinderopvang. Kennis van het verwervingsproces van een tweede taal is nodig om meertalige kinderen goed te kunnen op volgen, te ondersteunen en ook te stimuleren in de verwerving van het Nederlands.
Tips om verschillende talen te waarderen en te gebruiken
Plan het gebruik van andere talen dan het Nederlands in de kinderopvang. Zo kunnen meertalige begeleiders/ouders activiteiten organiseren waarbij de thuistaal van het kind gebruikt wordt, bv. het vertellen van een verhaal, het zingen van een liedje, of het meespelen en daarbij in de eigen taal te ondersteunen (bv. door extra uitleg te geven).
Vraag enkele sleutelwoorden in de thuistaal van het kind: hallo, toilet, drinken, eten, tot ziens, … (schrijf die woorden uit zoals ze uitgesproken worden en deel ze met collega’s).
Maak meertalige labels voor de ruimte: tafel, kast, toilet, …
Zorg dat meertalige materialen zoals (digitale) prentenboeken en cd’s binnen handbereik zijn.
Moedig ook (ouders van) het kind aan cd’s en dvd’s mee te brengen waarop andere talen te horen zijn.
Moedig het meertalige kind aan om zijn liedjes en rijmpjes te delen in zijn thuistaal.
Zorg voor de zichtbaarheid van de thuistaal van het kind. Bv. vraag de ouders om lege verpakkingen van voedingsmiddelen of magazines mee te brengen. Door deze in de speelruimte te plaatsen, bv. bij het winkeltje spelen, erken je andere talen. Het komt de verdere taalontwikkeling van het kind ten goede.
Tips om het kind een nieuwe taal aan te leren
topVanzelfsprekend gelden alle tips voor de algemene taalstimulering ook voor meertalige kinderen. Deze vind je onder ‘taalontwikkeling stimuleren’.
Onderstaande tips zijn specifiek voor meertalige kinderen:
Maak alles concreet. Gebruik visuele tekens en materialen, bv. prenten, boeken, foto’s, voorwerpen, poppen.
Ondersteun wat je wil zeggen (breng info over met een gebaar, een actie of een directe blik).
Betrek het kind met meertalige muziek; gebruik gebaren om de liedjes verstaanbaar te maken.
Zorg voor activiteiten die taalgebruik stimuleren in het spel. Als het kind de taal ook nodig heeft bij het spel, dan zal het er meer aandacht aan geven en dan ‘beklijft’ de taal beter.
Zorg voor ‘veilige’ activiteiten die taal natuurlijk met zich meebrengt op een niet-bedreigende manier, bv. zand- en waterspel: er staat geen einddoel voorop dus is er ook geen angst om fouten te maken.
Gebruik de naam van het kind regelmatig zodat het zich betrokken voelt.
Gebruik rijke taal in combinatie met eenvoudige opdrachten, bv. “Eerst gaan we onze handen wassen. Was je handen maar met deze zeep. Hmmm, die ruikt zo heerlijk!”.
Betrek het kind in sociale verantwoordelijkheden zoals het uitdelen van koekjes of werkjes.
Betrek andere kinderen als focus in een gesprek.
Moedig kinderen aan om goed te luisteren naar elkaar.
Zorg voor activiteiten en routines die stimuleren dat kinderen onder elkaar spelen, spreken.
Betrek het kind in kleine groepjes met andere kinderen die een goed rolmodel vormen van de te leren taal.
Zorg ook voor momenten waarop het kind samen kan spelen met anderen die dezelfde taal spreken, zodat kinderen elkaar kunnen helpen als ze iets niet verstaan.
Zorg voor antwoordkansen door herhaling (bv. bij het vertellen van een verhaal).
Blijf praten zelfs wanneer een kind niet reageert.
Aanvaard non-verbale antwoorden, oogcontact en knikken.
Bemoedig en prijs elke poging tot communicatie en elk gebruik van humor.
