Abstracter denken
Een kind merkt tussen 6 en 12 maanden dat bepaalde dingen erg op elkaar lijken: ze zien er hetzelfde uit of maken hetzelfde geluid. Op dat moment kan een kind een categorie vormen. Een roze stoel en een groene stoel zijn allebei stoelen, net als een stoel in een boek of op een foto. Een kind maakt steeds preciezere groepen om de omgeving te ordenen.
Hetzelfde gebeurt bij het leren onderscheiden van kleuren. Eerst kan het voorwerpen van eenzelfde kleur ordenen, later kan het kind het verband benoemen: een gele kleur noemt geel.
