Zien

In de baarmoeder

In de baarmoeder kan een kind licht en donker onderscheiden, vooral als de buikwand dunner wordt naarmate de zwangerschap vordert.
Bv. In licht of zon, kan een ongeboren kind een roze schemering zien door de huid van de mama.


Pas geboren

Een pasgeborene draait zich naar het licht als dat niet te fel is. Hij merkt al heel goed het verschil tussen licht en donker, maar ziet nog wazig. Hij ziet alles beter van dichtbij.

Als een pasgeboren baby wakker en alert is, zoekt hij iets om naar te kijken. Wanneer hij iets interessants gevonden heeft, kijkt hij er korte of langere tijd naar. Zijn blik beweegt heen en weer over plekjes met een groot verschil in contrast, bv. zwart-wit.


Kleuren zien

Een pasgeboren baby kan nog niet echt kleuren zien, wel contrasten opmerken. Een baby vindt het heel boeiend om naar een menselijk gezicht te kijken. Tussen het oog en het gezicht is er veel kleurencontrast: een donker oog tegenover de lichte kleur van de huid. Dit helpt hem om oogcontact te krijgen met anderen.

Pas na een viertal weken begint een baby kleuren te zien. Het begint met rood. Rood blijft voor veel baby’s lang een favoriete kleur. Ongeveer een week later kan een baby blauw, geel en groen uit elkaar houden. Pas in zijn peutertijd weet hij dat blauw ‘blauw’ heet.

Een baby heeft het meest belangstelling voor primaire, ‘zuivere’ kleuren, zoals rood, blauw en geel. Pasteltinten en mengvormen spreken een baby minder aan, maar zijn wel rustgevend. Een pastelblauwe babykamer brengt het kind dus eerder tot rust dan een felgele kamer.


Scheel kijken

Zolang een baby nog niet scherp kan zien, kijkt hij af en toe behoorlijk scheel. Beide ogen gaan hun eigen gang want er is nog geen samenwerking. Dit heeft niets te maken met het echte scheelzien. Meestal verdwijnt het rond 3 à 6 maanden.


Scherp zien

Na een week ziet een baby dingen op ong. 20 cm afstand het best. Dingen die dichter of verder weg zijn, zal hij waziger zien. De baby kan iemand het beste zien als het gezicht zich op ong. 20 cm van zijn gezicht bevindt. Automatisch kijken volwassenen een baby aan op een afstand van 20 cm, bv. bij de eet- en praatmomenten.

Op 3 à 3,5 maanden ziet een baby voorwerpen op alle mogelijke afstanden, maar details merkt hij niet op.

Het zicht verscherpt geleidelijk tussen 3 en 6 maanden. Op 6 maanden ziet een kind net zo goed als een volwassene.


Kijken naar bewegende voorwerpen

Een pas geboren kind kan kijken naar een groot en opvallend voorwerp dat traag beweegt. Dit gebeurt niet vloeiend, maar schoksgewijs.

Vanaf 3 à 4 maanden kan een kind een naar iemand blijven kijken die door de kamer loopt. Zijn ogen volgen de persoon. Een kind van 3 à 4 maanden draait zelf z’n hoofd om een persoon of voorwerp beter te zien.

Tussen 3 en 6 maanden leert een baby snel bewegende voorwerpen met zijn ogen te volgen. 


Stimuleren om te kijken

Een baby tussen 0 en 3 maanden vindt het interessant om te kijken naar:

  • voorwerpen of mensen die bewegen
  • sterk contrasterende kleuren
  • grote dingen en ronde vormen
  • eenvoudige patronen

Een baby is na 3 maanden meer geboeid:

  • door bewegende dan door stilstaande dingen
  • door driedimensionale dan door platte voorwerpen

Tussen 6 en 9 maanden is een kind gefascineerd door:

  • wat anderen doen: huishoudelijke karweitjes, knutselen, schrijven, telefoneren, …
  • ‘nieuwe’ dingen die het ziet. Het zal zijn aandacht langer houden op iets dat het voor het eerst ziet dan op iets dat het elke dag kan zien.

De evolutie

Visuele ontwikkeling