Illustratie bij opvoeding, in de opvang

In de opvang


Waarom is kinderopvang goed voor mijn kindje?

  • Je kind komt al spelend in contact met taal. De begeleider praat veel met je kind, doet spelletjes, zingt, leest boekjes,… Je kind leert zo stap voor stap meer woordjes. Het leert zinnen maken en leert zo uitdrukken wat het ervaart, voelt en denkt.
  • Je kind gaat er op ontdekking en doet heel wat ervaringen op: spelletjes, knutselen, bewegen, … Maar ook zelfstandig worden, bijvoorbeeld eten, op het potje gaan,  schoentjes aandoen, …
  • In de opvang komt je kind in contact met andere kinderen en kan er vriendjes maken. Je kind leert rekening houden met anderen: wachten, delen, … Maar ook voor jou is het fijn om andere ouders te ontmoeten en de vriendjes van je kind te leren kennen.
  • Je kind maakt veel plezier: zingen, dansen, spelen, lachen, …

Ouders als partners

Je kent je kind als de beste. Neem voldoende tijd voor het eerste contact met de opvang. Zo leert de opvang de bijzonderheden van jouw kind kennen.

Wennen
 
De eerste dagen in de opvang zijn stresserend voor je kind: andere mensen, onbekende geluiden, nieuwe geuren, ... Ook voor jou is het een hele stap om je kind achter te laten. Daarom kan je kind vooraf wennen. De overgang van thuis naar opvang zal vlotter verlopen en meer op het ritme van het kind.

  • De opvang onthaalt jou en je kindje en houdt in de gaten hoe het kind zich voelt.
  • De opvang trekt extra tijd uit om je kind beter te leren kennen. Zo leren ouders, kind en opvang elkaars gewoontes kennen. De kinderbegeleider kan beter inspelen op de behoeftes van je kind aan eten, slapen, verzorgen, troosten.
  • De opvang helpt ook bij het kennismaken met de andere kinderen.
  • Vooraf wennen is één van de maatregelen om wiegendood te voorkomen.

Tijdens de opvang
 
Ook na de wenperiode is het belangrijk dat er tussen jou en de opvang een goed contact is. Als je kind ervaart dat er een vertrouwelijke omgang is tussen thuis en de begeleider, voelt het zich geborgen.

  • Praat over de gewoonten van thuis en de behoeften van je kind. Dat is een manier voor de opvang om te ontdekken wat het kind nodig heeft en wat bv. de beste manier is om het te troosten.
  • Maak tijd voor een praatje bij het brengen of halen: hoe de dag verlopen is in de opvang, hoe het thuis gaat. Wanneer het kind bv. thuis slecht geslapen heeft, kan de opvang er rekening mee houden.
  • Nieuwe stappen zoals de overgang naar vaste voeding of zindelijkheidstraining gebeuren best in overleg zodat je kind geen breuk ondervindt.
  • Bij moeilijke momenten, bv. wanneer een kind zich een tijdje niet zo goed voelt, kan best samen gezocht worden naar een oplossing.


Aanpak op maat

Je kind heeft in de opvang een vertrouwde persoon nodig waaraan het zich kan hechten. De kinderbegeleider biedt het kind veiligheid en ondersteuning. De aanpak gebeurt op maat van het kind en zorgt ervoor dat elk kind zich goed voelt (welbevinden) en geboeid bezig kan zijn (betrokkenheid).

Welbevinden

Je kind voelt zich goed in de opvang als hij:

  • zich op zijn gemak voelt bij de begeleider of onthaalouder en plezier beleeft aan de contacten
  • spontaan beroep op de vertrouwenspersoon, dingen toont, lacht, vertelt,...
  • enthousiast reageert op wat de kinderbegeleider aan spel aanbiedt
  • op ontdekking gaat in de opvang
  • de nabijheid zoekt van de opvangpersoon als veilige toevluchtshaven op moeilijkere momenten

Betrokkenheid

Een kind dat betrokken is, is geboeid bezig. Het gaat helemaal op in zijn spel of activiteit, bv. handjes kijken, zelf een bordje leeg lepelen.
Betrokkenheid is belangrijk voor de algemene ontwikkeling van je kind. Spelenderwijs wordt hij handiger en leert veel over zichzelf, over de anderen en over de wereld rondom.

Als je kind zich niet goed voelt

Soms vindt een kind niet zo makkelijk zijn draai in de opvang. Als je kind zich niet goed voelt in de opvang, heeft hij nood aan extra ondersteuning en bevestiging dat hij er mag zijn.

  • Je bespreekt best samen met de opvang hoe ze jouw kind de nodige veiligheid kunnen bieden.
  • Soms kan het zijn dat je kind zich nog onvoldoende heeft kunnen hechten aan een vertrouwenspersoon in de opvang.
  • Misschien is de groep te groot voor het aantal begeleiders zodat er niet voldoende individuele contacten met kinderen zijn.
  • Misschien wisselen de begeleiders of de kinderen te vaak zodat er geen band kan groeien.
  • Eventueel kunnen bepaalde aspecten van positief opvoeden meer benadrukt worden.
  • Soms kan het zijn dat je kind onvoldoende uitdaging vindt in de opvang. Er kan bekeken worden of iets in de omgeving kan gewijzigd worden om je kind te ondersteunen, is het materiaal en het spelaanbod geschikt voor het kind, is de inrichting afgestemd bv. een rustig hoekje, gemakkelijker bereikbaar speelgoed, ruimte en tijd voor wild spel.  
  • Als je kind zich ondanks verschillende pogingen niet goed blijft voelen in de opvang, bespreek je dit best opnieuw met de opvang. Je kan overwegen om samen naar het spreekuur opvoedingsondersteuning te gaan.