Groepsindeling
In een grotere opvang werkt men met verschillende groepen. Kinderen moeten zich goed kunnen voelen en samen een groep vormen. Er bestaan verschillende mogelijkheden om groepen in te delen, elk met hun voor- en nadelen.
Baby's en peuters
topEen verticale leefgroep
In een verticale leefgroep verblijven baby’s, kruipers en peuters samen in één groep. Als een kind in een verticale leefgroep zit, blijft het in principe bij dezelfde begeleiding en dezelfde kinderen.
Er ontstaat een hechte band tussen begeleiders, kinderen en ouders.
Kleine kinderen kunnen leren van de grote, terwijl grote kinderen het vaak leuk vinden om mee te zorgen voor de kleintjes.
Soms wordt de groep gesplitst in kleinere groepjes, zodat de kinderen op hun eigen niveau kunnen spelen.
Dit vraagt van de begeleiding de nodige vaardigheden om gepast in te spelen op alle kinderen en hun ontwikkeling.
Soms bestaat het gevaar dat de ene leeftijdsgroep een beetje op de achtergrond raakt als er veel aandacht gaat naar een andere leeftijdsgroep.
Een semi-verticale leefgroep
In een semi-verticale leefgroep vormen baby’s en kruipers een aparte groep. Ofwel zitten de kruipers bij de peuters. In een semi-verticale leefgroep zijn er bijgevolg meer leeftijdsgenoten.
Begeleiders kunnen gemakkelijker inspelen op de specifieke kenmerken van een bepaalde leeftijd en ontwikkelingsfase.
Het aanbod van activiteiten, spelmateriaal en de groepsregels kunnen goed op de leeftijd worden afgestemd.
Op een bepaalde leeftijd schuiven de kinderen op naar een andere groep. Daar moeten ze wennen aan andere begeleiders en andere kinderen. Dat kan men oplossen door de begeleider mee te laten opschuiven.
Schoolgaande kinderen
topWerk met kleinere groepen.
Er zijn minder structuur en regels nodig.
Het is voor een kind gemakkelijker om contacten te leggen.
Een kind kan er zich veilig voelen.
Bepaal samen met de begeleiders welke groepsindeling de beste is.
Probeer met groepen van verschillende leeftijden te werken. Dit komt de sociale ontwikkeling van de kinderen ten goede.
Hou rekening met de spontane voorkeur van de kinderen voor een of andere groep. Vrienden zitten vaak graag samen. Kleinere kinderen of nieuwkomers voelen zich misschien beter bij een zus, broer of bekende.
Streef naar zo vast mogelijke groepen van kinderen die elkaar twee à drie dagen per week zien met vaste begeleiders. Zo kunnen kinderen en begeleiders met elkaar een vertrouwensrelatie opbouwen.
De leeftijd van de kinderen en de beschikbare ruimte hebben ook een invloed op de groepsindeling.
Kleuters en ook grotere kinderen spelen graag in aparte speelhoeken, waar ze kunnen opgaan in hun rollen- en fantasiespel zoals een poppenhoek, een bouwhoek en een verkleedruimte.
Denk zowel aan plaatsen waar kinderen zich fysiek kunnen uitleven als aan een rustige hoek waar kinderen zich even kunnen afzonderen.
Tieners willen soms graag aparte ruimtes.
