Zich niet goed voelen
Soms vindt een kind niet zo makkelijk zijn draai in de opvang. Een kind dat zich niet goed voelt in de opvang heeft nood aan extra ondersteuning en bevestiging dat het er mag zijn.
Signalen
Een kind kan op verschillende manieren tonen dat het zich niet zo goed voelt in de opvang:
Verstijven. Het kind is stil, wil niet praten. Zijn houding is houterig of verkrampt. Er is weinig expressie in zijn gezicht. Het is vaak eerder onopvallend aanwezig.
Vechten. Het kind vertoont extreem druk gedrag, roept en tiert. Het komt niet tot rust en is niet in voeling met zichzelf.
Vluchten. Het kind kan weigeren om naar de opvang te gaan of extreem beginnen te huilen als het nog maar in de buurt van de opvang is.
Nooit initiatief nemen. Het kind is passief, onderneemt niets. Het heeft een afwachtende houding.
Aanpak op maat
Ouders en opvang bespreken best samen hoe ze het kind de nodige veiligheid kunnen bieden.
Soms kan het zijn dan het kind zich nog onvoldoende heeft kunnen hechten aan een vertrouwenspersoon in de opvang.
Misschien is de groep te groot voor het aantal begeleiders zodat er niet voldoende individuele contacten met kinderen zijn.
Misschien wisselen de begeleiders of de kinderen te vaak zodat er geen band kan groeien.
Eventueel kunnen bepaalde aspecten van positief opvoeden meer benadrukt worden.
Soms kan het zijn dat het kind onvoldoende uitdaging vindt in de opvang. Er kan bekeken worden of iets in de omgeving kan gewijzigd worden om het kind te ondersteunen, is het materiaal en het spelaanbod geschikt voor het kind, is de inrichting afgestemd bv. een rustig hoekje, gemakkelijker bereikbaar speelgoed, ruimte en tijd voor wild spel.
Als het ondanks verschillende pogingen niet lukt om het vertrouwen van het kind te winnen en het kind blijft zich niet goed voelen, wordt dit best terug tussen de opvang en de ouders besproken. Overweeg om samen naar het spreekuur opvoedingsondersteuning te gaan. De uiteindelijke beslissing ligt uiteraard bij de ouders.
