Straffen
Straffen is reageren op een bepaald gedrag van een kind, zodat het gedrag zal afnemen of uitblijven in de toekomst. Laat het kind merken dat het iets mispeutert heeft.
Straffen?
topElk kind doet wel eens dingen die een volwassene niet wil: met eten knoeien, zomaar iets pakken in de supermarkt, protesteren als het naar bed moet, een ander kind pijn doen, ...
Reageer als een kind iets doet wat niet mag of gevaarlijk is.
Fysieke straffen hebben geen opvoedkundige waarde.
Hou rekening met:
het kind: leeftijd, ontwikkelingsniveau, temperament, …
Bv. Het heeft geen zin een kind van 3 te straffen als het in zijn bed heeft geplast. Bedplassen is namelijk tot 7 jaar niet abnormaal.de ouder/begeleider: persoonlijkheid, manier van omgaan met het kind, regels binnen het gezin,…
Bv. Wanneer gaat het kind te ver en is een straf noodzakelijk?de omgeving: broertjes en zusjes, ingrijpende gebeurtenissen, plaats, …
bv. Het kind straffen in een winkel tussen mensen is moeilijker. Toch is het belangrijk consequent te zijn, ook in deze situatie en het kind te straffen door het bv. te negeren.
Opgelet!
Maak vooraf duidelijke afspraken over straffen en de mogelijke gevolgen ervan. Zorg er voor dat de straf in verhouding staat tot de overtreding. Voer de straf ook werkelijk uit en zorg ervoor dat beide partners eensgezind zijn over de straf.
Probeer zo weinig mogelijk te straffen.
Straf onmiddellijk na negatief gedrag. Bv. Zeg niet: “Vanavond geen tv, omdat je vanmorgen je tanden niet wilde poetsen.”
Tips
topNegeer het gedrag.
Negeer een kind door de kamer uit te gaan of door te doen alsof het er niet is. Aanvankelijk zal het storend gedrag misschien toenemen, maar na verloop van tijd zal het afnemen.
Bv. Wanneer het kind in de supermarkt een driftbui krijgt omdat het geen snoep krijgt, is het raadzaam zijn gedrag te negeren. Dit is moeilijk, maar uiteindelijk zal de driftbui verminderen of overgaan.Negeer het kind nooit bij gevaarlijk gedrag.
Keur het gedrag af.
Maak dit duidelijk door de inhoud van de straf en door met de houding en de intonatie te laten merken dat het menens is. Bv. 'Nee, je mag de tv niet aanzetten', 'Stop, kijk uit voordat je oversteekt', … Jonge kinderen begrijpen nog niet altijd wat je zegt, maar halen hun betekenis uit hoe je iets zegt.
Keur het gedrag af, niet het kind. Bv. Zeg: 'Ik vind het niet flink van jou dat je niet helpt.' en niet 'Je bent niet flink.'
Laat het kind zelf de negatieve gevolgen dragen.
Bv. Zeg als een peuter met vuile schoenen is binnengekomen: 'Nu zal je dit zelf moeten mee opruimen.'
Zet het kind apart.
Soms is dit nodig om het kind apart te zetten om het tot rust te laten komen. Bv. in de gang, in de hoek of tegen de muur.
Zeg kort waarom het even apart gezet wordt.
Zet het kind apart tot het tot rust gekomen is en jij bepaalt dat moment.
Zet het kind niet op een beangstigende plaats: het is niet de bedoeling dat het kind bang wordt en nog meer in de war raakt.
Zet het kind best niet in de slaapkamer: het kind zou de slaapkamer kunnen associëren met ‘stout zijn’. Een slaapkamer moet juist aantrekkelijk zijn: een veilige plek om te slapen.
Laat het kind iets doen wat niet prettig is of neem iets prettigs weg.
Straf het kind door het iets te laten doen wat het niet leuk vindt. Pas deze manier van straffen toe bij oudere kinderen. Bv. De afwas doen of de tafel dekken.
Peuters laat men beter geen dingen doen die ze echt niet graag doen. Verbied het kind iets te doen wat het leuk vindt. Bv. tv-kijken of buiten spelen.
Als het kind zich weer goed gedraagt, zeg dan ook dat je dat fijn vindt.
Na de straf
topBespreek achteraf de situatie nog eens met het kind. Zeg waarom er een probleem was en vertel het kind ook wat het wel kan doen. Bv. Het kind mocht niet in huis met de bal spelen. Zoek samen een leuk plekje in de tuin zoeken waar dat wel kan.
Na het straffen is het belangrijk om even de tijd te nemen om het weer ‘goed te maken’ met elkaar. Kom er nadien ook niet meer op terug.
De Kind en Gezin-Lijn
Vragen?
Ook de regioverpleegkundige van Kind en Gezin kan helpen. Bel haar via de Kind en Gezin-Lijn op 078 150 100, elke werkdag van 8 tot 20 uur.
