Soorten
Angst voor harde geluiden
topKort na de geboorte tonen baby’s schrikreacties bij harde geluiden. Ze zijn ook bang om te vallen. Wanneer er plots een groot voorwerp in de buurt verschijnt, bijvoorbeeld een gezicht dat plots boven de wieg verschijnt, schrikken ze.
Ook kinderen tussen 2 en 4 jaar kunnen nog angst hebben voor sterke geluiden, zoals bijvoorbeeld een stofzuiger of een straaljager.
Angst voor pijn
topBaby’s laten angstreacties zien wanneer ze pijn hebben. Hun hartslag zal dan versnellen. Tot de leeftijd van 4 jaar nemen angstreacties door of voor pijn af, daarna kunnen ze weer toenemen.
Vreemdenangst
topRond de leeftijd van 6 à 8 maanden leert je kind onderscheid te maken tussen vertrouwde mensen en vreemden.
Rond die leeftijd reageren veel baby’s heftig op veranderingen in de omgeving. Ook op de aanwezigheid van vreemden kunnen ze angstig reageren. Elk gezicht dat de baby niet bekend is, kan hem afschrikken. Je kind wordt zich bewust van het onderscheid tussen zichzelf en de ander. Baby’s gaan dan steun zoeken bij vertrouwde personen. Je baby kan met zijn gezichtje diep in je nek wegkruipen, draait zich weg van vreemden of begint te wenen.
De aanwezigheid van moeder of vader geeft je kind een gevoel van veiligheid, geborgenheid en bescherming.
Dit is een heel belangrijke fase in zijn ontwikkeling.
Scheidingsangst
topRond de leeftijd van 8 maanden begint je kind voor het eerst verdrietig te reageren als vertrouwde mensen uit zijn omgeving weggaan. Dit wordt ‘scheidingsangst’ genoemd. Deze angst is meestal het hevigst tussen 8 en 18 maanden. Je kind ziet jou weggaan, maar weet nog niet of en wanneer je terugkomt. Het voelt zich veilig bij jou en plots valt die veiligheid weg. Dat kan soms hevige reacties teweegbrengen.
Wanneer je kind jou ziet verdwijnen, begint het te huilen. Je kind wil niet meer naar de opvang of wil niet meer alleen gaan slapen. In deze periode kan het gebeuren dat je kind ’s nachts wakker wordt en begint te huilen.
Scheidingsangst komt bij ieder kind voor, maar het ene kind reageert angstiger dan het andere. Deze angst is een voorbijgaande fase in de ontwikkeling. Bij het ene kind duurt het langer dan bij het andere kind. Scheidingsangst zal niet plots weg zijn en kan blijven tot de leeftijd van 3 jaar.
Vanaf de leeftijd van 2,5 jaar kunnen kinderen zich over het algemeen behoorlijk veilig voelen in aanwezigheid van ‘vreemde’ personen.
Bij jongere kinderen duurt de gewenningsperiode bij vaag bekende personen langer.
Rond de leeftijd van 4 jaar zal je kind steeds beter tegen een korte scheiding van zijn ouders kunnen. De omgeving wordt vertrouwder, je kind is zelfredzamer geworden en het kan al beter praten.
Angst voor het donker, monsters en spoken
topKinderen tussen 2 en 4 jaar hebben een rijke fantasie. In het duister verandert alles plots in iets angstaanjagends. Ze zien bijvoorbeeld bewegende gordijnen veranderen in spoken. Het komt ook vaak voor dat ze ervan overtuigd zijn dat er een leeuw of een monster onder hun bed zit.
Kinderen zijn op die leeftijd ook verzot op sprookjes en verhaaltjes. Ze voegen er vaak nog verhaaltjes aan toe. Het komt vaak voor dat ze fantasie en werkelijkheid met elkaar mengen. Ze kunnen die twee immers moeilijk uit elkaar houden. Deze fantasieën kunnen je kind dan ook erg bang maken en hun verhalen kunnen alsmaar enger worden. Ze kunnen je kind meevoeren en overrompelen.
Het is belangrijk dat jij als ouder deze fantasie een plaats geeft en je kind terugbrengt tot de realiteit. Als je kind bijvoorbeeld ’s nachts bang is in zijn kamer, kan je er overdag over praten en de kamer samen gaan bekijken. Door het licht aan en uit te doen kan je tonen dat gordijnen er ’s nachts anders uitzien, dat ze kunnen bewegen. Als je kind bijvoorbeeld bang is om wondjes te krijgen, kan je samen een boekje over het lichaam lezen, zodat het beter zal begrijpen wat er gebeurt als een wonde bloedt.
Angst voor dieren
topKinderen tussen 2 en 4 jaar zijn geregeld bang voor dieren. Vaak begint deze angst door een nare ervaring met een dier. Ze kunnen eens erg geschrokken zijn van het geblaf van een hond of ze kunnen eens gestoken zijn door een wesp. Soms zijn kinderen dan alleen bang voor de hond die naar hen heeft geblaft, maar soms worden ze plots bang voor alle honden. Het is ook mogelijk dat je peuter los van nare ervaringen angst heeft voor een bepaald dier of voor dieren in het algemeen.
Angst voor bad en douche
topHet kan dat een kind van de ene dag op de andere bang is geworden om in bad te gaan, bijvoorbeeld omdat het bang is om in de afvoer te verdwijnen of omdat het niet goed weet waar al dat water naar toe gaat.
Angst door een ingrijpende gebeurtenis
topIets wat voor een volwassene niet zo ingrijpend is, kan bij een kind toch angst oproepen. Je peuter kan bijvoorbeeld angstig worden wanneer je met de wagen naar de carwash gaat of met de trein ergens naartoe gaat.
Ook meer ingrijpende gebeurtenissen kunnen je kind angstig maken. Een plotselinge verandering van omgeving, de geboorte van een broertje of zusje, een echtscheiding, enz. zijn allemaal voorbeelden van gebeurtenissen die peuters en kleuters angst kunnen aanjagen. Vaak zien ze zichzelf als oorzaak van die gebeurtenis.
Kleine kinderen vragen zich af of zij dit niet hadden kunnen voorkomen: ‘Als ik maar wat flinker was geweest, dan was papa niet weggegaan.’
Bij de komst van een nieuw broertje of zusje vragen ze zich vaak af of hun ouders hen nu ook nog graag zullen zien.
