Druk gedrag

Druk gedrag komt vaak voor en uit zich op verschillende manieren. Bij zo’n druk gedrag voelt de ouder of de begeleider zich vaak machteloos. Soms lijkt het alsof een kind met opzet de dingen moeilijk maakt. Het creëert geregeld moeilijke situaties door druk gedrag op straat, in de winkel, op restaurant, ... De ouder of begeleider voelt zich beschaamd, ook al gebeurt dit bij zo goed als elk kind.

Een drukke baby:

  • is heel alert;

  • is vlug van slag;

  • heeft vaak geen duidelijk slaap- en eetritme;

  • slaapt vaak moeilijker in en wordt ’s nachts vaker wakker;

  • is onrustig: huilen, spartelen, …;

  • is snel geprikkeld.

Huilerige baby’s of snel geïrriteerde baby’s kunnen opgroeien tot rustige kinderen. Ook het omgekeerde is waar: rustige baby’s kunnen zich ontpoppen tot drukke kinderen.

Een drukke peuter:

  • is behoorlijk druk;

  • is ongeduldig;

  • is koppig en driftig;

  • is ongehoorzaam;

  • heeft veel aandacht en hulp nodig;

  • is overbeweeglijk: klimmen, rennen, overal op kruipen, draaien, friemelen, ...;

  • is soms onhandig: struikelen, vallen, morsen of dingen per ongeluk stukmaken, …;

  • is impulsief: moeilijk kunnen wachten, antwoord geven voor het einde van de vraag, meteen reageren, gehaast zijn, snel wisselende stemmingen, …;

  • heeft concentratieproblemen: de aandacht moeilijk bij een ding kunnen houden, snel afgeleid zijn door prikkels, vergeten waarmee het bezig was, wat het is verteld, …

Als het je te veel wordt …

Als een ouder het drukke gedrag als een probleem ervaart, dan is het dat ook.

Neem contact op met de behandelend arts of regioverpleegkundige.

De Kind en Gezin-Lijn

Vragen?

Ook de regioverpleegkundige van Kind en Gezin kan helpen. Bel haar via de Kind en Gezin-Lijn op 078 150 100, elke werkdag van 8 tot 20 uur.

Kind en Gezin-Lijn

Gebruiksovereenkomst Toegankelijkheidsverklaring

Vlaamse overheid