Leren eten

Een aantal weetjes kunnen helpen om iets minder bezorgd aan het eten te beginnen.

Stap voor stap

  • Geef vanaf 7 maanden per maaltijd een paar dingen om met zijn vingers te eten: stukjes kip, stukjes fruit, een roosje broccoli, … Dit stimuleert zijn fysieke en mentale vaardigheden en geeft hem zelfvertrouwen. Bij baby’s die moeilijk eten kan het laten ‘spelen en kennismaken’ met eten een eerste stap zijn naar een oplossing.

  • Vanaf ongeveer 1 jaar wil een kind zelfstandig te eten. Een lepel naar de mond leren brengen zonder onderweg het eten te verliezen, is niet makkelijk! Laat het oefenen. Diegene die het dichtst bij het kind aan tafel zit, kan zelf ook een lepel vasthouden om af en toe een hapje bij te geven. Reageer positief als het kind zelf eten opschept en beloon het kind met een complimentje. Als je merkt dat het alleen eten beter gaat, bouw dan het gebruik van de tweede lepel af.

  • Vanaf 1 jaar groeit een kind minder snel waardoor het minder eet. Zolang het goed groeit en het actief is, is er geen reden tot ongerustheid.

  • Rond de leeftijd van 1 jaar ontdekt een kind dat het bepaalde dingen helemaal niet lekker vindt. Bovendien staan kinderen nu afwijzend tegenover nieuwe voeding en hebben ze tijd nodig om nieuwe dingen te leren eten. Rond 2 jaar bereikt afkeer voor nieuwe voeding een hoogtepunt bij de meeste kinderen.

  • Rond 18 maanden kan het kind een vork gebruiken om te eten. Het kan stukjes opprikken en afhappen. Toch is dat nog lastig. Het zal de vork in zijn volle vuistje houden en zo is het nog moeilijk om de vork naar zijn mond te brengen. Een kind kan pas mes en vork gebruiken op 6 à 7 jaar.

  • Een peuter leert zijn eigen wil kennen; hoeveel hij eet kan hij alleen beslissen. Hij ziet dat hij veel aandacht krijgt als hij weinig of kieskeurig eet.

 Tips

  • Leer vertrouwen op het honger-en verzadigingsgevoel van een kind. Luisteren naar de signalen van het kind, helpt er voor zorgen dat eten geen obsessie wordt. Ouders bepalen wat het kind eet, maar het kind bepaalt hoeveel het eet.

  • Rond de leeftijd van 18 maanden gaat een kind een iets moeilijkere fase omtrent eten tegemoet. Het heeft minder behoefte aan eten, maar vindt het ook niet eenvoudig om nieuwe dingen te leren eten. Het wil in deze fase ook meer zelf bepalen. Probeer er zo rustig mogelijk mee om te gaan en geef niet altijd toe. Een nieuwe smaak zal niet onmiddellijk lukken, maar het kind moet wel een beetje proeven, bijvragen mag en geen eten aan tafel is geen tussendoortje straks.

De regelmatige opvolging van de groei en het gewicht van het kind helpen inschatten of het kind voldoende eet. Een kind dat voldoende eet volgt zijn gewichts- en groeicurve. Door ziekte kan het gewicht uiteraard even dalen. De arts schat de evoluties op de curve mee in en geeft zeker aan in hoeverre hij de situatie zorgwekkend vindt.

Schrijf bij ongerustheid gedurende een paar dagen op wat het kind eet, hoeveel, wanneer en in welke omstandigheden. Bespreek de observaties met de regioverpleegkundige of arts. Misschien wordt er een patroon duidelijk.
Bv. Misschien eet het kind minder na een opvangdag, misschien weigert het kind alle groene groenten, …

Vraag hulp

  • Het eten duurt altijd langer dan 30 à 45 min.

  • Het kind is tijdens de voeding erg prikkelbaar.

  • Het kind verslikt zich vaak of heeft het erg benauwd en zweet tijdens de voeding.

  • Het kind blijft weerstand bieden tegen het eten met de lepel.

  • Het kind eet rond de leeftijd van 12 maanden geen brokjes.

  • Bij een sterk afwijkende groei- en of gewichtscurve. Vooral als dit samengaat met overvloedig vochtverlies door braken, diarree, koorts, het weigeren van eten en drinken, ...

Als een ouder het eetgedrag als een probleem ervaart, dan is het dat ook.

Neem contact op met de behandelend arts of regioverpleegkundige.

De Kind en Gezin-Lijn

Vragen?

Ook de regioverpleegkundige van Kind en Gezin kan helpen. Bel haar via de Kind en Gezin-Lijn op 078 150 100, elke werkdag van 8 tot 20 uur.

Kind en Gezin-Lijn

Bekijk ook ...

Gebruiksovereenkomst Toegankelijkheidsverklaring

Vlaamse overheid