Slaapproblemen
Heel wat ouders/begeleiders ervaren moeilijkheden bij kinderen:
het inslapen gaat moeilijk: niet in slaap vallen, blijven roepen, uit bed komen, willen dat de ouder blijft …
het kind wordt heel vaak wakker tijdens de nacht: wil een tutje, wil opstaan, …
het kind wordt heel vroeg wakker om op te staan
het kind heeft last van nachtmerries, trekt de haren uit bij het inslapen, bonkt met zijn hoofd tegen de randen van het bed, …
Stappenplan
Hiermee kan je een kind leren om rustig in bed te blijven, zowel bij het inslapen als wanneer het ’s nachts wakker wordt. Deze stappen kunnen gebruikt worden vanaf de peuterleeftijd.
Stap 1: Vertel het kind wat er zal gebeuren als het rustig in bed blijft: ‘Als je in bed blijft en niet roept, dan kom ik terug om te kijken hoe het met jou gaat.’ Ga na of het kind begrijpt wat je hebt gezegd. Verlaat de kamer op een vastberaden manier. Negeer daarbij het zeuren of huilen van het kind.
Stap 2: Wacht 2 minuten. Als het kind rustig in bed blijft, keer dan terug en prijs het zachtjes: ‘Ik ben blij dat je in je bed blijft liggen.’ Blijf niet langer dan 30 seconden. Zeg aan het kind dat je zal terugkomen als het rustig blijft. Kom na 5 minuten kijken en prijs het kind opnieuw. Herhaal dit steeds, maar met langere tussenpozen. Het kan zijn dat je dit vier of vijf keer moet doen voordat het kind in slaap valt.
Als deze aanpak niet lukt en het kind niet rustig in bed kan blijven liggen, lees dan de volgende twee werkwijzen: de directe benadering en de stapsgewijze benadering. Kies de werkwijze die het best past. Het is belangrijk dat eenzelfde aanpak volgt bij alle opvoeders en elke dag opnieuw.
Directe benadering
Het kind zal vast wel protesteren voordat het leert om alleen in slaap te vallen. Het beste voor het kind is dat je niet reageert op zijn gemopper. Dat is de vlugste manier om het te leren alleen in slaap te vallen. Gebruik ongeveer dezelfde stappen als hierboven beschreven:
Vertel het kind wat er zal gebeuren als het rustig in bed blijft tot ‘s morgens. ‘Als je de hele nacht in je bedje blijft, dan krijg je morgen een verrassing (een stickertje bijvoorbeeld). Als je huilt of roept, dan zal ik niet komen kijken. Als je uit je bedje komt, dan leg ik je er terug in.’ Ga na of het kind begrijpt wat je hebt gezegd.
Zeg ‘slaap zacht’ en verlaat de kamer op een vastberaden manier. Negeer daarbij het zeuren of huilen van het kind.
Negeer het kind.
Reageer niet op het roepen of huilen van het kind en ga niet terug naar zijn kamer. Wees erop voorbereid dat het (veel) kan huilen, zeker de eerste nachten.
Het kind zal uiteindelijk vanzelf in slaap vallen. Als je er zelf naar toe gaat, dan leert het: ‘Als ik veel en lang huil, dan komt er iemand.’ En dat is natuurlijk niet de bedoeling.
Stapsgewijze benadering
Deze benadering geeft je de mogelijkheid om jezelf gerust te stellen dat het kind in orde is. Volg dezelfde stappen als hierboven:
Vertel het kind wat er zal gebeuren als het de hele nacht in bed blijft.
Zeg ‘slaap zacht’ en verlaat de kamer op een vastberaden manier.
Wanneer het kind huilt als je de kamer verlaat, reageer dan niet meteen.
Wanneer dit huilen blijft duren, ga dan na 5 minuten weer kijken, geef
het een aai over de bol en zeg dat het tijd is om te slapen.Blijf niet bij het kind, maar ga na 1 minuut weer weg, zelfs als het nog aan het huilen is.
Verhoog stelselmatig de tijd tussen je bezoekjes.
Wacht telkens 2 minuten langer dan de vorige keer: 5 minuten, 7 minuten, 9 minuten, enz. Het gebruik van een klokje kan hierbij handig zijn.
Het is uitermate belangrijk dat je zelf rustig kan blijven als je weer naar het kind gaat kijken. Jouw rust zal het kind na een tijdje tot bedaren brengen.
Je kan bij beide benaderingen een dagboek bijhouden. Schrijf elke dag op hoe lang het kind huilt of roept voordat het in slaap valt. Doe dit minstens een week lang. Zo kan je nagaan of het kind vooruitgang maakt.
Als je het kind een verrassing of beloning hebt beloofd, vergeet dan niet om die de volgende morgen ook te geven, tenminste als het kind rustig is geweest. Zeg daarbij duidelijk waarom je die beloning geeft. De beloning werkt het best als het kind ook een andere positieve aanmoediging krijgt: een aai over de bol, of zeggen: ‘De hele nacht in je bed gebleven zonder te huilen of te roepen: dat heb je flink gedaan!’
Wat als het kind huilt of roept tijdens de nacht?
Hier geldt eigenlijk hetzelfde als bij het moeilijk inslapen. Wanneer de peuter niet ziek is en geen pijn heeft, schenk dan zo weinig mogelijk aandacht aan hem. Te veel aandacht betekent een beloning voor het huilen of roepen van het kind. Daardoor zal het gegarandeerd nog meer gaan huilen in de toekomst. Onderneem dezelfde stappen als hierboven beschreven om het inslaapprobleem van het kind tegen te gaan. Ook hier kan je kiezen tussen een directe benadering of een stapsgewijze benadering. Doe dit elke nacht op dezelfde manier.
