Storend slaapgedrag of parasomnie
Parasomnieën zijn soms vreemde verschijnselen die voorkomen voor of tijdens de slaap. Ongerustheid is doorgaans niet nodig. Dit gedrag komt namelijk vrij veel voor bij jonge kinderen en verdwijnt meestal vanzelf. We overlopen hier de meest voorkomende gedragingen: hoofdbonken, slaapwandelen, nachtelijke paniekaanvallen en nachtmerries.
Hoofdbonken en schudden
topSommige kinderen gaan voor of tijdens het inslapen, maar ook soms ’s nachts met hun hoofd of romp een aantal herhaalde bewegingen uitvoeren.
Ze bewegen dan met hun hoofd van voren naar achteren of slaan het ergens tegenaan: de bedrand of de muur. Het kan zijn dat het kind zijn hoofd of zelfs zijn hele lichaam heen en weer rolt of op handen en voeten heen en weer beweegt. Sommige kinderen maken hier nog een brommend geluid bij.
Hoofdbonken komt vrij veel voor bij jonge kinderen en is over het algemeen iets waar je je als ouder geen zorgen over hoeft te maken. Op 9 maanden vertoont meer dan de helft van de kinderen dit gedrag wel eens. Op 18 maanden is dit nog maar een op de drie en op 2 jaar nog maar een op de vijf. In de meeste gevallen verdwijnt het vanzelf rond de lagereschoolleeftijd.
Reden
Kinderen doen dit vaak om zichzelf tot rust te brengen of in slaap te wiegen. Maar waarom gaat het ene kind wel bonken en het andere niet? Dit lijkt gedeeltelijk afhankelijk te zijn van de mate waarin het kind andere manieren heeft om eventuele spanning af te reageren en van hoe gevoelig het kind is voor spanning.
Hoofdbonken is een tic, net als duimzuigen, nagelbijten, plukjes haar draaien, met de vingers trommelen, enz. En tics zijn over het algemeen een uiting van spanning. Vaak zien we ook een toename van het hoofdbonken vlak voordat het kind een nieuwe stap in zijn ontwikkeling zet.
Steeds vaker wordt er ook gedacht dat het te maken heeft met de rijping van de hersenen. Naarmate de hersenen meer rijpen, stopt het bonken vanzelf.
Over het algemeen gaan kinderen niet zo ver dat ze zichzelf werkelijk verwonden. Sommige kinderen krijgen wel blauwe plekken op hun hoofd. Maar gek genoeg ervaren deze kinderen ook dan meestal geen pijn.
Bij het hoofdbonken is het kind heel erg in zichzelf gekeerd. Het hoofdbonken bij het slapengaan heeft dan ook niets te maken met het hoofdbonken van een kind dat kwaad is of gefrustreerd. Deze kinderen gaan heel bewust bonken met hun hoofd. Kinderen die bonken bij het slapen doen dit onbewust.
Aanpak
Over het algemeen hoeft er niets gedaan te worden aan het hoofdbonken. Wanneer het kind zichzelf geen pijn doet, hoeft er niets te gebeuren. Het is echter volkomen begrijpelijk dat je je zorgen maakt om dit gedrag en dat je graag iets wil ondernemen om het bonken te verminderen.
Het kind minder laten bonken is moeilijk, maar er kan wel voor gezorgd worden dat het kind minder hard kan bonken en dat het zich niet bezeert. Je kan bijvoorbeeld de binnenkant van het bedje bedekken met dikke, zachte stof of mousse die vastzit aan het bedje. Aan deze stoffen zijkanten kan je kind zich niet bezeren. Ook zal het bonken dan minder effect hebben.
Wat ook soms kan helpen is de dag heel rustig afbouwen. Een halfuur voor het slapengaan demp je het licht, laat je het kind op je schoot naar een liedje of een verhaaltje luisteren en help je zo het kind tot rust te komen. Het rustgevende effect van het bonken is dan niet altijd meer nodig.
Belangrijk is dat er zeker niet te veel aandacht gegeven wordt aan het hoofdbonken. Wanneer het kind aandacht krijgt wanneer het bonkt, zal het dit ervaren als een beloning voor het hoofdbonken. Dit houdt het probleem alleen maar in stand.
Bijna in alle gevallen verdwijnt het hoofdbonken naarmate het kind ouder wordt. Gewoon geduld hebben lijkt in dit geval dan ook het beste advies.
Slaapwandelen
topSlaapwandelen treedt meestal op tijdens de eerste uren van de nacht. Het kan enkele minuten tot een halfuur duren. Vaak gaat het kind eerst plots rechtop in bed zitten. Het kind kan ofwel direct weer gaan liggen en verder slapen, ofwel komt het zijn bed uit. Een kind dat slaapwandelt heeft zijn ogen open, maar reageert nauwelijks op wat je zegt of doet. Het zal ongericht rondlopen, hier en daar een deur openen en uiteindelijk weer in bed gaan liggen.
Slaapwandelen komt vooral voor bij kinderen tussen drie en vijf jaar. Ook dit is een vrij normaal verschijnsel dat vanzelf weer verdwijnt, op zijn laatst
met de puberteit. 2,5 tot 6% van de bevolking zou als kind één keer of meerdere keren per maand slaapwandelen.
Aanpak
Men kan als ouder weinig doen om dit te voorkomen. Slaapwandelaars moeten wel beschermd worden tegen mogelijke ongelukjes. Want in tegenstelling tot wat men vaak vertelt, weten kinderen helemaal niet goed wat ze aan het doen zijn tijdens hun nachtelijke ronde. Neem daarom enkele voorzorgsmaatregelen:
verwijder de voorwerpen die in de slaapkamer van het kind in de weg kunnen staan;
zorg dat alle ramen en deuren dicht zijn en sluit het trapgat af.
Als je een kind slaapwandelend aantreft, maak het dan in geen geval wakker. Het kind weet dan niet waar het zich bevindt en hoe het daar
gekomen is. Dit kan eerder een paniekgevoel veroorzaken dan dat het het kind zou geruststellen. Dit kan dan weer op zijn beurt tot inslaapproblemen
leiden. Pak het kind bij de hand en leidt het langzaam, zonder te praten, weer naar zijn bed.
Nachtelijke paniekaanvallen (pavor nocturnus)
topDit is het verschijnsel waarbij kinderen een aanval krijgen bij het begin van de slaap, meestal na zo’n anderhalf uur slapen. Een nachtelijke paniekaanval gaat vaak gepaard met een luide schreeuw en met de neiging rechtop te gaan zitten. Het kind heeft dan een angstige uitdrukking op het gezicht en wijd opengesperde ogen. Het zweet overmatig en heeft een versnelde ademhaling en hartslag. Het kind lijkt wakker, maar is het niet.
Het is verward en spreekt onsamenhangend. Vaak staart het naar één punt in de kamer, alsof het daar iets engs heeft gezien. Gek genoeg kan het kind zich ’s ochtends niets van het voorval herinneren.
Nachtelijke paniekaanvallen komen voor bij 3 à 10% van alle kinderen, met een piek rond de leeftijd van vijf jaar. Net als slaapwandelen doen ze zich
voor tijdens de diepe slaap. Het kind is dan niet aan het dromen.
Aanpak
Als een kind zo’n aanval heeft, herkent het je niet en is het niet te bereiken.
Probeer het kind niet te wekken, want het kan daardoor agressief worden.
Je mag het wel knuffelen.Meestal kan je enkel afwachten tot de aanval na een tiental minuten vanzelf overgaat en het kind weer in een normale
slaap valt.Het kan voor een angstaanjagende ervaring zijn om een kind zo overstuur te zien. Bedenk echter dat dit vanzelf zal overgaan en dat het kind er zich niets van zal herinneren.
Een paniekaanval wordt nogal eens verward met een nachtmerrie. Bij een nachtmerrie is een kind ook wel angstig. Maar een kind met een nachtmerrie mag wel gewekt en getroost worden. Het is belangrijk dat je het verschil ziet tussen de beide verschijnselen, want zij vragen een verschillende aanpak.
Nachtmerries
topNachtmerries spelen zich af in de droom, waarna het kind wakker wordt. Kinderen dromen van het begin af aan, maar vooral in de leeftijdsperiode van 4 tot 6 jaar. In deze periode beleven kinderen de wereld rondom hen heel intens. ’s Nachts verwerken ze de belevenissen en gevoelens van de afgelopen dag. Hierdoor dromen kleuters zeer levendig. Monsters en spoken nemen de plaats in van de belevenissen die kinderen overdag als bedreigend of overdonderend hebben ervaren.
Aanpak
Stel het kind meteen gerust door het zachtjes te aaien of te knuffelen. Vertel dat alles veilig is.
Zeggen dat het maar een droom was helpt een kind niet, omdat het voor het kind wél echt was. Jonge kinderen kunnen immers moeilijk het onderscheid maken tussen hun fantasie en de werkelijkheid.
Jouw stem helpt. Vertel bijvoorbeeld waar het kind is, wat er in zijn kamer te zien is en dat jij bij hem bent.
Doe eventueel het licht aan om het kind te laten zien dat het op zijn kamertje is.
Als het kind dat wil, kan er ‘s nachts over de nachtmerrie gepraat worden. Vraag er dan het best niet op door. Wanneer het kind er de volgende dag niets over vertelt, begin er dan zelf niet over. Als het kind toch over zijn droom wil praten, ga er dan op in. Het kind voelt dan dat je zijn angst ernstig neemt.
Het kind bij jou in bed nemen na een nachtmerrie is een heel begrijpelijke reactie. Toch is dit af te raden, omdat het kind dan vaak daarna niet meer naar zijn eigen bed durft. Jouw boodschap is dan namelijk: bij ons ben je veiliger dan in je eigen bed. En zo kunnen er slaapproblemen ontstaan.
Wanneer een kleuter altijd dezelfde nachtmerries heeft, kan dat een teken van stress of van emotionele verwarring zijn. Praat overdag met het kind over wat het bezorgd maakt. Is het kind bang geworden van iets wat het op tv heeft gezien? Heeft de juf een griezelig verhaal verteld? Heeft het kind een akelig idee in zijn hoofd? Als je weet waarom het kind angstige dromen beleeft, dan kan je het bevrijden van die angst of die zorgen.
