Tips: slapen

  • Maak duidelijk dat het een slaap- en geen speelkamer is. Veel speelgoed of leuke dingen in de kamer nemen de rust weg.

  • Laat een nachtlampje of het licht op de gang aan.

  • Blijf tijdens het inslapen in de buurt van het kind. Bv. Laat de deur op een kier of nog loop even in de buurt van de kamer rond, zodat het kind je hoort.

  • Weet dat sommige kinderen van stilte houden, anderen horen graag geluiden in de buurt.

  • Sommige kinderen slapen beter alleen, anderen beter samen met broer of zus in een kamer.

  • Geef een knuffel om de afwezigheid van de ouder(s) draaglijker maken.

  • Zorg voor een goede slaaptemperatuur van ong. 18 °C om een goede nachtrust te bevorderen.

  • Breng een vaste dagstructuur en een vast dagritme aan. Elke dag hoeft niet identiek te verlopen. Leer het kind wat het wel en wat het niet kan verwachten. Bepaal een vaste opeenvolging van momenten: bv. opstaan, wassen, eten, spelen, slapen.

  • Door veel aandacht te geven aan een peuter die midden in de nacht uit zijn bed wil (door te roepen, door er honderd keer naartoe te gaan, door hem in jouw bed te nemen, enz.), zal je hem wel weer in slaap krijgen. Het neveneffect is echter dat je kind niet meer zelf weer in slaap raakt en jou blijvend nodig zal hebben. Probeer niet te reageren.

  • Is niet reageren toch te moeilijk, reageer dan kort, consequent en zo neutraal mogelijk. Geef bv. duidelijk de boodschap ‘het is nu slaaptijd’, zonder bijkomende handelingen of woorden. Als je ’s nachts altijd op dezelfde neutrale manier reageert, leert je kind dat het van jou ’s nachts geen extra aandacht moet verwachten, maar zal het ook gerustgesteld zijn dat je in de buurt bent en zal het na een tijdje ook niet meer om aandacht vragen.

  • Als je je kind ook overdag leert om af en toe alleen bezig te zijn, geef je het meer kansen om op zichzelf te leren vertrouwen. Goed slapen begint dus vaak al overdag!

  • Probeer grenzen te stellen aan de aandacht voor het kindje overdag. Als het nooit (kort) alleen bezig kan zijn, is dat voor hem ’s nachts ook heel moeilijk.

  • Een slaapritueel op maat van het kind is een goed hulpmiddel. Dit bestaat uit een aantal vaste gewoonten voor het slapengaan. Een slaapritueel geeft het kind een herkenningspunt en vertrouwen in wat er komt.

  • Voor je aan het slaapritueel begint, kan je de peuter het best laten weten dat de bedtijd er bijna aankomt. Een peuter die zonder waarschuwing plots van zijn autootjes wordt meegenomen naar de slaapkamer, zal niet veel zin hebben om te slapen!

  • Probeer de tijd voor het slapengaan zo rustig mogelijk te laten verlopen. Sommige tv-beelden, wilde spelletjes, … zorgen voor spanning. Bij het slapen gaan is het van belang dat het kind zich ontspannen voelt.

  • Het kan helpen om je kind overdag op een andere plaats te slapen te leggen dan ’s nachts. In een wieg in de woonkamer hoort je kind allerlei geluiden in huis: de radio staat aan, iemand zingt, andere kinderen spelen, er wordt gelachen aan tafel, enz.

  • Als je kind weet dat al zijn treuzeltechnieken (nog wat drinken, even plassen, nog een extra zoen, de poes even aaien, enz.) geen effect hebben op het uur van slapengaan, zal het na een tijdje wel ophouden er nog meer te verzinnen.

Contacteer de regioverpleegkundige voor informatie en ondersteuning of maak gebruik van het spreekuur opvoedingsondersteuning. Door over de situatie te praten, kan men de situatie in kaart brengen en oplossingen zoeken voor het slaapprobleem.


Hou rekening met:

  • het kind: persoonlijkheid, leeftijd, ontwikkelingsniveau, temperament, … Bv. Vanaf 8 maanden hebben heel wat kinderen het moeilijk om alleen in te slapen omwille van scheidingsangst. Een koppige peuter kan plots niet meer willen gaan slapen. Oudere peuters krijgen vaak last van hun fantasie: een wapperend gordijn wordt al snel een draak en gegarandeerd zitten er leeuwen onder hun bedje.

  • de ouder/begeleider: persoonlijkheid, manier van omgaan met het kind, regels binnen het gezin, …
    Bv. De ene vindt dat een kind alleen in z’n bedje moet slapen, de andere vindt dat het bij de ouders kan slapen.

  • de omgeving: broertjes en zusjes, ingrijpende gebeurtenissen, huisvesting, …
    Bv. Misschien is er niet voldoende ruimte om het kind rustig apart te laten slapen.

Gebruiksovereenkomst Toegankelijkheidsverklaring

Vlaamse overheid