Fietsstoel

  • Geef de voorkeur aan een stoeltje achter op de fiets.
  • Monteer het stoeltje volgens de gebruiksaanwijzing.
  • Maak je kind altijd vast met de veiligheidsgordels, zorg dat zijn voetjes beschermd zijn en zet het een aangepaste fietshelm op.
  • Maak in het begin geen lange tochten.
  • Fiets nooit met je baby in een draagzak.

Elk jaar raken er heel wat kinderen met hun voetjes geklemd tussen de spaken van een fiets. Als je een fietstochtje maakt, zorg dan dat ook de voetjes van je kind beschermd zijn.

Soorten fietsstoeltjes:

  • Stoeltjes vooraan die bevestigd zijn aan het stuur en aan de fiets zelf.
  • Stoeltjes vooraan die bevestigd zijn tussen het stuur en de fietser (voor kinderen van 9 tot 15 kg).
  • Stoeltjes achter op de fiets (voor kinderen van 9 tot 15 kg, model A15).
  • Stoeltjes achter op de fiets (voor kinderen van 9 tot 22 kg, model A22).
  • Het verschil tussen model A15 en model C15 heeft te maken met de verschillen in hoogte van de rugleuning, de zijkanten, de breedte van het stoeltje, enz.

Vereisten

  • Als de markering EN 14344 op het fietsstoeltje staat, voldoet het aan de Europese norm.
  • Er staat aangegeven voor welk type van fiets het stoeltje (niet) kan worden gebruikt.
  • Bij stoeltjes achter op de fiets is het symbool ‘zwaartepunt’ zichtbaar aangebracht aan de buitenkant van het stoeltje.
  • Op stoeltjes die aan de bagagedrager worden bevestigd, staan instructies voor de bevestiging.
  • Op stoeltjes die aan de fiets zelf worden bevestigd, staan instructies i.v.m. met de diameter van het frame van de fiets.
  • Er zijn geen openingen tussen 0,5 en 1,2 cm groot.
  • Kleine onderdelen kunnen niet losgemaakt worden met vingers of tanden.
  • Scherpe hoeken, randen of punten zijn afgerond of bedekt.
  • Gebruik een zadelveerbeschermer, anders kan een kind zijn vingers knellen.
  • Het bevestigingssysteem kan alleen met gereedschap aangebracht of losgemaakt worden.
  • Een stoeltje vooraan hindert bij het besturen en het afstappen van een fiets. Bij slecht weer zit een kind ook meer in de wind en in de regen.
  • Stoeltjes die vooraan worden bevestigd, moeten behalve aan het stuur ook nog op een andere plaats aan de fiets bevestigd worden.
  • Probeer verschillende modellen ter plaatse uit, vooraleer er één te kopen.
  • Het stoeltje heeft verstelbare gordels. De riempjes zijn min. 2 cm breed.
  • Een kind kan de gordel niet openen.
  • De gordel loopt ofwel:
    • over schouders en kruis,
    • over schouders en middel, wanneer het stoeltje uitgerust is met een bevestigingssyteem ter hoogte van het kruis,
    • over schouders, middel en kruis
  • Kies een stoeltje met verstelbare voetsteunen en voetriempjes of zorg ervoor dat de fiets een wielbescherming heeft. Anders bestaat het gevaar dat een kind zijn voetje knelt.
  • De verstelbare voetriempjes zijn min. 1,5 cm breed.

Correct gebruik

  • Zorg voor de juiste instellingen van het fietsstoeltje voor een max. comfort.
  • Kijk regelmatig alle bevestigingen na.
  • Controleer na de montage van het stoeltje of alle delen van de fiets nog goed functioneren.
  • Zorg dat lichaamsdelen of kleren nooit in contact komen met bewegende delen van het stoeltje of van de fiets.
  • Zorg dat het kind altijd een valhelm draagt. Ook voor de fietser is het raadzaam een fietshelm te dragen.
  • Zorg dat het kind en de voetjes vastgeklikt zijn voor vertrek.
  • Laat het kind nooit alleen achter in het fietsstoeltje.
  • Kleed het kind altijd warm aan bij een fietstocht in koud of winderig weer. Bescherm het tegen de regen.
  • Respecteer het verkeersreglement:
    • Een passagier meenemen op de bagagedrager is verboden.
    • Zijdelingse zitjes zijn verboden.
    • Amazonezit op de fiets is verboden.
  • De capaciteit van de bagagedrager: max. 25 kg. Ga geregeld na of het kind het max. gewicht voor het fietsstoeltje niet overschrijdt.
  • Gebruik het fietsstoeltje niet als er een deel stuk is.
  • Laad geen extra bagage aan het fietsstoeltje. Bevestig de bagage altijd aan de tegenovergestelde kant van het fietsstoeltje.