Draagsystemen

Er bestaan verschillende draagsystemen om een kindje te dragen op de borst of op de rug.

Baby’s die veel gedragen worden, hebben meer zelfvertrouwen omdat ze zich doorgaans veiliger voelen. Voor een kind is huidcontact namelijk heel belangrijk.

Een draagsysteem moet veilig alleen kunnen aan- en uit gedaan worden.

  • Een degelijke demonstratie bij aankoop is noodzakelijk. Een goede verdeling van het gewicht van een kind zorgt ervoor dat het dragen comfortabel is.

  • Het is essentieel dat een kind een correcte houding aanneemt. Ga er niet zomaar van uit dat een baby zal huilen of bewegen bij ademhalingsmoeilijkheden doordat hij niet correct in zijn draagsysteem zit. Zijn neus en mondje moeten vrij zijn zodat het gemakkelijk kan ademen, en zijn kin mag niet op zijn borst steunen zodat zijn luchtwegen niet geblokkeerd raken.

Laat een kind niet slapen in een draagsysteem. Draag een kind niet bij het roken, koken, strijken, in de auto, op de fiets of de motor.

Draagdoek

  • Een kind zit met een natuurlijk gekromde rug. Omdat het kind niet hangt, geen holle rug heeft en geen druk op zijn rug krijgt, is een draagdoek perfect bruikbaar vanaf de geboorte.

  • Kies voor materiaal dat lucht doorlaat. Hou rekening met de temperatuur en zorg ervoor dat de kleding van het kindje eraan is aangepast. Een draagdoek telt voor één kledingstuk.

  • De doek moet strak genoeg zitten zodat een kindje er niet in wegzakt.

  • Een draagdoek moet vastgebonden worden met dubbele knopen als er geen ander beschermsysteem is, zoals een extra gesp of clip.

  • Afhankelijk van de draagdoeksoort en leeftijd zijn verschillende houdingen voor de baby mogelijk.

  • Sommige modellen van zachte draagsystemen (bv. de bagsling, een draagzak waarin een kind in een diepe buidel wordt gedragen) zijn gevaarlijk voor baby’s jonger dan 4 maanden. Door de foute kromming waarin de baby ligt, wordt zijn keelholte afgesloten. Jonge baby’s hebben de kracht of reflex niet om dat te corrigeren en lopen risico op verstikking.

Draagzak

  • In een draagzak hangt een kind. Daarom is dit model pas veilig bruikbaar na enkele maanden.

  • Een draagzak heeft banden die om de schouders gebonden worden en een aangepaste lendenband. Met die banden kan een kind hoger of lager gedragen worden. De draagzak zit goed als je als drager het kind een kus op zijn voorhoofd kan geven.

  • Maak de sluiting van een draagzak goed vast.

  • Met een kindje in een draagzak buig je beter niet voorover, maar ga je door je knieën met een rechte rug.

Rugdrager

  • Een rugdrager kan vanaf 8 à 9 maanden gebruikt worden, als een kind goed kan zitten en voldoende lang zijn hoofd rechtop kan houden. Dit kan tot een kind ongeveer 3 jaar is.

  • Koop een rugdrager met een gordel erin. Maak het kind vast, zodat het niet opzij gaat hangen.

  • Een aangepaste lendenband en rugsteun zorgen voor een goede verdeling van het gewicht over schouders en lenden. Dan kan het stoeltje tijdens het lopen niet te veel bewegen.

  • Een rugdrager met een kind erin kan omvallen als je hem niet draagt.

Gebruiksovereenkomst Toegankelijkheidsverklaring

Vlaamse overheid