Wandelwagen
Combiwagens zijn eerst te gebruiken als kinderwagen en daarna als wandelwagen of buggy. Wandelwagens zijn opvouwbaar en hebben een goede vering (kleinere buggy’s en paraplu-modellen hebben soms geen vering).
Op sommige modellen kan men mits een aanpassingsstuk een draagbaar autostoeltje plaatsen.
- De markering EN 1888 staat op de wandelwagen: ze voldoet aan de Europese norm.
- Merknaam en referentie staan duidelijk vermeld op de wandelwagen.
Vereisten
Het metaal is roestvrij. De verf is krasvast, gif- en loodvrij.
Scherpe hoeken, randen of punten zijn afgerond of bedekt.
Kleine onderdelen kunnen niet losgemaakt worden met vingers of tanden.
De stoffen binnenbekleding moet goed aangespannen zijn.
In een zone van 15 cm rond en 55 cm boven het kind zijn er geen gaten tussen 0,5 cm en 1,2 cm diameter en 1 cm diep. Er zijn geen spleten kleiner dan 1,2 cm.
Heeft de wandelwagen voetsteuntjes, dan mogen die geen openingen hebben tussen de 2,5 cm en 4,5 cm. Zorg dat de gespen en riempjes voldoende sterk zijn.
Lengte van koorden of linten aan de wandelwagen: max. 22 cm.
Is de baby jonger dan 6 maanden, moet men de rug van de wandelwagen 150° kunnen neerleggen. Kan dit niet, dan moet men de wandelwagen kunnen ombouwen en er een reiswieg op plaatsen.
Is de baby ouder dan 6 maanden dan moet de hoek tussen het zitvlak en de rug minstens 100° zijn. De rug moet min. 38 cm hoog zijn.
Een regelbare duwstang moet automatisch vergrendelen in de gekozen stand.
Men kan de rem rechtstaand inschakelen. De rem komt nooit vanzelf los.
Een kind kan de rem niet bedienen.
Lees steeds aandachtig de gebruiksaanwijzing.
Hang boodschappen nooit aan de handvaten van de wandelwagen. Kies een model waar de tassen onderaan gelegd kunnen worden.
Laat een kind nooit alleen in de wandelwagen.
Gebruik steeds het tussenbeenriempje bij het gebruik van de veiligheidsgordel.

