Van 1 tot 2 jaar
Kenmerkend gedrag
Het kind begint zelfstandig te lopen.
Het kind is nieuwsgierig en grijpt naar alle voorwerpen.
Het kind gaat mee in de auto in een autostoeltje.
Het kind bootst graag na.
Typisch ongeval
Vallen van hoogte: trap, stoel, fietsstoel
Knellen van vingertjes, handjes of voetjes tussen een autodeur of fietsspaak
Vergiftiging
Snijwonden
Elektrocutie
Verdrinking
Bijtwonden door contact met dieren
Ongeval voorkomen
Breng een antisliplaag aan onder het tapijt of berg het tapijt enkele maanden weg.
Leer een kind de trap veilig op- en afgaan.
Geef extra aandacht aan het balkon: zorg ervoor dat het kind nergens op kan klimmen (bv. vuilnisbak).
Kies voor een veilig systeem om een kind mee te nemen met de fiets. Zorg er ook voor dat zijn voetjes niet tussen de fietsspaken kunnen raken.
Zet een kind klikvast in een autostoeltje in de wagen en kijk bij het in- en uitstappen extra uit voor zijn voetjes en handjes.
Hou geneesmiddelen, gevaarlijke producten en giftige planten buiten het bereik van een kind.
Zet gevaarlijke voorwerpen achter slot. Bewaar giftige producten in hun oorspronkelijke verpakking met de verplichte veiligheidssluiting.
Bewaar messen en scharen achter slot.
Beveilig alle stopcontacten en verlengsnoeren die nog niet beveiligd zijn.
Hou actief toezicht als een kind in de buurt van water komt (zwembad, plonsbad, zee, enz.).
Gebruik veilige drijfmiddelen (zwembandjes, zwemvestjes, enz.).
Let op in de nabijheid van dieren. Leer een kind dat het geen vreemde dieren mag aaien. Geef zelf het goede voorbeeld.
