Op het menu


Welke groenten in de groentepap?
Welk fruit kiezen
Groentepap bereiden
Fruitpap bereiden

Starten

Vroeger starten dan 4 maanden met vaste voeding is niet aan te raden.

Bij borstvoeding is het zeker aan te raden te wachten tot de baby 6 maanden is. Wordt vaste voeding gestart, dan zal de melkproductie achteruitgaan omdat de baby minder moedermelk drinkt. Even langer wachten is dus zowel goed voor de mama als voor de baby.

Vanaf 6 maanden is vaste voeding noodzakelijk. Op dat moment is borst- of flesvoeding op zich niet meer voldoende. Start op dat moment met fruitpap of groentepap. Het maakt niet uit of je met fruitpap of met groentepap start. Is de ene pap goed opgestart, dan kan je de andere beginnen geven.

  • Begint men rond de zesde maand met vaste voeding, dan heeft de baby zijn ijzervoorraad al opgebruikt en wordt beter meteen gestart met groenten en een aangepaste melkvoeding.
  • Geef als melkvoeding moedermelk of opvolgvoeding. Vermijd gewone koemelk tijdens het eerste levensjaar: die bevat onder meer te weinig ijzer en te veel eiwitten.

Fruitpap

Wie met fruitpap start, kan de baby laten wennen aan de smaak door hem enkele lepeltjes verdund vers sinaasappel- of pompelmoessap te geven vóór of na de melkvoeding. Zeef het, zeker als het kindje last heeft van krampen. Er zijn ook kant-en klare fruitsapjes voor baby’s te koop in de winkel. Gaat dit goed, geef hem dan onverdund fruitsap en daarna enkele koffielepels fruitpap. Men mag ook onmiddellijk de fruitpap geven, aangevuld met melkvoeding.

  • Kies altijd voor zacht, zoet, vers en rijp seizoensfruit zonder pitjes of velletjes. Begin met vruchten zoals banaan, appel, peer, meloen, perziken, pruimen, ... Gaat dit goed, probeer dan gerust kiwi’s, citrusvruchten, mango, ...
  • Wissel af. Zo ontwikkelt de baby zijn smaakzin en krijgt hij verschillende vitamines binnen.
  • Verwijder de steen en de pel bij rijpe steenvruchten zoals perziken en abrikozen. Ontpitte en ontvelde druiven mogen ook.

Tips

  • Geef ook eens een fruitsoort apart. Zo leert de baby die smaak beter kennen en is het snel duidelijk of hij die fruitsoort lust.
  • Geef een nieuwe fruitsoort enkele dagen na elkaar. Wacht intussen met ander fruit. Zo is het snel duidelijk of hij die fruitsoort lust.
  • Ananas is door zijn vezelstructuur moeilijk verteerbaar. Geef ananas pas als de baby 12 maanden is.
  • Kies niet altijd de traditionele fruitcombinatie van appel, sinaasappel en banaan. Vers fruit is een bron van vitamine C, maar niet elke vrucht bevat er evenveel van. Kiwi’s, sinaasappelen en mandarijntjes zijn de toppers. Appelen, peren en pruimen bevatten bijna geen vitamine C. De teeltwijze en het seizoen kunnen ook voor schommelingen zorgen.
  • Blikfruit, fruit in glas of (gevitamineerde) vruchtensiropen zijn niet schadelijk voor de baby, maar vaak is aan deze producten veel suiker toegevoegd: de baby krijgt meer energie binnen dan nodig, de kans op tandbederf vergroot en hij went aan een zoete smaak. Er zijn wel blikken of bokalen fruit te verkrijgen waaraan geen suiker is toegevoegd. Op het etiket staat dan ‘op eigen sap’. Vers fruit is toch te verkiezen vanwege het hogere gehalte aan vitamine C.

Bereiding fruitpap

  • Verwijder de rotte en dorre delen.
  • Spoel het fruit verschillende keren in ruim koud water tot het spoelwater zuiver is.
  • Verwijder de pel, schil en pit(ten).
  • Snij het fruit in grote gelijke delen.
  • Maak het fijn met een citruspers, roerzeef, rasp of vork.
  • De reden om koek of meel aan fruitpap toe te voegen, is om ze in te dikken. Te vloeibare fruitpap is immers moeilijker om af te happen voor een baby. Maar een indikkingsmiddel hoeft niet altijd, een vaster fruitpapje heeft dit niet nodig. Is het nodig, dik de fruitpap dan in met ongezoete kindermelen, -vlokken, -granen of -koek. Gebruik niet dagelijks kinderkoek, want dit leidt tot de gewoonte om op het moment dat fruitpap overgaat in stukjes fruit, ook nog een koek aan je kind te geven. 
  • Voeg geen suiker of andere zoetstoffen toe.
  • Geef de pap zodra ze klaar is.

Aandachtspunten

  • Maak de fruitpap niet op voorhand klaar. Geschild, gesneden, geraspt of geplet fruit dat in contact komt met de lucht verliest zijn vitaminen. De smaak gaat ook achteruit en het uitzicht van het fruit wordt ook minder smakelijk. Er is ook een risico op bacteriën in de fruitpap.
  • Hou geen restjes voor de volgende dag of vries ze niet in.
  • Gedroogd fruit heeft niet de dezelfde voedingswaarde als vers fruit. Het is vooral een bron van suiker.
  • Voeg geen suiker of honing toe, zo leert een baby de smaak van verschillende fruitsoorten beter kennen. Bovendien is suiker niet goed voor de tanden en zitten er geen vitamines of mineralen in. Honing geven aan baby’s jonger dan 1 jaar kan gevaarlijk zijn. De kans bestaat dat de honing besmet is met de botulisme-bacterie. Bij volwassenen groeit deze bacterie in het algemeen niet in de darm. Bij baby’s kan dat wel, aangezien hun darmflora nog niet voldoende ontwikkeld is. Dit wordt ‘infantiel botulisme’ genoemd.
    Botulisme kan leiden tot verlamming en zelfs tot de dood. Hoewel infantiel botulisme heel zeldzaam is en de kans op besmetting zeer klein blijft, zijn de gevolgen te ernstig om onnodige risico’s te nemen.
  • Voeg geen yoghurt of plattekaas toe aan de fruitpap. Ze bevatten geen vitamine C, maar wel veel eiwitten. Die belasten de nieren van de baby. Borst- of flesvoeding levert genoeg eiwitten.
  • Van zodra vaste voeding geïntroduceerd wordt (vanaf (4-)6 maanden) mogen gluten geleidelijk toegediend worden, ongeacht borst-of kunstvoeding.

Gluten

Van zodra vaste voeding geïntroduceerd wordt (vanaf (4-)6 maanden) mogen gluten geleidelijk toegediend worden, ongeacht borst-of kunstvoeding.


Gluten is een eiwit dat voorkomt in een aantal graansoorten (bv. tarwe, rogge, haver en gerst) alsook in hun afgeleide producten. Invoer van gluten kan door glutenbevattende ongezoete kindermelen, -vlokken, -granen of -koek in de fruitpap of in de groentepap te mengen of door aardappelen of rijst in de groentepap af en toe te vervangen door goedgekookte spaghetti of macaroni.

Groentepap

Start het best met licht verteerbare groenten zoals witloof, bloemkool, wortelen, courgette, pompoen, tomaat, spinazie, ... Meestal lust een kindje dit wel. Maar ieder kind is anders. Weigert een baby een bepaalde groente of verdraagt hij ze niet, wacht dan een paar weken om ze nog eens op het menu te zetten.

  • De pap hoeft niet noodzakelijk verschillende soorten groenten te bevatten.
  • Zorg wel voor zo veel mogelijk afwisseling, zo leert een baby alles eten en krijgt hij ook de nodige vitamines en mineralen binnen.
  • Geef verse groenten en verwerk ze zo snel mogelijk na aankoop. Bewaar ze max. 3 dagen in de koelkast. Verwerk nitraatrijke groenten zo snel mogelijk.
  • Fruit en groenten hebben andere voedingswaarden en kunnen elkaar dus niet vervangen. Appelmoes mag de groenten bij de warme maaltijd dus wel eens vervangen, maar niet te vaak.
  • Soep is een goede leverancier van vocht en is rijk aan mineralen. Doordat ze weinig vitaminen bevat, kan ze een warme maaltijd zeker niet vervangen. Bovendien is op 6 maanden de melkvoeding nog steeds het belangrijkste voedingsmiddel voor de baby. Voor soep en andere dranken is er weinig plaats over in zijn maagje. Ze kan wel toegevoegd worden om de pap minder droog te maken.
  • Groenten uit blik of glas krijgen niet de voorkeur, omdat er veel zout aan toegevoegd wordt. Dit kan de nieren van de baby belasten.
  • Vervang aardappelen af en toe door gekookte witte (geraffineerde) rijst of deegwaren. Deze bevatten geen vitamine C. Zorg dus voor voldoende verse groenten.

Bereiding groentepap

  • Reinig de aardappelen eerst.
  • Verwijder slappe en verlepte bladeren van groenten.
  • Spoel de groenten verschillende keren in ruim koud water tot het spoelwater zuiver is.
  • Schil ze. Snij ze dan in grote gelijke delen. Zo gaan er minder vitamines verloren. Kook de groenten en aardappelen in een beetje water of stoom ze. Zo heb je een max. behoud van vitamines. Een snelkookpan of microgolfoven is zeker aan te bevelen. Sommige groenten bevatten van zichzelf al veel vocht, bij witloof bv. moet geen water toegevoegd worden. Kook nitraatrijke groenten wél in veel water. Giet het kookwater nadien weg.
  • Plet alles of maak het fijn met een roerzeef.
  • Voeg afhankelijk van de hoeveelheid pap een koffielepel tot eetlepel vetstof toe. Dit maakt het papje smeuïger en geeft een baby voldoende energie om te groeien en zich te ontwikkelen. Kies bij voorkeur voor een olie (bv. maïs-, olijf-, arachide-, koolzaad- of zonnebloemolie), een zachte plantaardige margarine of bak- en braadvet rijk aan onverzadigde vetzuren.
  • Vermijd het toevoegen van suiker, zout of kruiden. Zo leert een baby de smaak van de groenten kennen en wordt zijn maag-darmkanaal niet onnodig geprikkeld. Tuinkruiden kunnen eventueel wel.

Aandachtspunten

  • Een microgolfoven warmt heel ongelijk op. Roer daarom de voeding goed om, controleer de temperatuur en geef ze dan pas aan een baby.
  • Geef de groentepap zo snel mogelijk na de bereiding. Hou ze niet onnodig warm en warm ze geen 2de keer op. Dit geldt ook voor potjesvoeding.
  • Geef de groentepap liefst ’s middags, zo kan die nog goed verteren. Geef ’s avonds een melkmaaltijd. Leer deze gewoonte aan van jongs af. Regelmaat is belangrijk voor kinderen.
  • Kan het niet anders dan de maaltijd ’s avonds te geven, geef dan een voeding die niet te zwaar is en doe dit niet te laat.

Nitraatrijke groenten

Nitraat is op zich onschadelijk voor de gezondheid. Het is een stof die in de meeste groenten voorkomt. Tijdens het bewaren en bereiden van groenten kan nitraat om gezet worden in nitriet. Nitriet is wel schadelijk. We raken het nauwelijks kwijt bij het plassen. Nitriet kan voor zuurstoftekort in het bloed zorgen en voor ademhalingsproblemen. Vooral bij baby’s is dit erg gevaarlijk.

Nitraatrijke groenten en de leeftijd waarop deze kunnen gestart worden:

Slasoorten 4 à 6 maanden
Postelein 4 à 6 maanden
Rode biet 4 à 6 maanden
Kervel 4 à 6 maanden
Radijs 12 maanden
Bleekselder 8 maanden
Andijvie 4 à 6 maanden
Spinazie 4 à 6 maanden
Spitskool 12 maanden
Koolrabi 8 maanden
Tuinkers/waterkers 4 à 6 maanden
Venkel 4 à 6 maanden
Chinese kool 4 à 6 maanden
Snijbiet (warmoes) 4 à 6 maanden

Bereiding

  • Verbruik ze zo vers en snel mogelijk. Bewaar ze niet langer dan 2 dagen in de koelkast.
  • Verwijder de verlepte bladeren, nerven en stelen.
  • Kook nitraatrijke groenten in veel water. Giet het kookvocht weg. Stoom ze niet.
  • Serveer ze onmiddellijk na de bereiding.

Aandachtspunten

  • Het opwarmen van nitraatrijke groenten leidt niet tot meer nitrietvorming als de groente snel is afgekoeld en gekoeld bewaard werd, maar omwille van mogelijk vitamineverlies is het niet raadzaam.
  • Hou rekening met de seizoenen. In de zomer bevatten ze minder nitraat dan in de winter.
  • Koop geen bereide diepvriesspinazie en bereide spinazie in bokalen.
  • Zorg voor veel afwisseling tussen nitraatrijke en nitraatarme groenten.
  • Gebruik niet meer dan 2 x per week nitraatrijke groenten.
  • Vermijd de combinatie met vis (uitgezonderd zalm en makreel).

Aardappelen

De groene delen en scheuten bevatten solanine, een stof die in grote hoeveelheden giftig kan zijn. Deze stof komt van nature voor in de schil van onrijpe aardappelen en in scheuten van oudere aardappelen. Maar bij een normale consumptie loopt men zeker geen gevaar. Het solaninegehalte kan in aardappelen sterk variëren. Het gehalte in ‘hedendaagse’ rassen is veel kleiner. Door beschadiging of bewaring van aardappelen in (zon)licht of in een koude en vochtige omgeving kan het solaninegehalte stijgen. Voorkom dit door aardappelen zorgvuldig te behandelen en te bewaren.

  • Verwijder een groot gedeelte van de solanine door de aardappelen te schillen en door bruine en groene delen van aardappelen weg te snijden. Snij ook de scheuten ruim weg.
  • Snij de plekjes ook goed weg wanneer aardappelen in de schil wordt gegeten.
  • In onrijpe tomaten zit een vergelijkbare stof. Eet daarom alleen rijpe tomaten.

Extra drinken

Drinken naast het eten is niet nodig: de eerste 4 à 6 maanden heeft de baby alleen melkvoeding nodig.

In sommige gevallen heeft een baby wel extra vocht nodig: bij koorts, diarree of warm weer. Krijgt het kindje extra vocht, kies dan voor extra borstvoeding of flesvoeding.

Bij koorts, braken of diarree is het advies van de arts noodzakelijk.

Restjes

  • Het bewaren en heropwarmen van restjes houdt risico’s op infecties in. De voeding verliest ook vitaminen.
  • Bewaar restjes zeker niet langer dan één dag in de koelkast.
  • Raak restjes niet aan met de handen, laat ze snel afkoelen en bewaar ze afgedekt in de koelkast.
  • Warm restjes snel op, verhit het door en door (meer dan 70 °C tot in de kern). Roer het regelmatig om.

Tussendoortjes

  • De eerste 4 à 6 maanden is melkvoeding (en eventueel bijvoeding) voldoende. 
  • Voor kinderen jonger dan 9 maanden is een kinderkoek alleen geschikt wanneer het geprakt wordt met vloeistof zoals in een fruitpap of met melkvoeding in een papje, om verslikken te voorkomen. Gebruik niet dagelijks kinderkoek, want dit leidt tot de gewoonte om op het moment dat fruitpap overgaat in stukjes fruit, ook nog een koek aan je kind te geven. 

Noten

Nootjes zijn aantrekkelijke tussendoortjes, maar de kauwfunctie van jonge kinderen is onvoldoende ontwikkeld om nootjes fijn te maken. Hierdoor kunnen zij zich gemakkelijk verslikken. Het verslikken in een pindanoot is een belangrijke oorzaak van spoedgevallen. Het risico op verslikken beperkt zich niet tot de pindanoten, maar geldt algemeen voor hele noten.

Het is niet evident een arbitraire leeftijd te zetten wanneer noten wel veilig kunnen gegeten worden, zij houden immers ook bij volwassenen risico’s in. Kind en Gezin houdt er zeker aan om tot de leeftijd van 4 jaar noten te vermijden in de voeding. Maar ook daarna blijft het aangewezen voorzichtig te zijn.

Enkele adviezen om de risico’s te beperken:

  • Vermijd hele noten bij jonge kinderen.
  • Zet noten buiten het bereik van jonge kinderen. Wees alert voor (resten van) nootjes die kinderen kunnen vinden op de grond, in zetels, ... Hou steeds toezicht.
  • Laat kinderen niet al etend rondlopen of spelen.

Vetten

  • Voeg de aangepaste hoeveelheid vetstof op het einde van de bereiding aan de groentepap toe. De kwaliteit van vetten en oliën gaat namelijk achteruit als je ze opwarmt en er worden schadelijke afbraakstoffen gevormd. Dit is afhankelijk van het type vet of olie.
  • Kies bij voorkeur voor een olie, een zachte plantaardige margarine of bak- en braadvet rijk aan enkelvoudige onverzadigde vetzuren, bv. maïs-, olijf-, arachide-, koolzaad- of zonnebloemolie. Enkelvoudig onverzadigde vetzuren zijn beter bestand tegen hoge temperaturen dan meervoudig onverzadigde vetzuren. 

Lees meer achtergrondinformatie over vetten.

Kruiden en bouillonblokjes

Aan groentepap kan je zachte kruiden toevoegen, zoals peterselie, bieslook, kervel, basilicum en venkel.

  • Wees voorzichtig met sterk smakende kruiden en pikante specerijen. Die kunnen het maag-darmkanaal van baby’s en peuters te hard prikkelen. Let hier ook op bij exotisch voedsel in het buitenland.
  • Vermijd de toevoeging van zout aan de voeding van de baby. Te veel zout is ongezond en te zwaar om te verwerken voor baby’s nieren. Zonder toegevoegd zout leert de baby de natuurlijke smaak van zijn voeding ook beter kennen.
  • Bouillonblokjes zijn geconcentreerde extracten van groenten, vlees, kip of vis met kruiden en veel zout, die de nieren van een baby kunnen overbelasten. Gebruik ze dus niet. Er bestaan vetarme en zoutarme bouillonblokjes, maar ook die zijn niet geschikt voor babymaaltijden.

Kant-en klare potjesvoeding

Potjesvoeding is vrij duur, maar heeft toch veel voordelen.

Voordelen

  • Het is een volwaardig alternatief voor zelfbereide voeding. De hele productie, van de grondstoffen tot de verwerking, staat onder strenge controle. De maaltijden zijn gesteriliseerd. Er zitten geen bacteriën in die de maaltijd zouden kunnen bederven. Let wel op de vervaldatum.
  • Bij de bereiding van kant-en-klare voeding blijven bijna alle vitaminen bewaard. Sommige vitaminen worden extra toegevoegd. De potjes worden dan vacuüm verpakt en gesteriliseerd. Het ‘klikgeluid’ bij het openen en de folie rond het deksel garanderen dat het potje ongeopend is en dat de bacteriën werden buitengehouden. Staat het dekseltje bv. bol, dan betekent dit dat er lucht in het potje is geraakt. Gebruik de inhoud dan niet meer.
  • Potjesvoeding is erg fijn van structuur. Dit verschilt van zelfbereide maaltijden en het kindje kan hierdoor protesteren bij een zelfbereide maaltijd. Wissel dus voldoende af met vers bereide voeding.
  • De meeste producten mogen zonder problemen aan de baby gegeven worden. Voor potjesvoeding wordt het voedsel namelijk gehomogeniseerd en hierdoor kunnen ook nog minder ontwikkelde darmen de voedingsstoffen opnemen. Homogeniseren wil zeggen dat de voeding door heel fijne gaatjes wordt geperst. Alle plantencellen worden opengebroken, zodat voedingsstoffen, mineralen en vitamines vrijkomen. Het lichaam van de baby kan ze nu zonder problemen opnemen.
  • Er zijn potjes die volgens het etiket geschikt zijn voor baby’s jonger dan 6 maanden, maar die al vlees bevatten. Volg de richtlijn om vlees pas te gebruiken vanaf de leeftijd van 6 maanden.
  • Bewaarmiddelen of kleurstoffen in potjesvoeding zijn wettelijk verboden.
  • De meeste kant-en-klare groentemaaltijden bevatten geen toegevoegd zout. Is er toch wat zout toegevoegd, dan is dit volgens de Belgische en Europese wetgeving (max. 200 mg natrium per 100 g bereide voeding). De gegevens staan op het etiket.

Bereiding

  • Voor de groei en ontwikkeling van een baby is het aan te raden ook aan potjesvoeding vetstof toe te voegen. Voeg één koffielepel plantaardige olie of een zelfde hoeveelheid zachte plantaardige margarine of bak- en braadvet rijk aan onverzadigde vetzuren toe.
  • Warm kant-en-klare potjesvoeding niet opnieuw op.
  • Eet de baby maar een half potje, warm dan maar de helft op. Bewaar de rest in een goed afgedekt potje in de koelkast.

Aandachtspunten

  • Bij sommige maaltijden zijn verschillende voedingsmiddelen samengebracht. Hierdoor is het moeilijker om smaken te leren kennen.
  • Potjesvoeding is fijner van structuur, waardoor een baby gewone voeding soms kan weigeren.
  • Lust een baby geen potjesvoeding, dan is dat eigenlijk geen groot probleem. Het is alleen moeilijk voor wie op stap wil gaan.
  • Wissel potjesvoeding en verse voeding af. Zo leert een baby verschillende smaken en structuren kennen.

Diepgevroren producten

Een baby mag industrieel niet-bereide diepgevroren groenten (zonder room of saus) eten. Het proces van invriezen heeft geen invloed op de voedingswaarde. Industrieel diepvriezen gebeurt op -30 tot -40 °C. Het verlies van voedingsstoffen vindt vooral plaats vóór het invriezen en bij het bewaren.

Thuis zijn de omstandigheden minder ideaal: veel voedingsstoffen gaan verloren, de kwaliteit van het voedingsmiddel daalt en de houdbaarheid is veel beperkter.

Bij aankoop

  • De temperatuur in de diepvrieskast moet onder -18 °C staan.
  • Het pakje mag niet boven de rand uitsteken, met rijm of ijs bedekt zijn, geopend of gescheurd zijn.
  • Maak gebruik van een diepvrieszak of koelbox om diepvriesproducten te vervoeren en steek ze zo snel mogelijk in de diepvriezer thuis. Bewaar ze thuis bij een constante temperatuur van -18 °C of kouder. Voor langdurig bewaren is -24 °C ideaal.
  • Vermijd industrieel bereide diepvriesgroenten of -maaltijden. De wettelijke normen zijn helemaal anders dan die voor babyvoeding. Zo’n maaltijd bevat te veel zout en te veel vetten. Bij de opwarming gaan er ook heel wat vitaminen verloren en kan er nitriet gevormd worden.

Bij thuis invriezen

  • Maak de groenten klaar zodra ze zijn geoogst of gekocht.
  • Reinig ze goed, was ze en snij ze. Leg ze gedurende 2 à 5 minuten in kokend water zonder ze gaar te koken (blancheren). Laat ze zo snel mogelijk afkoelen.
  • Voeg niets toe en verpak ze in kleine porties. Gebruik alleen speciale verpakkingen om ze in te vriezen en doe dit zo snel mogelijk.
  • Bewaar de groenten op -18 °C of kouder gedurende hoogstens 10 à 12 maanden. Zijn de groenten niet geblancheerd, dan blijven ze maar maximum 3 maanden goed.
  • Bereid de groenten zonder ze te ontdooien op dezelfde manier als verse groenten. De bereidingstijd is wel korter.
  • Vries ontdooide, niet-bereide producten niet opnieuw in.