Extra vitamines

Bij borstvoeding moet een baby extra vitamine D en K krijgen. Het medisch voorschrift en de nodige richtlijnen worden in de kraamkliniek, door de regioverpleegkundige of door de arts gegeven.

Vitamine D

Het vitamine D-gehalte in moedermelk is van nature relatief laag en de moeder kan dit door haar voeding niet beïnvloeden. Vitamine D bevordert de groei en ontwikkeling van het beendergestel.

Hoewel een tekort aan vitamine D niet frequent voorkomt bij borstgevoede kinderen, wordt een systematische preventieve toediening van 400 IE vitamine D vanaf de geboorte aanbevolen. Extra toediening van vitamine D binnen bepaalde grenzen is immers veilig, terwijl een tekort aan vitamine D erg moeilijk op te sporen is en ernstige gevolgen kan hebben (rachitis, een botaandoening).

Het kind kan wel vitamine D aanmaken onder invloed van de zon, maar extra bescherming tegen uv-stralen is essentieel.

Vitamine K

Vitamine K is essentieel voor de bloedstolling. Een tekort aan vitamine K kan leiden tot gevaarlijke bloedingen. De moeder kan het gehalte aan vitamine K niet beïnvloeden door haar voeding. Deze vitamine is slechts in lage hoeveelheden aanwezig in moedermelk.

In sommige ziekenhuizen wordt bij de geboorte een eenmalige intramusculaire toediening van vitamine K gegeven. Deze baby’s hebben nadien geen extra vitamine K meer nodig.

Ontving een baby bij zijn geboorte de vitamine K echter oraal en krijgt hij borstvoeding, dan is de aanbeveling om 2 mg vitamine K per week toe te dienen tot de leeftijd van 3 maanden.

Opgelet!

Tot zes maanden krijgt een borstgevoede baby voldoende ijzer binnen via de moedermelk. Na zes maanden heeft de baby naast moedermelk ook groentepap nodig om de ijzervoorraad op peil te houden.

Gebruiksovereenkomst Toegankelijkheidsverklaring

Vlaamse overheid