Portie
Om voldoende voedingsstoffen binnen te krijgen is niet alleen de kwaliteit van de voeding, maar ook de hoeveelheid belangrijk. Dit kan nogal verschillen, afhankelijk van de leeftijd, het geslacht, de groei en de activiteit. Een peuter geeft meestal zelf aan hoeveel hij nodig heeft. Groeit hij goed en is hij actief, dan eet hij wellicht voldoende. Eet je als gezin evenwichtig en gevarieerd, dan mag een kindje nu mee-eten.
Kinderen tussen 1 en 6 jaar groeien snel en zijn heel actief. Geef ze gezonde, aantrekkelijke maaltijden en tussendoortjes. Spreid de maaltijden over 3 hoofdmaaltijden en max. 2 tussendoortjes. Meestal kan een peuter of kleuter maar kleine porties aan. Vermijd dat een kind de hele dag door eet en drinkt want:
Hoe meer eetmomenten, hoe groter de kans op tandbederf.
Leeft een kind op tussendoortjes, dan raakt zijn voedingsevenwicht uit balans.
Eet een kind energierijke tussendoortjes, dan heeft het geen honger meer bij de volgende hoofdmaaltijd met noodzakelijke voedingsstoffen.
Een kind kan elke gemoedstoestand beginnen te koppelen aan een bepaalde smaak, bv. troosten met zoet, tv-kijken met chips, enz. Geef liever geen energierijke tussendoortjes of snoep, behalve voor een speciale gelegenheid.
Kies dagelijks voor gezonde snacks: fruit, yoghurt, stukjes rauwe groenten, een sneetje brood, een rijstwafel, ontbijtgranen, een kinderkoekje, ...
Een snoepje af en toe, sluit best aan bij een maaltijd en niet enkele uren later. Bij het eten en drinken vormt zich namelijk een kleverig wit laagje op de tanden. In deze ‘tandplaque’ zitten bacteriën. Eet dus niet te veel tussendoortjes.
Hoeveelheden
| VOEDINGSMIDDEL | 1-3 jaar | 3-6 jaar |
| Water (1) | 1/2 liter | 1/2 -1 liter |
| Brood (2) | 1-3 sneden | 3-5 sneden |
| Aardappelen (3) | 1-2 stuk(s) (50 à 100 g) | 1-4 stuk(s) (50 à 200 g) |
| Groenten (4) | 1-2 groentenlepel(s) (50 à 100 g) | 2-3 groentenlepel(s) (100 à 150 g) |
| Fruit | 1-2 stuk (s) (100 à 200 g) | 1-2 stuk (s) (100 à 200 g) |
| Melk (5) | 4 bekertjes (500 ml) | 4 bekertjes (500 ml) |
| Kaas | 1/2 sneetje (10g) | 1/2-1 sneetje (10 à 20 g) |
| Vlees(waren), gevogelte, vis (rauw) (6) of vleesvervangers (7) of paddenstoelen (gaar) of ei of peulvruchten (droog gewogen) (gaar gewogen) | 25-50 g 25-50 g 50 g 1 per week 1 eetlepel (15 g) 3 eetlepels (50 g) | 50-75 g 50-75 g 100 g 1 per week 2 eetlepels (30 g) 6 eetlepels (100 g) |
| Margarine op brood (8) | 1 koffielepel per sneetje (5 g) | 1 koffielepel per sneetje (5 g) |
| Margarine voor de bereiding | max. 1 eetlepel (15 g) | max. 1 eetlepel (15 g) |
(1) Water, kruidenthee, soep en bouillon zijn goede vochtleveranciers.
(2) Vervang eventueel het brood volledig of gedeeltelijk door ontbijtgranen of knäckebröd. Ter info: 1 gemiddelde snede brood weegt 30 g.
(3) Aardappelen kunnen vervangen worden door gekookte deegwaren of rijst. Geef hier dan 1 à 2 lepels van (50-100 g).
(4) Vervang gekookte groenten af en toe door rauwe groenten.
(5) Melk kan vervangen worden door gefermenteerde melkproducten zoals yoghurt. Melk kan ook verwerkt worden in pudding en pap. Geef het kind tot 4 jaar volle melkproducten.
(6) Vervang 1 tot 2 x per week vlees door gevogelte (kip, kalkoen, ...) en 1 tot 2 x door (vette) vis. Vleeswaar zit inbegrepen maar kinderen hoeven dit niet te eten.
(7) Vleesvervangers: tofoe, tempé, mycoproteïne (Quorn™), seitan, vegetarische burger. Aanvullend noten-, zadenpasta of moes: 2 x 15 g.
(8) Kies voor vetstoffen die rijk zijn aan onverzadigde vetzuren. Bv. margarine als broodsmeersel en arachide-, zonnebloem-, koolzaad-, maïs- of olijfolie als bereidingsvet. Voor koude bereidingen kan men ook sojaolie of slaolie gebruiken.
Opgelet!
Let op de specifieke behoeften voor zijn jonge leeftijd: voldoende calcium, ijzer, vet en niet te veel eiwitten.
