Zwangerschapsdiabetes

Bij zwangerschapsdiabetes worden tijdens de zwangerschap abnormaal hoge bloedsuikerwaarden vastgesteld.

Vooral in de 2de helft van een normale zwangerschap zorgen hormonen ervoor dat de baby zich genoeg kan ontwikkelen. Deze hormonen gaan echter ook de werking van insuline tegenwerken. Insuline is nodig om suiker of glucose, als het ware de brandstof van het lichaam, op te nemen in de weefsels. Er moet dus heel wat meer insuline worden geproduceerd om te zorgen dat de bloedsuikerwaarden niet te hoog worden. Dit lukt net niet bij zwangerschapsdiabetes. Hierdoor lopen de bloedsuikerwaarden op wat, indien onbehandeld, risico’s inhoudt op korte en op lange termijn voor moeder en kind.

Tussen 24 en 28 weken zwangerschap wordt de zwangere vrouw getest op zwangerschapsdiabetes door toediening van een hoge dosis drinkbare suiker. Vervolgens wordt bloed geprikt, om na te gaan of de bloedsuikerwaarden niet te hoog zijn. Bij zwangerschapsdiabetes is een behandeling nodig, die bestaat uit gezonde voeding, beweging en indien nodig insuline.

Net na de bevalling zullen de bloedsuikerwaarden weer normaal worden. Zwangerschapsdiabetes is echter een belangrijk alarmsignaal van het lichaam. Tot de helft van de vrouwen met zwangerschapsdiabetes ontwikkelen binnen de 5 tot 10 jaren ‘echte’ diabetes. Gezonde voeding en regelmatige beweging verminderen de kans op diabetes. Laat jaarlijks bij de huisarts de bloedsuikerwaarden meten. Zo kunnen eventuele gestoorde bloedsuikerwaarden tijdig worden opgespoord. 

Gebruiksovereenkomst Toegankelijkheidsverklaring

Vlaamse overheid