Burundi - Zelfstandige adoptie

Het verdrag van Den Haag van 29 mei 1993 inzake de Bescherming van Kinderen en de Samenwerking op het gebied van Interlandelijke adoptie trad in werking in Burundi op 01 februari 1999. 
Bevoegde Centrale Autoriteit: 
Ministère de la Solidarité Nationale, du Rapatriement des Réfugiés et de la Réintegration Sociale, Directeur Ignace Ntawembarira 
B.P. 65 18 Bujumbura
Téléphone : +257 22 216303
Télécopie : +257 22 218201
Courrier électronique: solidaritegenre@yahoo.fr


Wetgeving
Je kan de wetgeving van kracht op datum van het onderzoek steeds opvragen bij het VCA.
Opgelet! Je moet ook aan de Belgische wetgeving voldoen.

Kinderen in Burundi
Het langdurige conflict in Burundi in combinatie met het stijgend voorkomen van HIV/AIDS heeft verwoestende effecten op de situatie van kinderen. Het aantal wezen wordt geschat op 837 000 volgens de ‘National Council for the Fight against HIV/AIDS’. Unicef stelt dat 18 363 kinderen hoofd van een huishouden zijn, meestal in rurale gebieden. Een twintigduizendtal wezen leeft op straat. De levensverwachting bij geboorte in 2011 bedroeg 50 jaar. Naar schatting zijn er 120 000 aidswezen.  Voor oorlogswezen bestaan programma’s om familie terug te vinden. 
De wet benoemt vier mogelijkheden voor weeskinderen in Burundi:
  • Pleegzorg
  • Plaatsing binnen de brede familie
  • Plaatsing in een tehuis
  • Adoptie

Kinderen die in aanmerking komen voor adoptie
  • Kinderen van wie ouders of familieraad toestemming in de adoptie hebben gegeven (dergelijke toestemming wordt gegeven bij een formele akte en kan ingetrokken worden gedurende een periode van drie maanden daaropvolgend)
  • Staatswezen (kinderen onder voogdij van de overheid)
  • Kinderen die verlaten verklaard worden door de ‘high court’ (wanneer ouders minimum een jaar geen interesse hebben getoond in het kind). In de praktijk is 99% van de geadopteerde kinderen verlaten. 

Toestemmingen: 
  • Als kind beide ouders heeft moeten ze beide toestemmen in de adoptie tenzij één van beide overleden is.
  • Wanneer moeder en vader van het kind dood zijn of het onmogelijk is hun wensen te kennen of ze hun ouderlijke rechten hebben verloren wordt de toestemming door de familieraad gegeven. (art.13).
  • De toestemming wordt gegeven voor een notaris via authentieke akte of voor de Burundese diplomaten of consulaten. De toestemming kan gedurende drie maanden ingetrokken worden (art. 14-15) Wanneer de drie maanden voorbij zijn kunnen ouders het kind nog steeds terugvragen op voorwaarde dat het kind nog niet voor adoptie is geplaatst.
  • Toestemming in de adoptie van kinderen die jonger zijn dan twee jaar is enkel geldig als het kind effectief is toevertrouwd aan de Social Protection Service of een geautoriseerde adoptiedienst.
  • Toestemming moet vrij, schriftelijk en geïnformeerd gebeuren
  • De toestemming van de moeder kan enkel gegeven worden na geboorte van het kind.
  • De adoptie wordt uit gesproken op verzoek van de adoptant door de rechtbank. Als de adoptant kinderen heeft dan onderzoekt de rechtbank onder andere of de adoptie het familiaal leven niet verstoort.(art.27-28)
  • Een kind wordt met het oog op adoptie geplaatst bij de toekomstige adoptie-ouders(art.25).
  • Een interlandelijke adoptie mag pas plaatsvinden indien de bevoegde Burundese autoriteiten hebben vastgesteld dat: 
    • het kind adoptabel is.
    • na de mogelijkheden in Burundi te hebben onderzocht, dat de interlandelijke adoptie in het belang van het kind is.
    • alle nodige toestemmingen zijn gegeven op een vrije manier
    • het kind gehoord is en geïnformeerd over de adoptie en dat zijn wensen en adviezen overwogen werden. (art.69) De toestemming van het kind zelf is nodig vanaf de leeftijd van 13 jaar. (Bron: Arts. 2-7 van de wet van 30/04/1999). 

Iedere aanvraag interlandelijke adoptie moet naar de Centrale Autoriteit in Burundi gestuurd worden. (art.71) De centrale autoriteit in Burundi stuurt informatie over het kind naar de autoriteit van het land van herkomst (art. 74)

Voorwaarden kandidaat-adoptanten (Kandidaat-adoptanten moeten ook aan de Belgische wetgeving voldoen)
  • Echtgenoten die niet gescheiden leven na 5 jaar huwelijk
  • Een alleenstaande ouder dan 30 jaar (als alleenstaande getrouwd is, is de toestemming van zijn partner vereist).
  • De adoptant moet min. 15 jaar ouder zijn dan het adoptiekind
  • De adoptant moet moreel gekwalificeerd zijn en voldoende financiële draagkracht hebben.
  • In de praktijk (bron: ISS) worden er geen kinderen voorgesteld aan alleenstaanden noch aan ongehuwden met een partner.
  • Het hebben van biologische kinderen vormt geen bezwaar.
(Bron: art. 11-19 en 69 van de wet van 30/04/1999.)

Procedure
  • Elke aanvraag moet gericht worden aan de CA van Burundi. 
  • Het ouderdossier van de KA wordt bezorgd aan de CA . CA Burundi dient dit ouderdossier te aanvaarden en goed te keuren. 
  • Wanneer de CA van Burundi een kind adoptabel acht:
    • Bereidt het een rapport voor met informatie over de identiteit van het kind, zijn adoptabiliteit en sociale omgeving.
    • Neemt daarbij de schoolse kennis van het kind in overweging
    • Verzekert zich ervan dat de nodige toestemmingen zijn gegeven
    • Verzekert zich dat de plaatsing van het kind bij de adoptanten in het belang van het kind is.
    • Matchingvoorstel wordt ook getoetst bij het weeshuis waar het kind in verblijft. Toestemming van het weeshuis wordt gevraagd. 
  • De CA maakt aan de centrale autoriteit van het ontvangende land zijn rapport over het kind over, het bewijs van de vereiste toestemmingen en de motieven voor zijn conclusie tot plaatsing van het kind.
  • De adoptanten kunnen pas afreizen wanneer zij het kindvoorstel hebben goedgekeurd, wanneer de CA van het ontvangende land deze beslissing heeft goedgekeurd, wanneer de adoptanten geschikt zijn en het kind geautoriseerd wordt het ontvangende land binnen te komen en er op permanente basis te verblijven.
  • De CA van Burundi verzekert zich ervan dat het kind op een veilige manier naar het herkomstland kan afreizen. (Bron: Arts. 71-77 van de wet van 30/04/1999.)

De volgende documenten zijn vereist en moeten worden toegevoegd aan de aanvraag tot interlandelijke adoptie:
  • Voor het kind: 
    • een certificaat over zijn familiale situatie
    • een certificaat over de zorg voor het kind opgemaakt door de adoptiefamilie
    • de reisdocumenten van het te adopteren kind
  • Voor de KA: 
    • kopie van huwelijksboekje
    • geboorteakte
    • uittreksel strafregister
    • bewijs van goed gedrag en zeden
    • document van familiesamenstelling; 
    • een bewijs van inkomsten
    • een rapport van de psycholoog van de ontvangende familie
      (Art. 71 van de wet van 30/04/1999)

Na de adoptie
Burundi kent gewone en volle adoptie. Bij interlandelijke adoptie wordt enkel volle adoptie in realiteit uitgesproken. Volle adoptie wordt uitgesproken door de ‘high courts’. Er bestaan 17 dergelijke rechtbanken, een voor elke administratieve provincie. De rechtbank: de rechtbank neemt haar besluit o.b.v. het advies van het ministerie van Sociale Solidariteit. Het Tribunal de Grande Instance stuurt het vonnis naar de advocaat en deze bezorgt het opnieuw aan het ministerie, die o.b.v. het vonnis een conformiteitsattest uitschrijft. 


De bevoegde autoriteiten zorgen voor het behoud van informatie over de afkomst van het kind (zeker deze m.b.t. de identiteit van zijn vader en moeder) en de gegevens over de medische geschiedenis van het kind en zijn familie. Ze verzekeren de toegang van het kind tot deze gegevens onder gepaste begeleiding (Bron: art. 56 van de wet van 30/04/1999)

Overwegingen
Voor het onderzoek heeft de VCA zich vooral gebaseerd op de wetgeving van Burundi, informatie verkregen via het Ministère de la Solidarité Nationale des droits de la Personne Humaine et du Genre, de Service Social Internationale te Genève (SSI), UNICEF, de Federale Centrale Autoriteit, Unicef, de Franse centrale autoriteit en de Belgische ambassade in Bujumbura.

Burundi is toegetreden tot het Haags adoptieverdrag dat in werking trad op 1 februari 1999. Dit land werkt bijgevolg ook volgens deze principes. De Centrale Autoriteit in Burundi is het Ministère de la Solidarité Nationale, du Rapatriement des Réfugiés et de la Réintégration Social, naar wie de VCA een ouderdossier kan sturen. Na 6 maanden tot 1 jaar krijgen kandidaat-adoptanten de melding of hun ouderdossier aanvaard werd (bron: Franse centrale autoriteit). 
Volgens de Burundese wet (Chapitre III: De La filiation Adoptive van de Code de la famille art.244-260 en Loi n°1/004 du 30 avril 1999 portant modification des dispositions du code des personnes et de la famille relatives a la filiation adoptive) mag een interlandelijke adoptie pas plaatsvinden indien de bevoegde Burundese autoriteiten hebben vastgesteld dat het kind adoptabel is, na de mogelijkheden in Burundi te hebben onderzocht, dat de interlandelijke adoptie in het belang van het kind is, dat alle nodige toestemmingen zijn gegeven op een vrije manier, dat het kind gehoord is en geïnformeerd over de adoptie en dat zijn wensen en adviezen overwogen werden (art.69). Iedere aanvraag voor interlandelijke adoptie moet naar de Centrale Autoriteit in Burundi gestuurd worden (art.71). De centrale autoriteit in Burundi stuurt informatie over het kind naar de autoriteit van het land van ontvangst (art. 74). 
Indien een plaatsing of een adoptie in Burundi onmogelijk is, dan kan interlandelijke adoptie als een ander middel beschouwd worden om de noodzakelijke zorg voor het kind te garanderen, als dit kind niet geplaatst kan worden bij een Burundees pleeg-of adoptiegezin of er niet gepast voor gezorgd kan worden.

Adoptie wordt uitgesproken door een van de 17 High Courts (1 per administratieve provincie).
De Burundese wet is in overeenstemming met de Belgisch adoptiewet en waarborgt de principes van het Haags Verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie van 29 mei 1993.
Unicef stelt dat het langdurige conflict in Burundi in combinatie met het stijgend voorkomen van HIV/AIDS verwoestende effecten heeft op de situatie van kinderen. Het aantal wezen wordt geschat op 837 000 volgens de ‘National Council for the Fight against HIV/AIDS’. Unicef stelt dat 18 363 kinderen hoofd van een huishouden zijn, meestal in rurale gebieden. Een twintigduizendtal wezen leeft op straat. De levensverwachting bij geboorte in 2011 bedroeg 50 jaar. Naar schatting zijn er 120 000 aidswezen.  Voor oorlogswezen bestaan programma’s om familie terug te vinden. Ondanks deze inspanning blijft er veel werk over om de situatie van deze kinderen te verbeteren. 
De Belgische ambassade in Burundi had op 25 oktober 2013 in het kader van dit kanaalonderzoek een overleg met de heer Ntawembarira, directeur van de centrale autoriteit. Dit overleg werd als positief ervaren en de wetgeving werd overlopen. De Belgische consul bracht een bezoek aan het Orphelinat Officiel de Jabe, dit weeshuis is in goede orde erkend door de centrale autoriteit in Burundi. 

Beoordeling VCA
Niet elke aanvraag tot zelfstandige adoptie uit Burundi heeft dezelfde achtergrond of verloopt via hetzelfde kanaal. Wij geven graag kort mee wanneer er een onderzoek werd afgerond en wat het besluit van VCA was specifiek voor het ingediende kanaal. 

Kanaalonderzoek 12/2013: Het kanaal werd goedgekeurd omwille van de inspanningen die het land op het vlak van adoptie leverde. Haags verdrag is ondertekend en in werking, de wetgeving is hieraan aangepast. Er is een wetgeving in kader van Den Haag met voorzieningen rond adoptabiliteit en subsidiariteit. Subsidiariteit wordt gewaarborgd in de wetgeving. Burundi beschikt over een werkende centrale autoriteit inzake adoptie. De contactpersoon van de kandidaat-adoptieouders werd als betrouwbaar beoordeeld.