Binnenlands of buitenlands



Binnenlandse adoptie

Bij een binnenlandse adoptie adopteer je een kind dat in België verblijft, maar niet naar België is gekomen met de bedoeling om geadopteerd te worden. Het kan gaan om adoptie van:

  • het kind van je partner
  • een kind uit de familie, zoals nichtje, neefje, kleinkind,…
  • een gekend kind zoals een kind via een draagmoeder
  • een kind via een erkende adoptiedienst

Voor al deze adopties moet je een adoptieprocedure volgen. Dit betekent dat je een voorbereiding volgt en eventueel een maatschappelijk onderzoek moet ondergaan.

Adopteer je via een erkende adoptiedienst dan gaat het bijna altijd over kinderen die afgestaan worden door hun geboorteouder(s), meestal alleen door de moeder. De geboorteouders worden begeleid door de adoptiedienst zodat zij een geïnformeerde beslissing nemen en alle alternatieven onderzocht zijn. De meeste Belgische adoptiekinderen worden afgestaan kort na de geboorte. Het gaat dus meestal om pasgeboren baby’s. Af en toe worden er ook ouders gezocht voor oudere kinderen die in een instelling verblijven en geen thuis meer hebben, maar dit is eerder zeldzaam.

De kinderen worden in het adoptiegezin geplaatst

  • ofwel nadat de toestemming definitief is (ten vroegste twee maanden na de geboorte) en dan verblijft het kind voordien nog even in een pleeggezin.
  • ofwel onmiddellijk na de geboorte (als de moeder op dat moment nog altijd denkt aan adoptie) waarbij het altijd afwachten is of de moeder uiteindelijk ook haar toestemming zal geven. De kans is hier reëel dat het kind na enkele maanden alsnog terugkeert naar zijn biologische familie.

Kenmerken binnenlandse adoptie:

  • Meestal pasgeboren baby’s waarvan de toekomstige gezondheidssituatie en ontwikkeling onzeker is.
  • De biologische familie van het kind is zeer nabij en verblijft vaak in België.
  • Begrip hebben voor de afstand door de geboorteouders, gelet op de leefsituatie in België, is noodzakelijk.
  • Je moet bereid zijn om gegevens uit te wisselen met de geboortefamilie als zij daarom vraagt.
  • Bij het kiezen voor een plaatsing onmiddellijk na de geboorte, moet je je kunnen hechten aan een kind dat mogelijk terug zal keren bij zijn biologische ouders en ermee om kunnen als dat gebeurt.
  • De wachtlijst is lang. Er worden ongeveer 20 à 30 kinderen per jaar geplaatst.

Buitenlandse adoptie

Bij een buitenlandse adoptie (of interlandelijke adoptie) adopteer je een kind dat in het buitenland verblijft. Het kan gaan om adoptie van:

  • een kind uit de familie, zoals nichtje, neefje, kleinkind, …
  • een kind via een erkende adoptiedienst
  • een ongekend kind via een zelfstandige adoptie

Voor al deze vormen van adoptie moet je een procedure volgen in Vlaanderen voordat je stappen zet in het land van herkomst. Er wordt bij iedere adoptie maximaal gekeken naar het belang van het kind en gewerkt volgens het Haags Adoptieverdrag. Dit geldt ook voor intrafamiliale adopties (als je een kind van de familie wenst te adopteren dat in het buitenland verblijft).

Alleen als deze volgorde gerespecteerd wordt, kan de adoptie erkend worden en kan het kind naar België komen.

1. Een geschiktheidsvonnis gekregen van de rechtbank.
2. Bij zelfstandige adoptie: een kanaalonderzoek goedgekeurd door het VCA.
3. Een ouderdossier naar de bevoegde autoriteit in het herkomstland gestuurd door het  
    VCA of de adoptiedienst.
4. Een kindtoewijzing goedgekeurd door het VCA.

Kenmerken buitenlandse adoptie:

  • Het land waaruit je adopteert, heeft eigen voorwaarden naar adoptieouders toe. Het kan dat je volgens de Belgische wet kan adopteren maar dat het land van herkomst je aanvraag niet aanvaardt.
  • Je moet je kindje ophalen in het land van herkomst.
  • Je moet bereid zijn om, soms tot de leeftijd van 18 jaar, nazorgrapporten te sturen naar het land van herkomst.
  • De kinderen die geadopteerd kunnen worden uit het buitenland zijn soms ouder, hebben vaak een geschiedenis (te vondeling gelegd, verwaarloosd, ondervoed, …) die ernstig afwijkt van de leefomstandigheden in België.
  • Het kindje kan te maken krijgen met racisme.
  • De biologische familie van het kindje woont ver weg, hoewel zij via internet snel dichterbij kunnen komen.

Er mag geen contact zijn tussen de adoptieouders en de geboorteouders voordat de geschiktheid van de adoptieouders en de adopteerbaarheid van het kind zijn vastgesteld. Zo wordt er voorkomen dat geboorteouders, bewust of onbewust, onder druk gezet worden om hun toestemming te geven. Bij intrafamiliale adopties is dit contact uiteraard wel toegelaten.