Vlaams gewest en provincie

  • Cijfers over de kansarmoede-index (per provincie, type gemeente en origine van de moeder), drukken uit hoe groot het aandeel is van kinderen in kansarmoede ten opzichte van het totaal aantal kinderen van die provincie, type gemeente of origine moeder.
  • Cijfers over de kinderen die leven in kansarmoede, waarbij de percentages berekend zijn ten opzichte van de groep kinderen die leeft in kansarmoede. Deze grafieken leren ons dus iets over het profiel van de kinderen in kansarmoede. 
Je kan een selectie maken van de jaren waarvoor je cijfers over kansarmoede wil zien. De grafiek zal zich automatisch aanpassen. Wanneer je met de cursor over de grafiek beweegt, kan je de precieze cijfers zien. Indien je een grafiek wil vergroten, klik dan op het pijltje rechts onderaan. 


1. Evolutie Kansarmoede-index per provincie

Via 2 grafieken geven we een zicht op de evolutie van de kansarmoede-index per provincie.  
  • In de ene grafiek kan je het jaar (2012-2017) selecteren en passen de percentages zich aan. 
  • In de andere grafiek tonen we de evolutie in een lijngrafiek waarbij je 1 of meerdere provincies kan selecteren en waarbij de cijfers zichtbaar zijn als je met de cursor over de lijn beweegt.  
De kansarmoede-index 2017 voor het Vlaamse Gewest bedraagt 13,76% en ligt 0,94 procentpunt hoger dan de kansarmoede-index van 2016





2. Evolutie Kansarmoede-index per type gemeente (VRIND) sinds 2012

Als we de 308 Vlaamse gemeenten indelen volgens de VRIND-indeling die ook door de Studiedienst van de Vlaamse Regering vaak gebruikt wordt, dan stellen we vast dat kansarmoede zich meer voordoet in steden dan in kleinere gemeenten. De index van de groot- en centrumsteden ligt veel hoger dan de index van randgemeenten of plattelandsgemeenten.  
Zelfs onder de steden zijn er duidelijke verschillen tussen structuurondersteunende steden (zoals Diest), centrumsteden (zoals Leuven, Roeselare en Mechelen) en grootsteden (Gent en Antwerpen).  


3. Evolutie Kansarmoede-index per origine van de moeder

Omdat Kind en Gezin voor bijna alle kinderen registreert welke nationaliteit de moeders hadden bij hun eigen geboorte, kunnen we ook per origine van de moeder nagaan hoe groot het aandeel kinderen in kansarmoede is. De grafiek illustreert dat het aandeel kinderen dat opgroeit in kansarmoede duidelijk groter is wanneer de moeder bij haar geboorte een andere nationaliteit had dan wanneer de moeder Belg was bij geboorte. De cijfers variëren wel tussen de provincies en naargelang het jaar dat je selecteert.  


4. Woonplaats kinderen in kansarmoede naar type gemeente

Van alle kinderen die volgens de index in kansarmoede leven, geven we in onderstaande tabel aan in welk type gemeente ze wonen. In 2017 leefde 50,9% van de kinderen in kansarmoede in 13 steden (de 2 grootsteden en de 11 andere centrumsteden).  

5. Origine van de moeder van de kinderen in kansarmoede per provincie

Van alle kinderen die volgens de index in kansarmoede leven, geven we in onderstaande grafiek aan wat de origine van hun moeder is. Onder origine van de moeder verstaan we de nationaliteit die de moeder had bij haar geboorte.  
In 2017 had 65,1% van de kinderen die opgroeien in kansarmoede een moeder die bij haar geboorte niet de Belgische nationaliteit had. Er doen zich wel opmerkelijke verschillen voor tussen de provincies.  

6. Aantal criteria onvoldoende bij kinderen in kansarmoede

Kansarmoede wordt beoordeeld aan de hand van 6 verschillende criteria. Wanneer er sprake is van minstens 3 criteria, spreken we over kansarmoede. Soms zijn er nog omstandigheden die niet gevat zijn in de criteria, waardoor we ook zien dat er bij een beperkt aandeel kinderen sprake is van kansarmoede  wanneer er 2 criteria als onvoldoende beschouwd worden.  
De grafiek geeft per provincie weer voor hoeveel procent van de kinderen in kansarmoede  er 2,3,4, 5 of 6 criteria onvoldoende werden ingeschat. Hoe meer criteria er onvoldoende worden beschouwd, hoe minder gunstig de leefsituatie van de kinderen.  



7. Onderliggende criteria bij kinderen in kansarmoede

De registratie over kansarmoede gebeurt, omdat kansarmoede meerdere dimensies kent, op basis van 6 verschillende criteria. Door te kijken naar de oordelen op de criteria kunnen we voor de kinderen die leven in kansarmoede aangeven op welke vlakken kansarmoede zich vooral manifesteert. 
De grafiek geeft voor de kinderen die meegeteld werden in de berekening van de kansarmoede-index aan bij hoeveel kinderen een bepaald criterium als onvoldoende werd beschouwd door de medewerkers van Kind en Gezin.  


De criteria arbeid, inkomen en opleiding blijken het meest als onvoldoende beschouwd te worden. De volgende grafiek geeft aan bij hoeveel % van de kinderen deze 3 criteria samen als onvoldoende worden beoordeeld, al dan niet in combinatie met andere criteria.