Evolutie leeftijdspecifieke vruchtbaarheidcijfer

Als we de LVC van 2016 en 2017 vergelijken dan zien we dat in elk van de 4 leeftijdsklassen de vruchtbaarheid verder daalt en dat dit vooral zichtbaar is bij de vrouwen tussen 25 en 30 jaar.

De daling van het VC bij vrouwen tussen 25 en 30 jaar betekent dat daar het laagste vruchtbaarheid ooit wordt gehaald. Doordat de vruchtbaarheid bij 20 tot 25 jarigen ook licht verder gedaald is, kunnen we net zoals in 2016 zeggen dat de vruchtbaarheid bij vrouwen onder de 30 jaar nooit zo laag is geweest.
Als we de evoluties op langere termijn bekijken dan stellen we vast dat de vruchtbaarheid bij 30 tot 35-jarige vrouwen nu voor het eerst hoger ligt dan de vruchtbaarheid van vrouwen tussen 25 en 30 jaar (respectievelijk 11,5 versus 11,3 kinderen per 100 vrouwen).