Rapporten over opvang van baby's en peuters


Kwaliteit

MeMoQ: meten en monitoren van de pedagogische kwaliteit (Q) van kinderopvang van baby's en peuters.

Kind en Gezin gaf aan de universiteiten Gent (Vakgroep Sociaal Sociaal Werk en Sociale pedagogiek) en Leuven (ECEGO) de opdracht om instrumenten te ontwikkelen: een uniform systeem om de pedagogische kwaliteit in de hele kinderopvang te meten, te monitoren en te bevorderen. Dit project heet MeMoQ en gebeurde in overleg met Zorginspectie, de kinderopvangsector, opleidings- en vormingsorganisaties, ouders en experten.

Personeel

  • Onderzoek naar de vereisten op het vlak van taalvaardigheid Nederlands voor begeleiders en verantwoordelijken in de kinderopvang van baby's en peuters (2012)
     
    Om goed te kunnen functioneren in een job in de kinderopvang moet een medewerker verschillende competenties hebben. Eén van de competenties die een belangrijke rol spelen, is taalvaardigheid. Maar welke taalcompetenties moet een beginnend medewerker in de kinderopvang nu precies hebben? Deze vraag wordt beantwoord in dit onderzoeksrapport. Dit project diende als basis voor de uitwerking van de taalvereisten in het decreet Kinderopvang van Baby's en Peuters en de uitvoeringsbesluiten.

Gebruik

  • Het gebruik van en de behoefte aan kinderopvang voor baby's en peuters jonger dan 3 jaar in het Vlaamse Gewest (juli 2019)

  • Onderzoek naar het gebruik van kinderopvang voor kinderen jonger dan 3 jaar (2013 en 2009)
    Kind en Gezin laat periodiek bij een ruime steekproef van kinderen jonger dan 3 jaar nagaan of hun ouders al dan niet opvang gebruiken en waarom. Hoe intensief gebruiken ze opvang? Waarom kiezen ze voor een bepaalde opvangvorm? Hoe ervaren ze deze opvang? Het gaat zowel om formele opvang als om informele opvang bij familie en vrienden. In elk van deze rapporten worden de cijfers vergeleken met voorgaande metingen.

Internationaal

  • Het Europese raamwerk voor kwaliteit (2014)

    De EU pleit voor algemeen toegankelijke, kwaliteitsvolle en inclusieve ECEC-voorzieningen. Omdat duidelijk is vastgesteld dat het gebruik van deze voorzieningen positieve effecten kan hebben op de ontwikkeling van jonge kinderen als er voldoende kwaliteit wordt geboden, werd een werkgroep samengesteld met overheden en experts uit 25 Europese lidstaten. Ze ontwikkelden een Europees kwaliteitsraamwerk voor ECEC. Dit raamwerk is sinds eind 2014 beschikbaar en focust op 5 kerngebieden, die sterk met elkaar verbonden zijn.

    • ECEC (Early Childhood Education and Care) is de internationale verzamelterm voor kinderopvang en kleuteronderwijs. Ook OOJK genoemd: Opvang en Onderwijs van Jonge Kinderen

    • pdf Rapport

  • Key Data on Early Childhood Education and Care in Europe (2014) 

    Eurydice is een netwerk dat de Europese Commissie en alle lidstaten ondersteunt in het uitbouwen van het beleid rond ECEC door beleidsrelevante data en internationaal vergelijkbare indicatoren te verzamelen. In de publicatie van 2014 vind je een overzicht van de financiering, de organisatie en de structuur van de voorzieningen voor ECEC in de verschillende Europese lidstaten. Daarnaast krijg je een beeld van de toegankelijkheid, de betaalbaarheid en het profiel van de medewerkers in deze voorzieningen.

    • ECEC (Early Childhood Education and Care) is de internationale verzamelterm voor kinderopvang en kleuteronderwijs. Ook OOJK genoemd: Opvang en Onderwijs van Jonge Kinderen

    • pdf Rapport (11MB)

  • Starting Strong III (2012)

    Binnen de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, een samenwerkingsverband tussen 34 landen) bestaat er sinds een tiental jaren ook een netwerk rond ECEC. Starting Strong III poogt een antwoord te bieden op wat kwaliteit uitmaakt in ECEC. Er werden 5 gebieden geïdentificeerd als leidraad voor het beleid bij het werken aan de verbetering van de kwaliteit in ECEC-voorzieningen.

    • ECEC (Early Childhood Education and Care) is de internationale verzamelterm voor kinderopvang en kleuteronderwijs. Ook OOJK genoemd: Opvang en Onderwijs van Jonge Kinderen

    • pdf Rapport

  • De transitie naar kinderopvang en onderwijs (2008)

    De meerderheid van de generatie die nu opgroeit, brengt een groot deel van hun vroegste kindertijd door in een of andere vorm van kinderopvang buitenshuis. Tegelijkertijd toont neurowetenschappelijk onderzoek aan dat liefdevolle, stabiele, veilige en stimulerende relaties met verzorgers tijdens de eerste levensmaanden en -jaren cruciaal zijn voor alle aspecten in de ontwikkeling van een kind. De combinatie van deze twee ontwikkelingen confronteert de gemeenschap en de beleidsmakers in de OESO-landen met een aantal dringende vragen. Binnen dit kader stelt UNICEF een boordtabel met 10 criteria voor als minimumvoorwaarden waaraan zorg en onderwijsinstanties moeten voldoen. België voldoet aan 6 van de 10 criteria.

Input beleid

  • Onderzoek naar ‘Bestellen is betalen’ (2016)

    In de kinderopvang met inkomenstarief betalen ouders voor de dagen die ze in de opvang gereserveerd hebben. Deze regeling, bekend als het systeem 'Bestellen is betalen', is door de Vlaamse Regering in 2014 ingevoerd. Door een beter gebruik van de beschikbare opvangplaatsen, worden twee doelstellingen nagestreefd: zoveel mogelijk ouders aan een opvangplaats helpen en de financiële leefbaarheid van de sector versterken. In dit onderzoek wordt dit principe geëvalueerd door na te gaan hoe de sector dit organiseert, wat de invloed hiervan is op het gebruik van de opvang, hoe dit ervaren wordt door de sector en door de ouders en welke impact dit heeft op de toegankelijkheid van gezinnen uit kwetsbare groepen.

  • Evaluatie Proeftuin Kinderopvangzoeker (2014)

    In 2012-2013 liep er in de zorgregio Hasselt een proefproject om het zoekproces van ouders naar kinderopvang voor hun baby of peuter gemakkelijker te maken. Hierbij werd gewerkt met de 'Kinderopvangzoeker', een tool waar ouders hun vraag naar opvang elektronisch kunnen registreren. Na deze registratie wordt de vraag elektronisch verstuurd naar de opvangvoorziening. Om te kunnen nagaan of en hoe de Kinderopvangzoeker zou kunnen werken in heel Vlaanderen, werd in deze proeftuin een onderzoek uitgevoerd. In navolging van dit onderzoek werd beslist om geen Kinderopvangzoeker op Vlaams niveau te introduceren.

  • Onderzoek naar de grootte en het gebruik van de buitenspeelruimte in de formele kinderopvang (2011)

    Als input voor de uitwerking van het decreet Kinderopvang van Baby’s en Peuters en de uitvoerende regelgeving, wilde Kind en Gezin een zicht krijgen op de situatie rond de buitenspeelruimte in de formele kinderopvang voor baby’s en peuters in Vlaanderen en Brussel. Er werd van de gelegenheid gebruik gemaakt om ook de situatie rond de buitenspeelruimte in de buitenschoolse formele kinderopvang (erkend en met een attest van toezicht) in kaart te brengen. Het rapport geeft een overzicht van de aanwezigheid van een buitenruimte, de grootte en het gebruik ervan.

  • Onderzoek naar het aantal kinderen per begeleider/onthaalouder (2011)

    Kind en Gezin heeft geen zicht op het aantal kinderen (eigen kinderen inbegrepen) dat daadwerkelijk gelijktijdig aanwezig is per kinderbegeleider in de gezinsopvang en in de groepsopvang. Met het oog op de ontwikkeling van het nieuwe decreet kinderopvang van baby’s en peuters, werd in 2011 door HIVA onderzoek verricht dat aan het beleid moest toelaten de verschuivingen in te schatten die wijzigingen in de regelgeving op vlak van aantal kinderen per kinderbegeleider met zich zouden meebrengen in alle deelsectoren (erkende en zelfstandige gezins- en groepsopvang). Het rapport geeft per deelsector een overzicht van o.a. de groepsgrootte van de leefgroepen en per tijdsblok, van het aantal kinderen per kinderbegeleider.

  • Werk maken van werk in de zorgsector (2010)

    In 2010 liet minister Vandeurzen de conceptnota 'Werk maken van werk in de zorgsector' opmaken en voorleggen aan de Vlaamse Regering. De nota bevat een actieplan om de werkgelegenheid in de zorgsector te bevorderen. Hierin is een afzonderlijk actieplan voor de kinderopvang opgenomen. De grote lijnen doorheen dit actieplan zijn: de kwaliteit van de instroom van medewerkers versterken; doorstroommogelijkheden creëren en de uitstroom van medewerkers verminderen. Heel wat acties die Kind en Gezin sindsdien ondernam en nog zal ondernemen, geven uitvoering aan wat in deze nota werd opgenomen.

Externe rapporten

Archief