Urinewegen


Cryptorchidie

Cryptorchidie is het niet ingedaald zijn van minimum 1 van de testikels in het scrotum. Dit komt voor bij 2 tot 9% van de pasgeborenen. Door spontane indaling tijdens de eerste 6 maanden daalt het cijfer beduidend de eerste levensmaanden.

De afwijking kan uni- of bilateraal (eenzijdig of langs beide zijden) voorkomen. De niet ingedaalde testikel kan palpabel (voelbaar) of niet palpabel zijn.
Cryptorchidie kan aangeboren zijn; hierbij is de testikel (testis) nooit ingedaald geweest en bevindt zich in de buikholte of in of buiten het indalingstraject. Bij de verworven vorm lag de testikel aanvankelijk scrotaal maar is binnen de eerste 2 jaar hoger dan het scrotum gaan liggen

Er bestaan verschillende vormen:

  • Afwezigheid van testikel(s) (agenese of atrofie).
  • Ectopische testikel: kan in buikholte aanwezig zijn en is daardoor niet palpabel.
  • Retractiele testikel: deze kan bij voorzichtige palpatie tot in het scrotum gebracht worden maar keert terug naar het lieskanaal. 
  • Bij vaststellen of vermoeden van cryptorchidie wordt uiterlijk op de leeftijd van 6 maanden verwezen voor behandeling.
    Omdat de verworven vorm later ontstaat is onderzoek op 24 maanden aangewezen.
Omdat cryptorchidie in combinatie met andere (urogenitale en/ dysmorfe) afwijkingen kan voorkomen, moet een goed klinisch onderzoek gebeuren.

Vroegtijdige opsporing is belangrijk omdat een niet-ingedaalde testikel geassocieerd wordt  met verminderde fertiliteit (vruchtbaarheid) en een verhoogd risico op teelbalkanker. De diagnose wordt klinisch gesteld door voorzichtige palpatie.

Hypospadias

Hypospadias is een onvolledige ontwikkeling van de urethra waardoor de meatus (urethrale opening) op een verkeerde plaats ligt. Deze bevindt zich niet op de top van de penis maar meer ventraal, tot ter hoogte van het scrotum of het perineum.

Hypospadias kan gepaard gaan met ventrale kromming van de penis en afwijking van het preputium (voorhuid).

De laatste jaren bestaat een stijgende trend in het voorkomen van deze afwijking in Westerse landen. Het komt nu voor bij 1/300 mannelijke geboorten.
Klinisch ondervindt het kind problemen bij het urineren en later bij seksuele activiteit.

De diagnose kan bij de geboorte gesteld worden. Omdat deze afwijking kan voorkomen in combinatie met andere afwijkingen en met afwijkende seksuele differentiatie, dient vroegtijdige diagnose en verwijzing via de behandelend arts naar een gespecialiseerd team te gebeuren. De ideale leeftijd voor operatieve ingreep is tijdens het eerste levensjaar. De prognose is afhankelijk van de graad van afwijking en associaties met andere stoornissen.

Problemen aan de voorhuid (verklevingen, fimosis)

Tot de leeftijd van 5-6 jaar is het normaal dat de voorhuid licht vernauwd is en niet over de eikel kan worden teruggeschoven. Vooral bij zuigelingen en peuters is de binnenkant van de voorhuid vaak nog verkleefd met de eikel. Beide situaties maken dat de eikel bij jonge kinderen niet vrij is. Het is niet de bedoeling deze verklevingen los te trekken of de voorhuid over de eikel proberen te trekken. Dit kan wondjes veroorzaken met secundaire littekenvorming en daardoor verdere vernauwingen.

Waar vroeger aangeraden werd bij een jong kind tijdens de verzorging regelmatig de voorhuid te proberen naar achter te brengen om zo de opening van de voorhuid geleidelijk aan breder te maken, wordt dit de laatste jaren ten stelligste afgeraden. Het is voldoende dat de arts die het kind onderzoekt op heel jonge leeftijd de genitaliën goed inspecteert en voorzichtig nakijkt op vorm van voorhuid, vorm van de penis en aanwezigheid van de testes in het scrotum. Verder wordt afgeraden die voorhuid naar achter te brengen.

Wanneer de vernauwingen uitgesproken zijn en blijven duren, het kind daardoor niet met een goede straal kan plassen en de urine achterblijft onder de voorhuid, kunnen steeds terugkerende infecties van de voorhuid ontstaan. Dit kan een reden zijn om te behandelen. Dat kan met lokale behandeling (zalf) of heelkundig.

Meer weten?