Luizen

Luizen zijn 3 à 4 milimeter groot en lichtgrijs of bruin van kleur. De neten (eitjes van de luizen) kleven vast aan het haar. Ze zijn meestal heel talrijk en zien eruit als roos. Je ziet ze vooral op de warmste plaatsen van het hoofd: in de nek en achter de oren.

Luizen hebben een levenscyclus met 3 stadia: neet, nimf, luis. Neten zitten stevig vast aan de haarschacht en groeien uit tot nimfen en dan luizen. Luizen kunnen tot 30 dagen op de hoofdhuid leven, daarbuiten sterven ze af.

Door het geven van kleine prikjes zuigen ze mensenbloed. Dit kan hevige jeuk veroorzaken. Door krabben kunnen korstjes op de hoofdhuid ontstaan. Langs die weg kunnen infecties optreden.

Besmetting
Luizen kunnen enkel kruipen en lopen.

  • Omdat kinderen vaak met hun hoofd dicht bij elkaar zitten, kunnen ze makkelijk van het ene hoofd naar het ander hoofd overlopen.
  • Besmetting kan ook gebeuren door het dragen van een muts of sjaal van een persoon met luizen.
  • Besmetting via andere voorwerpen zoals kam, borstel of beddengoed komt weinig voor, maar is mogelijk.
Symptomen
Luizen geven normaal kriebel en jeuk. Zowel de neten als de luizen zijn zichtbaar.

Behandeling   
  • Start de behandeling zodra je hoofdluizen vindt.
  • Het is belangrijk dat alle besmette personen tegelijk een behandeling starten, anders is er telkens opnieuw een besmetting.
  • Breng de onmiddellijke leefomgeving van het kind op de hoogte. Zo wordt vermeden dat de luizen zich verder verspreiden. Dit gebeurt gemakkelijk waar kinderen samen zijn (kinderopvang, school).
  • Luizen worden bestreden met:
      • een hoofdlotion (apotheek) en een speciale luizenkam. Na een week moet de behandeling herhaald worden. Nadien moet het hoofd nog minstens 14 dagen gecontroleerd worden. Sommige middelen mogen niet worden gebruikt bij baby's, zwangere vrouwen en moeders die borstvoeding geven.
      • de natkammethode: met een conditioner wordt het haar zeer soepel en glad gemaakt. Door het haar nadien (zonder spoelen!) zorgvuldig te kammen met een luizenkam, verwijder je luizen en neten. Herhaal het kammen gedurende minstens twee weken om de drie à vier dagen, tot geen enkele luis meer wordt gevonden.
  • Was mutsen, sjaals, knuffels, kammen, borstels, … op 60 °C. Steek wat niet zo warm kan worden gewassen gedurende één week in een afgesloten plastic zak. Kleine voorwerpen kunnen ook voor een dag in de diepvriezer.
  • Een behandeling met een speciale hoofdlotion heeft alleen zin als er al een besmetting is, niet als preventiemaatregel.

In de opvang
Kinderen met luizen kunnen in principe naar de opvang komen. Als ouders weigeren verantwoordelijkheid te nemen om ze te bestrijden, kan het kind wel uit de opvang geweerd worden.

Aanpak van ouders

  • Verwittig de opvang wanneer het kind luizen heeft.
  • Behandel direct de kinderen en eventueel ander besmette huisgenoten.
  • Breng een bewijs mee naar de opvang, bv. het aankoopbonnetje van het luizenproduct of de luizenkam.
Aanpak door de opvang

  • Creëer een open houding in verband met luizen. Praat reeds bij de inschrijving hierover met de ouders.
  • De opvang kan kinderen controleren op luizen als er een duidelijk beleid is waarvan de ouders op de hoogte zijn.
  • Breng de ouders van alle opgevangen kinderen op de hoogte zodra er luizen zijn gesignaleerd. Zo kunnen zij ook alert zijn op symptomen bij hun kind.
  • Als men luizen opmerkt, moeten de ouders hun kind niet direct komen halen. Meld het bij het ophalen van het kind.
  • Vraag aan de ouders van besmette kinderen een bewijs van de start van een behandeling, bv. het aankoopbonnetje van het luizenproduct of de luizenkam.
  • Vermijd gemeenschappelijk gebruik van mutsen, sjaals, borstels of kammen.
  • Hang jassen en sjaals niet te dicht bij elkaar.

Meer weten?