In specifieke situaties


Vaccinatie en allergie, eczeem, hooikoorts of astma

  • Een kind met allergie, eczeem, hooikoorts of astma mag gevaccineerd worden want het kindje bouwt dagelijks automatisch afweerstoffen op tegen nieuwe lichaamsvreemde stoffen, dus ook tegen vaccinaties.
  • Tot nu toe is niet bewezen dat vaccinaties aanleiding geven tot allergie of een bestaande allergie verergeren.
  • Neem wel voorzorgen. Vertel de arts steeds hoe het kind reageerde op de vorige vaccinatie en voor welke stoffen het overgevoelig of allergisch is.

Vaccinatie en hiv

Het kind is besmet met het hiv-virus:
  • Vaccineren is toegestaan omdat hiv-besmetting geen ziekte betekent. De arts kan beoordelen of de weerstand van het kind al dan niet verminderd is. Daarmee moet rekening worden gehouden bij vaccinatie of bij het beoordelen van de bescherming na vaccinatie.
Het kind is nog geen 6 maanden en heeft een seropositieve moeder:
  • Alle kinderen, ook deze waarvan de diagnose nog niet bekend is, dienen het basisvaccinatieschema te volgen. Indien blijkt dat het kind seropositief is, zal de behandelend arts eventueel het vaccinatieschema aanpassen.

Vaccinatie en te vroeg geboren baby's

Ook bij vroeggeboren kinderen wordt er ook op 8 weken gestart met de vaccinaties. Te vroeg geboren baby's hebben immers minder antistoffen van hun moeder meegekregen, aangezien het transport van antistoffen vooral toeneemt na de 35ste week. Bij medische tegenindicaties kan van het vaccinatieschema afgeweken worden.

Kinderen geboren na een zwangerschapsduur van minder dan 37 weken of met een geboortegewicht lager dan 2,5 kg hebben een verhoogd risico op infecties. Zij krijgen daarom een extra dosis van het pneumokokkenvaccin (op 12 weken) en de vaccins die normaal op 15 maanden voorzien zijn, krijgen zij vervroegd op 13 maanden.

Vaccinatie en zwangerschap

Toedienen van vaccins aan zwangere vrouwen is steeds een afwegen van 3 factoren.

  • Wat is de kans dat de onbeschermde zwangere vrouw in contact komt met de ziekte?
  • Wat zijn de risico’s voor de foetus of de moeder bij het oplopen van de aandoening?
  • Wat zijn de risico’s voor de foetus verbonden aan het vaccin?

Het is daarom raadzaam om al vóór een zwangerschap met de arts of gynaecoloog na te gaan welke kinderziekten de moeder vroeger doormaakte en welke vaccinaties zij in het verleden kreeg. Zo kunnen ontbrekende vaccins tijdig worden toegediend.

Vaccinatie met vaccins die levende afgezwakte virussen of bacteriën bevatten, wordt vermeden gedurende de zwangerschap omwille van het (theoretisch) risico op infectie en passage door de placenta met aantasting van de foetus. Als er evenwel toch gevaccineerd wordt dan is dat geen indicatie om een zwangerschap te beëindigen.Voor vaccinatie met vaccins die dode virussen of bacteriën bevatten bestaat geen bewijs voor het bestaan van toxische effecten of het veroorzaken van misvormingen bij de foetus.

Griepvaccinatie (het griepvaccin bevat dood virus) wordt aanbevolen bij zwangeren ongeacht de fase van de zwangerschap. Het wordt bij voorkeur toegediend in oktober-november, dus vóór de start van het griepseizoen (gewoonlijk tijdens de wintermaanden). Tijdens haar zwangerschap is de vrouw vatbaarder voor griep en de complicaties ervan zoals koorts en longontsteking die gevolgen kunnen hebben voor het kind. Het kan leiden tot vroeggeboorte, verminderd geboortegewicht en miskraam. 

Ook kinkhoestvaccinatie (bevat geen levende bacteriën noch virussen) wordt aanbevolen voor iedere zwangere vrouw tussen week 24 en week 32 van elke zwangerschap. Bij vaccinatie tijdens de zwangerschap maakt de moeder antistoffen tegen kinkhoest aan en deze worden via de placenta (moederkoek) doorgegeven aan de foetus. Op die manier is de zuigeling al van bij zijn geboorte beschermd tegen kinkhoest. Indien de vaccinatie niet tijdens de zwangerschap wordt gegeven, wordt ze zo snel mogelijk na de bevalling toegediend. Vanaf 1 juli 2014 stelt de Vlaamse overheid combinatievaccins tegen tetanus, difterie en kinkhoest gratis ter beschikking om zwangere vrouwen te vaccineren en om een herhalingsinenting toe te dienen aan volwassenen.

Meer informatie over reizen en de daaraan verbonden aanbevolen vaccinaties, ook tijdens de zwangerschap, is terug te vinden bij het Instituut voor Tropische Geneeskunde via 03 247 66 66 of http://www.itg.be/

Vaccinatie en ziekte

Er zijn weinig medische redenen om een kind niet te vaccineren.

  • Heeft het kind een verkoudheid, lichte koorts of neemt het antibiotica, dan is dat geen reden om de vaccinatie uit te stellen.
  • Heeft het kind iets ernstigers, dan overlegt de arts met de ouders of de vaccinatie moet worden uitgesteld. In uitzonderlijke gevallen zal de arts eventueel afzien van een vaccinatie, bv. bij immuniteitsproblemen.
  • Kinderen die om medische redenen niet gevaccineerd worden, moeten kunnen profiteren van de groepsimmuniteit door een hoge vaccinatiegraad bij de rest van de bevolking.
  • Wanneer een kind rodehond of bof al heeft gehad, wordt hiertegen toch nog gevaccineerd. Zo wordt de weerstand nog versterkt, zonder bijkomend risico. Soms is men immers niet zeker of het kind wel echt bof of rodehond heeft gehad. Alleen een bloedtest kan dit bevestigen. De test is pijnlijker en duurder dan het vaccin.

Inhaalvaccinaties

De Hoge Gezondheidsraad van België formuleert de volgende basisregels i.v.m. inhaalvaccinaties:
  • Het verdient de voorkeur iemand als niet gevaccineerd te beschouwen eerder dan foutief te geloven dat hij beschermd is. De vaccinatie wordt vanaf nul gestart en volgt het basisschema.
  • Wanneer (betrouwbare) vaccinatiegegevens beschikbaar zijn, moeten deze vergeleken worden met het basisschema en voorgelegd worden aan een arts. De ontbrekende vaccinaties worden toegediend.
  • Een onderbreking van het vaccinatieschema betekent niet dat de hele reeks vaccins vanaf nul moet worden hervat, noch dat er bijkomende dosissen moeten worden gegeven. Het volstaat de ontbrekende dosissen toe te dienen rekening houdend met het minimuminterval tussen 2 dosissen.
  • De kwaliteit van de verkregen immuniteit na vaccinatie hangt af van:
    • de vereiste minimumleeftijd bij de eerste dosis;
    • van het minimuminterval tussen 2 dosissen;
    • van het aanbevolen totale aantal dosissen, inclusief 1 herhalingsdosis voor bepaalde vaccins.

Vaccinatieschema Kind en Gezin

Kind en Gezin volgt de aanbevelingen van de Hoge Gezondheidsraad