RSV


Wat is het?

  • RSV is de afkorting van respiratory syncytial virus.
  • RSV veroorzaakt een ontsteking van de fijne luchtwegen en is vaak de oorzaak van een gewone verkoudheid.
  • Bij zeer jonge kinderen, te vroeg geboren kinderen en kinderen met hartproblemen kan een RSV-infectie gevaarlijk zijn en zuurstoftekort veroorzaken.
  • RSV-infecties komen voornamelijk voor van de late herfst tot de vroege lente.

Symptomen

  • Bij de meeste gezonde kinderen zijn de symptomen dezelfde als bij een gewone verkoudheid: een loopneus, hoesten en soms een beetje koorts.
  • Een RSV-infectie gaat meestal over na 3 tot 7 dagen.
  • Een RSV-infectie kan binnen 24 uur verergeren en een opname in het ziekenhuis noodzakelijk maken. Dan zie je de volgende symptomen bij het kind: moeilijke of snelle ademhaling, een piepend geluid bij ademhaling, onrustig en snel geïrriteerd zijn en geen of weinig eetlust.

Besmetting

RSV wordt overgedragen via:

  • druppeltjes in de lucht bij hoesten, niezen of praten
  • contact met besmette omgevingsoppervlakken
  • nauw contact met een besmette persoon
RSV-infectie is zeer besmettelijk. Het virus kan meerdere uren overleven buiten de mens, op voorwerpen (speelgoed) of op ongewassen handen.

Verzorging en aanpak

  • Zorg voor een goede algemene hygiëne en een zeer goede handhygiëne.
  • Tijdens de eerste levensmaanden van een kind kan je de volgende stappen nemen om blootstelling aan RSV en andere virussen te voorkomen:
    • Zorg dat iedereen de handen wast vooraleer de baby aan te raken.
    • Hou de baby weg van al wie verkouden is of koorts heeft.
    • Was en ontsmet speelgoed regelmatig.
  • Bepaalde risicogroepen hebben recht op het toedienen van specifieke antistoffen (Palivizumab) tegen RSV tijdens de wintermaanden.
Breng de ouders van kinderen met hartproblemen, verminderde eetlust, verminderde afweer of te vroeg geboren kinderen (voor 36 weken zwangerschap) op de hoogte als je weet dat een kind in de opvang een RSV-infectie heeft.

Hygiëne bij hoesten en niezen

Verspreiding van ziektekiemen uit mond, neus en keel

  • via zeer kleine onzichtbare vochtdruppeltjes in de lucht door hoesten en niezen
  • via de handen door je hand voor je mond houden
  • door direct contact met neus- en keelslijm (snot)
Tips om besmetting te voorkomen:

  • Nies of hoest niet in de richting van een ander.
  • Draai of buig je hoofd. 
  • Hou een hand of nog beter een zakdoek voor de mond bij niezen of hoesten. Je kan ook eventueel niezen in je elleboog. 
  • Gebruik altijd papieren zakdoeken en gooi die meteen na gebruik weg in een afsluitbare afvalbak. 
  • Was of ontsmet de handen regelmatig na niezen, hoesten of snuiten. Maar je kan moeilijk na ieder kuchje de handen wassen of dit aan de kinderen vragen. Maak zelf een inschatting wanneer dit nodig is.
Leer deze tips ook aan kinderen! 

Meer weten over handhygiëne

Kan het kind naar de opvang komen?

Ja, als de algemene toestand van het kind het toelaat.